Samenvatti ng
Paragraaf 1
De Qing dynastie (Manchu): heel klein groepje die de macht heeft
- Laatste keizershuis van China
- Verplichte haardracht voor mensen uit het keizerhuis
Wat maakte het keizerrijk zo succesvol?
1. Het Hemels Mandaat
- ‘Zoon van de hemel’, we zijn aangestuurd door hetgene uit de hemel
- Onderdanen gehoorzamen aan de keizer, de keizer streeft het welzijn van het volk na
- Qianlong belangrijke keizer, want tijdens zijn regeerperiode (1735-1796) bereikte het
keizerrijk zijn grootste omvang
2. Efficiënte organisatie: centraal bestuur
- Centraal vanuit Peking bestuurd door de keizers
- Besluiten -> provincies -> prefecturen -> disctricten (met elk aan het hoofd een
ambtenaar van de keizer)
- Mandarijnen zijn de ambtenaren (ze deden wat de keizers hen vroegen)
- Ook controlegroep van ambtenaren door ambtenaren (mensen die de mandarijnen
controleren
- Ambtenarenexamen -> verplicht
3. Gezag gebaseerd op het confucianisme
- Filosofische stroming met religieuze trekken
- Gericht op juiste persoonlijke gedrag
- Gaat uit van de 5 menselijke relaties. De wereld is ordelijk als iedereen zijn juiste rol
kent:
o 1: Vader (liefde) - Zoon (eerbied)
o 2: Oudere broer (zorgzaam) – jongere broer (nederig)
o 3: Man (rechtvaardig) – vrouw (gehoorzaam)
o 4: Oudere (menselijk) – jongere (dankbaar)
o 5: Regeerder (menselijk) – onderdaan (trouw)
- Sprake van een duidelijke hiërarchie
- Overige kenmerken: voorouderverering, sober leven, hard werken
3 problemen:
- Corruptie (Heshen, vertrouweling van keizer Qianlong) -> ontevredenheid
- Politieke crises (Witte Lotus Opstand, 1796-1804)
o Ontevredenheid uit zich in verschillende opstanden
- Hongersnoden, door
o Natuurrampen
, o Uitbuiting van de overheid (veel te veel belasting vragen bijv.)
o Gevolg van overbevolking (ze hebben wel landbouw, maar lang niet genoeg
om de mensen te voeden en import zagen ze als een zwakte, vraag naar hulp)
Paragraaf 2
Blik op de wereld:
- China: ‘Rijk in het midden’
o Omringt door andere minderwaardige volken/landen en wij bemoeien ons
daar niet mee, zijn niet imperialistisch bezig, maar wel invloed uitvoeren door
middel van handel.
o Samenwerking met Europa: geen, zou tegen van gelijkheid zijn.
- Westerse mogendheden: ‘Eurocentrisme’
o Mogen minderwaardige continenten koloniseren -> macht uitbreiden
o Politieke overheersing, economische uitbuiting + ‘White Mans Burden’ (wij als
witte mensen hebben de taak andere mensen te beschaven, want wij zijn zó
ver vooruit, wij moeten iedereen meetrekken, en dat is een enorme last)
Beiden weigeren zich aan te passen:
- Engeland was bereid met geweld China aan te vallen + te dwingen tot concessies
Opiumconflict bood die kans!
Opiumprobleem:
- Opium = ingedroogd melksap van een opiumpapaver, met het essentiële
bestanddeel: morfine
o Werking: kalmerend, pijnstillend, geluksgevoel
o Heel veel verslaafden en stoppen zorgt voor heftige
ontwenningsverschijnselen
- Eind 18e eeuw: Britse handelaren vervoeren steeds meer opium naar China
o Opium was duur -> Britten maakten het veel goedkoper -> Britten worden rijk
dat zoveel mensen verslaafd raken en China verdient er niks aan -> Chinese
economie leed eronder
o Sociale ontwrichting door opiumverslaving (m.n. aan kustgebieden)
o Vergeefs verbod van de regering -> door corruptie -> illegaliteit
De Eerste Opiumoorlog (1839-1842)
- Aanleiding:
o Verbod regering werkt niet, en
o Verzoek aan keizerin Victoria om handel van opium in haar land mislukt,
keizerin gaat er niet op in
Chinese regering gaat ongeveer 1,5 miljoen kg Opium innemen + vernietigen
Groot Brittannië woest en trekt naar China met vloot + leger
Oorlog:
o China is minder goed bewapend en Britten zijn militair superieur