Hc 16
Transport voeding en afvalstoffen: evolutie
- Diffusie: Kleine organismen
- Gastrovasculaire ruimte: kwallen
- Open circulatie: Sprinkhaan → hart pompt vloeistof rond: dmv trachea
- Gesloten circulatie: hart pompt vloeistof rond
- Gesloten bloedsomloop
Enkelvoudig(bloeddruk kan laag worden) → vis, simpel hart: 1 Atrium en ventricle
- Dubbele bloedsomloop: reptielen en amfibieën
→ 2 Atriums en 1 ventricle
Krokodil: extra septum → duiken (geen gebruik van long gedeelte)
- Zoogdieren: dubbel met ons hart: 2 ventricles
Vogels convergent geëvolueerd
Hart
- Aorta: zuurstofrijk bloed vanaf hart naar:
➔ Truncus brachiocephalicus = naar hoofd toe
-Arteria carotis communis (links en rechts) = halsslagaders
-Arteria subclavia sinistra/dextra = bloedvaten naar de armen toe
➔ Aorta abdominalis = grote bloedvat dat zorgt voor bloed → buik en benen
- Zuurstofarm bloed
➔ Vena cava inferior / caudalis = onderste holle ader vanaf buik/benen
➔ Vena cava superior / rostralis = bovenste holle ader
➔ zuurstofarmbloed → longen → vena pulmonalis
- zuurstofarm bloed in rechter harthelft
➔ Rechter atrium
➔ Rechter ventricle
, ➔ Rechter longslagader (slagader zuurstofarm!!) = arteria pulmonalis dextra
➔ Linker longslagader (slagader zuurstofarm!!) = arteria pulmonalis sinistra
➔ longen
- Vena pulmonalis = zuurstof rijk bloed naar:
➔ Linker atrium
➔ Linker ventricle
Extra:
- Van arteria coronaria → Vena/Sinus coronaria: zuurstof voor hartcellen
- Arteria = vanaf hart → capillairsysteem
- Vena = Vanaf cappillairsysteem → hart
- Arteria met uitzondering (zuurstofarmbloed):
➔ Arteria pulmonalis
➔ Navelstrengslagader
Hartkleppen
- Tricuspidalisklep / AV klep = 3 slippen die samen een klep vormen
- Bicuspidalisklep / AV klep = 2 slippen die samen een klep vormen
- Av klep: zorgen ervoor dat het bloed niet teruggaat → druk opgebouwd kan worden in
ventricle
- Aortaklep = 3 halve maanvormige kleppen
- Pulmonalisklep = 3 halve maanvormige kleppen
- Links wordt de druk hoger gemaakt door de dikkere
wand → moet heel het lichaam door
,Hartslag
- Autonoom
- Hartcellen kunnen snel het elektrisch signaal doorgeven: intercalaireschijven en gapjunctions
→ zijn goed met elkaar verbonden
1. Signaal voor hart: nervus vagus → sinusknoop (SA node) → atria depolariseren
2. Vertraging bij AV node:
➔ Voorkomen dat boezem en kamer tegelijk samentrekken
➔ Tussen atria en ventricle is veel bindweefsel: annulus fibrosus (geen gapjunctions), dus
het moet wel naar sinusknoop
3. Signaal naar heart apex
4. Dmv purkinje vezels → signaal snel verspreiden door veel gapjunctions → signaal van
anterior naar posterior.
De hartcyclus
- Diastole = hartrust
- Atriumsystole = contractie atria
- Ventrikelsystole
• Lub = bloed dat ventrikel ingaat en AV klep dicht
• Dub = openslaan semilunaire klep
- Hart -cyclus, -frequentie, - slagvolume, -minuutvolume
• Hartfrequentie = slagen per minuut
• Slagvolume = volume dat naar buiten wordt gepompt
Gelijk per ruimtes
Hartminuutvolume
Wat verandert bij inspanning? Slagvolume → meer
bloed verplaatsen
, Foetale circulatie
Kind staat in verbinding met de moeder via buikwand.
Navelstrengslagader → zuurstofarm bloed naar moeder
Navelstrengader → zuurstof rijk bloed naar foetus →
onderste holle ader
Longen zijn nog in ontwikkeling
➔ Ovale venster = opening met slip tussen linker
en rechter atrium, er hoeft geen bloed naar
longen nu kan het meteen van rechts naar
links.
Groeit dicht bij de geboorte (voorkomen van
hartruis)
➔ Ductus arteriosus = snelle doorgang naar
aorta
Verschrompelt na de geboorte
➔ Ductus venosus = navelstreng verbinding met onderste holle ader.
Structuur van de bloedvaten
Arteria = vanaf hart → capillairsysteem
Vena = Vanaf cappillairsysteem → hart
Arteria:
- Elastischer → uitzetting compenseren
- Groter spierwand (glad spierweeefsel)→ harder knijpen
- Capillairen hebben hoge perifere weerstand, want bloeddruk neemt af in capillairen → meer
diffusie kan plaatsvinden.
Vena:
- Laag glad spierweefsel: trager, want veel druk verloren
- Kleppen: voorkomen terugstromen van het bloed
Algemeen
- Endotheel met basaal lamina
Regulatie bloeddruk
Oppervlakte neemt toe, daardoor de druk af.
Systolische druk = Bovendruk
Diastolische druk = onderdruk
In de arteria pulmonalis is de druk laag: de longen hebben een vergroting van het oppervlakte
Regulatie bloeddruk
- Vasoconstrictie (vernauwen) en vasodilatie (wijder worden)
- Stikstofmonoxide → opbouw → vasodilatie
- Endotheline (peptide) → vasoconstructie
- Zwaartekracht (van benden naar boven is moeilijker)
Transport voeding en afvalstoffen: evolutie
- Diffusie: Kleine organismen
- Gastrovasculaire ruimte: kwallen
- Open circulatie: Sprinkhaan → hart pompt vloeistof rond: dmv trachea
- Gesloten circulatie: hart pompt vloeistof rond
- Gesloten bloedsomloop
Enkelvoudig(bloeddruk kan laag worden) → vis, simpel hart: 1 Atrium en ventricle
- Dubbele bloedsomloop: reptielen en amfibieën
→ 2 Atriums en 1 ventricle
Krokodil: extra septum → duiken (geen gebruik van long gedeelte)
- Zoogdieren: dubbel met ons hart: 2 ventricles
Vogels convergent geëvolueerd
Hart
- Aorta: zuurstofrijk bloed vanaf hart naar:
➔ Truncus brachiocephalicus = naar hoofd toe
-Arteria carotis communis (links en rechts) = halsslagaders
-Arteria subclavia sinistra/dextra = bloedvaten naar de armen toe
➔ Aorta abdominalis = grote bloedvat dat zorgt voor bloed → buik en benen
- Zuurstofarm bloed
➔ Vena cava inferior / caudalis = onderste holle ader vanaf buik/benen
➔ Vena cava superior / rostralis = bovenste holle ader
➔ zuurstofarmbloed → longen → vena pulmonalis
- zuurstofarm bloed in rechter harthelft
➔ Rechter atrium
➔ Rechter ventricle
, ➔ Rechter longslagader (slagader zuurstofarm!!) = arteria pulmonalis dextra
➔ Linker longslagader (slagader zuurstofarm!!) = arteria pulmonalis sinistra
➔ longen
- Vena pulmonalis = zuurstof rijk bloed naar:
➔ Linker atrium
➔ Linker ventricle
Extra:
- Van arteria coronaria → Vena/Sinus coronaria: zuurstof voor hartcellen
- Arteria = vanaf hart → capillairsysteem
- Vena = Vanaf cappillairsysteem → hart
- Arteria met uitzondering (zuurstofarmbloed):
➔ Arteria pulmonalis
➔ Navelstrengslagader
Hartkleppen
- Tricuspidalisklep / AV klep = 3 slippen die samen een klep vormen
- Bicuspidalisklep / AV klep = 2 slippen die samen een klep vormen
- Av klep: zorgen ervoor dat het bloed niet teruggaat → druk opgebouwd kan worden in
ventricle
- Aortaklep = 3 halve maanvormige kleppen
- Pulmonalisklep = 3 halve maanvormige kleppen
- Links wordt de druk hoger gemaakt door de dikkere
wand → moet heel het lichaam door
,Hartslag
- Autonoom
- Hartcellen kunnen snel het elektrisch signaal doorgeven: intercalaireschijven en gapjunctions
→ zijn goed met elkaar verbonden
1. Signaal voor hart: nervus vagus → sinusknoop (SA node) → atria depolariseren
2. Vertraging bij AV node:
➔ Voorkomen dat boezem en kamer tegelijk samentrekken
➔ Tussen atria en ventricle is veel bindweefsel: annulus fibrosus (geen gapjunctions), dus
het moet wel naar sinusknoop
3. Signaal naar heart apex
4. Dmv purkinje vezels → signaal snel verspreiden door veel gapjunctions → signaal van
anterior naar posterior.
De hartcyclus
- Diastole = hartrust
- Atriumsystole = contractie atria
- Ventrikelsystole
• Lub = bloed dat ventrikel ingaat en AV klep dicht
• Dub = openslaan semilunaire klep
- Hart -cyclus, -frequentie, - slagvolume, -minuutvolume
• Hartfrequentie = slagen per minuut
• Slagvolume = volume dat naar buiten wordt gepompt
Gelijk per ruimtes
Hartminuutvolume
Wat verandert bij inspanning? Slagvolume → meer
bloed verplaatsen
, Foetale circulatie
Kind staat in verbinding met de moeder via buikwand.
Navelstrengslagader → zuurstofarm bloed naar moeder
Navelstrengader → zuurstof rijk bloed naar foetus →
onderste holle ader
Longen zijn nog in ontwikkeling
➔ Ovale venster = opening met slip tussen linker
en rechter atrium, er hoeft geen bloed naar
longen nu kan het meteen van rechts naar
links.
Groeit dicht bij de geboorte (voorkomen van
hartruis)
➔ Ductus arteriosus = snelle doorgang naar
aorta
Verschrompelt na de geboorte
➔ Ductus venosus = navelstreng verbinding met onderste holle ader.
Structuur van de bloedvaten
Arteria = vanaf hart → capillairsysteem
Vena = Vanaf cappillairsysteem → hart
Arteria:
- Elastischer → uitzetting compenseren
- Groter spierwand (glad spierweeefsel)→ harder knijpen
- Capillairen hebben hoge perifere weerstand, want bloeddruk neemt af in capillairen → meer
diffusie kan plaatsvinden.
Vena:
- Laag glad spierweefsel: trager, want veel druk verloren
- Kleppen: voorkomen terugstromen van het bloed
Algemeen
- Endotheel met basaal lamina
Regulatie bloeddruk
Oppervlakte neemt toe, daardoor de druk af.
Systolische druk = Bovendruk
Diastolische druk = onderdruk
In de arteria pulmonalis is de druk laag: de longen hebben een vergroting van het oppervlakte
Regulatie bloeddruk
- Vasoconstrictie (vernauwen) en vasodilatie (wijder worden)
- Stikstofmonoxide → opbouw → vasodilatie
- Endotheline (peptide) → vasoconstructie
- Zwaartekracht (van benden naar boven is moeilijker)