De Verlichting
- Kant over de definitie van verplichting en de gevaren van het rationalisme
Hij noemde verlichting ‘de bevrijding van de mens uit de onmondigheid waaraan hij
zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen je verstand zonder leiding van
anderen te gebruiken. Deze onmondigheid is je eigen schuld als je genoeg verstand
hebt, maar niet de moed om er zelfstandig gebruik van te maken. Durf te weten, heb
de moed je eigen verstand te gebruiken, is dus het motto van de verlichting.
- Locke en Rousseau over het sociaal contract
Locke schreef dat alle mensen vrij en gelijk geboren zijn en het recht hebben hun
leven, gezondheid, vrijheid en bezit te verdedigen. De macht van de staat was
gebaseerd op een sociaal contract; mensen spraken af een deel van hun vrijheid af te
staan aan de overheid. In ruil daarvoor moest de overheid hun leven, bezit en vrijheid
beschermen en bij conflicten als neutrale rechter optreden
Volgens Rousseau hetzelfde, en het volk was soeverein en de staat moet de
algemene wil vertegenwoordigen. Mensen mochten niet hun eigen belangen
doorzetten, maar moesten zich onderwerpen aan wetten die in overeenstemming
waren met de algemene wil.
- Spinoza over de invloed van God op het dagelijks leven
Volgens Spinoza was de natuur niet gemaakt door God, maar waren God en de
natuur hetzelfde. Geloof in wonderen was slechts het gevolg van onwetendheid.
Geloof dat in strijd was met de rede, was onzin, want de natuur en dus God was puur
rationeel. De mens moest niet gehoorzamen aan God, maar slechts afgaan op zijn
eigen verstand.
- Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat
Voltaire meende dat slechts een kleine bovenlaag geschikt was voor het redelijke
denken; 90 procent van de bevolking verdiende geen verlichting. De staat kon en
mocht het gewone volk niet verlichten.
De Franse Revolutie
- Cahiers de doléances 1789
Lodewijk XVI had hierom gevraagd omdat hij wilde weten wat er onder het volk
leefde. Aan de kiesvergaderingen van de derde stand mochten alleen mannen vanaf
25 jaar meedoen die belasting betaalden. Arme en ongeletterde boeren en arbeiders
werden geweerd. Bovendien werden de cahiers opgesteld door leden van de
bourgeoisie, dus vooral hun wensen naar voren kwamen.
- Wet Le Chapelier 1791
Alle gilden, vakbonden en stakingen werden verboden. De Nationale Vergadering
nam de wet aan omdat ze de vrijheid van ondernemers belangrijker vonden dan de
vrijheid van vereniging en arbeiders.
- Proces van ‘burger Capet’ 1792
Lodewijk werd berecht door de Nationale Conventie, die hem schuldig bevonden aan
hoogverraad en hij werd ter dood veroordeeld.
- Code Napoleon 1804