H7 Statistiek en beslissingen
Voorkennis
Proporties bij steekproeven
— Populatieproportie p van een kenmerk in de populatie is
— p=aantal elementen met het kenmerk / totaal aantal
elementen
— Steekproefproportie p̂ van een kenmerk in de steekproef
— p̂ =aantal elementen met het kenmerk / totaal aantal
elementen
Centrummaten en spreidingsmaten
— Centrummaten —> gemiddelde, mediaan en modus
— Spreidingsmaten —> spreidingsbreedte,
interkwartielafstand en standaardafwijking
7.1 Statistische verdelingen
Standaardverdelingen
— Symmetrische verdeling —> gem, mediaan en modus zijn
gelijk
— Scheve verdeling —> links scheef of rechts scheef waarbij
de staart aan de kant is van de naam
— Meertoppige verdeling —> meerdere toppen en de
standaardafwijking is relatief groot
— Uniforme verdeling —> elk waarnemingsgetal heeft
dezelfde frequentie
— Uitschieter of uitbijter —> waarnemingsgetal dat
opvallend afwijkt van de rest van de verdeling
De normale verdeling
— 2,5 – 13,5 – 34 – 34 – 13,5 – 2,5
7.2 Betrouwbaarheidsintervallen voor het
populatiegemiddelde
De verdeling van het steekproefgemiddelde
— Bij een steekproef van n objecten uit een normale
verdeling met gemiddelde u en standaardafwijking σ is het
steekproefgemiddelde — normaal verdeeld met
gemiddelde u en standaardafwijking σ gedeeld door wortel
van n
Betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde
— Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het
populatiegemiddelde is
— [X-2 * (S : wortel N),X + 2 * (S : wortel N)]
Voorkennis
Proporties bij steekproeven
— Populatieproportie p van een kenmerk in de populatie is
— p=aantal elementen met het kenmerk / totaal aantal
elementen
— Steekproefproportie p̂ van een kenmerk in de steekproef
— p̂ =aantal elementen met het kenmerk / totaal aantal
elementen
Centrummaten en spreidingsmaten
— Centrummaten —> gemiddelde, mediaan en modus
— Spreidingsmaten —> spreidingsbreedte,
interkwartielafstand en standaardafwijking
7.1 Statistische verdelingen
Standaardverdelingen
— Symmetrische verdeling —> gem, mediaan en modus zijn
gelijk
— Scheve verdeling —> links scheef of rechts scheef waarbij
de staart aan de kant is van de naam
— Meertoppige verdeling —> meerdere toppen en de
standaardafwijking is relatief groot
— Uniforme verdeling —> elk waarnemingsgetal heeft
dezelfde frequentie
— Uitschieter of uitbijter —> waarnemingsgetal dat
opvallend afwijkt van de rest van de verdeling
De normale verdeling
— 2,5 – 13,5 – 34 – 34 – 13,5 – 2,5
7.2 Betrouwbaarheidsintervallen voor het
populatiegemiddelde
De verdeling van het steekproefgemiddelde
— Bij een steekproef van n objecten uit een normale
verdeling met gemiddelde u en standaardafwijking σ is het
steekproefgemiddelde — normaal verdeeld met
gemiddelde u en standaardafwijking σ gedeeld door wortel
van n
Betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde
— Het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het
populatiegemiddelde is
— [X-2 * (S : wortel N),X + 2 * (S : wortel N)]