Probleem 3
Gehechtheid
Leerdoel 1: Welke aangeboren gedragingen bestaan er m.b.t. ouder-kind relatie?
Eigenlijk zijn er 2 typen gedragingen:
• Fixed action patterns (LD1)
• Reflexen (LD2)
à Fixed action pattern (Miller, 2001)
Aangeboren gedragingen zijn één type gedragingen volgens ethological theory.
Fixed action pattern = een complex aangeboren gedrag dat het overleven van een
individueel promoot à Het is een aangeboren gedraging wat ervoor zorgt dat het
individueel kan overleven.
Deze ontstaan door een bepaald aangeboren mechanisme in het centraal zenuwstelsel.
Veroorzaakt door een sign stimulus – een specifieke stimulus die zorgt voor een
automatische reactie. Soms moet deze zelfs op een bepaalde plek zijn.
Leerdoel 2: Welke aangeboren reflexen hebben kinderen en waarom?
à Definitie (Santrock, 2011: H5; Miller, 2001)
Een reflex is een ingebouwde, automatische reactie op een stimulus. Ze besturen
bewegingen welke het kind nog niet in controle heeft.
à Functie (Santrock, 2011: H5)
Een reflex zorgt ervoor dat een kind kan reageren op zijn omgeving (op stimuli) zonder dat
het een kans gehad heeft om te leren.
- Belangrijkste zijn rooting en sucking; overleven.
Aanpassen aan de omgeving!
à Welke zijn reflexen hebben kinderen? (Santrock, 2011: H5)
, Probleem 3
Gehechtheid
Leerdoel 3: Is er een kritieke periode voor de ontwikkeling van gehechtheid?
à Definitie (Miller, 2001)
Een sensitieve periode is een specifieke periode waarin de soort (specie) biologisch klaar is
om nieuw gedrag aan te leren.
• Ontwikkelingswetenschappers vochten tegen het idee van een kritieke periode; elke
fase is even belangrijk voor een bepaalde ontwikkeling.
• Theoretici die geen fases hebben, spreken over readiness (klaarheid) à een kind
leert van een ervaring als het daar de tijd voor is.
Leerdoel 4: Wat is gehechtheid?
à Definitie (Leman et al, 2012)
- Een sterke emotionele band dat zich vormt tussen het kind en de verzorger.
- Vormt zich in de tweede helft van het kind zijn eerste jaar.
Kinderen gebruiken gehecht als een secure base; een verzorger waar het kind zich aan
gehecht heeft en welke het kind gebruikt als veilige basis om vanuit te exploreren + veilige
haven in tijden van stress.
à Kenmerken van gehechtheid (Leman et al, 2012)
- Warme begroeting dat ouders van kind krijgen wanneer ze naar het kind toegaan.
- Breed uit lachen.
- Armen uitstrekken.
- Actieve pogingen om contact te maken wanneer ze opgepakt worden.
- Proberen gezicht van de ouders aan te raken.
- Bij de ouders blijven in een onbekende situatie.
- Stress wanneer ouders het kind alleen laten.
à Relevantie (Leman et al, 2012)
Waarom is het belangrijk voor onderzoekers?
- De band is erg intens en dramatisch.
- Onderzoek kan de ouders hun effectiviteit vergroten.
Leerdoel 5: Hoe verloopt de ontwikkeling van gehechtheid?
à Theorieën over ontwikkeling gehechtheid (Leman et al, 2012; Miller, 2001)
Psychoanalystic theory (Freud) (Leman et al, 2012)
- Verzorgers worden door het gezien als voldoening van de innerlijke driften (niet
persé op eten) van het kind (orale voldoening). Als voorbeeld: het kind hecht zich
eerst aan de borst van de moeder (oraal), daarna pas aan de moeder zelf.
Gehechtheid
Leerdoel 1: Welke aangeboren gedragingen bestaan er m.b.t. ouder-kind relatie?
Eigenlijk zijn er 2 typen gedragingen:
• Fixed action patterns (LD1)
• Reflexen (LD2)
à Fixed action pattern (Miller, 2001)
Aangeboren gedragingen zijn één type gedragingen volgens ethological theory.
Fixed action pattern = een complex aangeboren gedrag dat het overleven van een
individueel promoot à Het is een aangeboren gedraging wat ervoor zorgt dat het
individueel kan overleven.
Deze ontstaan door een bepaald aangeboren mechanisme in het centraal zenuwstelsel.
Veroorzaakt door een sign stimulus – een specifieke stimulus die zorgt voor een
automatische reactie. Soms moet deze zelfs op een bepaalde plek zijn.
Leerdoel 2: Welke aangeboren reflexen hebben kinderen en waarom?
à Definitie (Santrock, 2011: H5; Miller, 2001)
Een reflex is een ingebouwde, automatische reactie op een stimulus. Ze besturen
bewegingen welke het kind nog niet in controle heeft.
à Functie (Santrock, 2011: H5)
Een reflex zorgt ervoor dat een kind kan reageren op zijn omgeving (op stimuli) zonder dat
het een kans gehad heeft om te leren.
- Belangrijkste zijn rooting en sucking; overleven.
Aanpassen aan de omgeving!
à Welke zijn reflexen hebben kinderen? (Santrock, 2011: H5)
, Probleem 3
Gehechtheid
Leerdoel 3: Is er een kritieke periode voor de ontwikkeling van gehechtheid?
à Definitie (Miller, 2001)
Een sensitieve periode is een specifieke periode waarin de soort (specie) biologisch klaar is
om nieuw gedrag aan te leren.
• Ontwikkelingswetenschappers vochten tegen het idee van een kritieke periode; elke
fase is even belangrijk voor een bepaalde ontwikkeling.
• Theoretici die geen fases hebben, spreken over readiness (klaarheid) à een kind
leert van een ervaring als het daar de tijd voor is.
Leerdoel 4: Wat is gehechtheid?
à Definitie (Leman et al, 2012)
- Een sterke emotionele band dat zich vormt tussen het kind en de verzorger.
- Vormt zich in de tweede helft van het kind zijn eerste jaar.
Kinderen gebruiken gehecht als een secure base; een verzorger waar het kind zich aan
gehecht heeft en welke het kind gebruikt als veilige basis om vanuit te exploreren + veilige
haven in tijden van stress.
à Kenmerken van gehechtheid (Leman et al, 2012)
- Warme begroeting dat ouders van kind krijgen wanneer ze naar het kind toegaan.
- Breed uit lachen.
- Armen uitstrekken.
- Actieve pogingen om contact te maken wanneer ze opgepakt worden.
- Proberen gezicht van de ouders aan te raken.
- Bij de ouders blijven in een onbekende situatie.
- Stress wanneer ouders het kind alleen laten.
à Relevantie (Leman et al, 2012)
Waarom is het belangrijk voor onderzoekers?
- De band is erg intens en dramatisch.
- Onderzoek kan de ouders hun effectiviteit vergroten.
Leerdoel 5: Hoe verloopt de ontwikkeling van gehechtheid?
à Theorieën over ontwikkeling gehechtheid (Leman et al, 2012; Miller, 2001)
Psychoanalystic theory (Freud) (Leman et al, 2012)
- Verzorgers worden door het gezien als voldoening van de innerlijke driften (niet
persé op eten) van het kind (orale voldoening). Als voorbeeld: het kind hecht zich
eerst aan de borst van de moeder (oraal), daarna pas aan de moeder zelf.