Probleem 5
Taalontwikkeling
Taal = een communicatiesysteem waarin woorden en symbolen vastgelegd zijn en die
sprekers oneindig aantal berichten laat maken.
à Productieve taal = productie van spreken.
à Receptieve taal = spreken van een ander begrijpen.
Leerdoel 1: Welke theorieën zijn er over taalontwikkeling?
- Environmental/learning view (Leman)
- Biological/nativist view (Leman)
- Interactionist view (Leman)
à Environmental/learning view
- B.F. Skinner (1957)
Ouders of andere verzorgers versterken babbelende geluiden; geven aandacht
waardoor kinderen zullen herhalen.
Klanken zullen kinderen bekend voorkomen (door herhalen) en zullen ze blijven
gebruiken.
Ouders vormen het verbale gedrag van de kinderen.
- Andere onderzoekers geloven in imitatie.
Kinderen gebruiken woorden, zinnen en klanken die ze horen en nadoen.
Gaat kennis gebruiken in nieuwe situaties, waardoor ze leren in welke situaties ze
bepaalde woorden/zinnen/klanken mogen gebruiken.
Kritiek:
- De hoeveelheid stimulus-response connections zijn er teveel voor een jong kind om
te leren (eigenlijk al te veel om zo te kunnen leren in het hele leven).
- Geen empirisch bewijs.
- De theorie geeft geen beschrijving van de ontwikkeling.
- Kind heeft een passieve rol in de theorie, terwijl gebleken is dat kinderen juist een
actieve rol hebben.
Bewijs:
- Overregulatie
- Creoolse talen (talen met overeenkomsten in de grammatica, terwijl andere plek op
wereld is; moet dus wel aangeboren zijn)
à Biological/nativist view
- Noam Chomsky (1968)
Kinderen zijn geboren met een mentale structuur wat leidt tot begrip van taal en
vooral grammatica = language acquistion device (LAD).
- Kind is biologisch voorbestemd om een taal te leren.
- Verschillende talen à dezelfde basis karakteristieken.
- Normale kinderen verkrijgen en leren taal snel.
- Bewijs: dieren kunnen ook spreken.
, Probleem 5
Taalontwikkeling
Kritiek:
- Veel discussie over de exacte hoeveelheid grammatica dat aangeboren is.
- Taal aanleren is een geleidelijk proces.
- De theorie is moeilijk toe te passen, aangezien er zoveel verschillende talen zijn.
- Weinig tot geen aandacht naar sociale context.
- Geen bewijs voor belonen.
- Ook beloning voor foute woorden.
- Kind zegt woorden die niet aangeleerd zijn.
Bewijs:
- Kind imiteert daadwerlijk
- Dialect
à Interactionist view
- Taal (als in gesproken taal) is geleerd door de context, maar iedereen is biologisch
voorbestemd om een taal te spreken en te leren.
- Kinderen hebben een actieve rol in taalontwikkeling.
- Taalontwikkeling vindt plaats in een omgeving waar kinderen relaties aangaan met
anderen en waar ze doelen proberen te behalen.
- Normaal ontstaat taal in een balans à Balans tussen ouder en kind: spreken de
ouders op niveau van het kind en begrijpt het kind de taal? Dragen bij aan
ontwikkeling.
Leerdoel 2: Hoe verloopt taalontwikkeling? (Fasen)
- Fonemen
- Morfemen
- Syntax
- Semantiek
- Pragmatiek
Taalontwikkeling
Taal = een communicatiesysteem waarin woorden en symbolen vastgelegd zijn en die
sprekers oneindig aantal berichten laat maken.
à Productieve taal = productie van spreken.
à Receptieve taal = spreken van een ander begrijpen.
Leerdoel 1: Welke theorieën zijn er over taalontwikkeling?
- Environmental/learning view (Leman)
- Biological/nativist view (Leman)
- Interactionist view (Leman)
à Environmental/learning view
- B.F. Skinner (1957)
Ouders of andere verzorgers versterken babbelende geluiden; geven aandacht
waardoor kinderen zullen herhalen.
Klanken zullen kinderen bekend voorkomen (door herhalen) en zullen ze blijven
gebruiken.
Ouders vormen het verbale gedrag van de kinderen.
- Andere onderzoekers geloven in imitatie.
Kinderen gebruiken woorden, zinnen en klanken die ze horen en nadoen.
Gaat kennis gebruiken in nieuwe situaties, waardoor ze leren in welke situaties ze
bepaalde woorden/zinnen/klanken mogen gebruiken.
Kritiek:
- De hoeveelheid stimulus-response connections zijn er teveel voor een jong kind om
te leren (eigenlijk al te veel om zo te kunnen leren in het hele leven).
- Geen empirisch bewijs.
- De theorie geeft geen beschrijving van de ontwikkeling.
- Kind heeft een passieve rol in de theorie, terwijl gebleken is dat kinderen juist een
actieve rol hebben.
Bewijs:
- Overregulatie
- Creoolse talen (talen met overeenkomsten in de grammatica, terwijl andere plek op
wereld is; moet dus wel aangeboren zijn)
à Biological/nativist view
- Noam Chomsky (1968)
Kinderen zijn geboren met een mentale structuur wat leidt tot begrip van taal en
vooral grammatica = language acquistion device (LAD).
- Kind is biologisch voorbestemd om een taal te leren.
- Verschillende talen à dezelfde basis karakteristieken.
- Normale kinderen verkrijgen en leren taal snel.
- Bewijs: dieren kunnen ook spreken.
, Probleem 5
Taalontwikkeling
Kritiek:
- Veel discussie over de exacte hoeveelheid grammatica dat aangeboren is.
- Taal aanleren is een geleidelijk proces.
- De theorie is moeilijk toe te passen, aangezien er zoveel verschillende talen zijn.
- Weinig tot geen aandacht naar sociale context.
- Geen bewijs voor belonen.
- Ook beloning voor foute woorden.
- Kind zegt woorden die niet aangeleerd zijn.
Bewijs:
- Kind imiteert daadwerlijk
- Dialect
à Interactionist view
- Taal (als in gesproken taal) is geleerd door de context, maar iedereen is biologisch
voorbestemd om een taal te spreken en te leren.
- Kinderen hebben een actieve rol in taalontwikkeling.
- Taalontwikkeling vindt plaats in een omgeving waar kinderen relaties aangaan met
anderen en waar ze doelen proberen te behalen.
- Normaal ontstaat taal in een balans à Balans tussen ouder en kind: spreken de
ouders op niveau van het kind en begrijpt het kind de taal? Dragen bij aan
ontwikkeling.
Leerdoel 2: Hoe verloopt taalontwikkeling? (Fasen)
- Fonemen
- Morfemen
- Syntax
- Semantiek
- Pragmatiek