OEFENTENTAMEN
Onderwerp: Inleiding (6 vragen)
Vraag 1
Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn:
a. Deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
b. Deel van Nederland.
c. Een bijzondere gemeente.
Vraag 2
De democratische rechtsstaat waarborgt voornamelijk:
a. Rechtvaardigheid voor burgers.
b. Veiligheid van burgers.
c. Vrijheid van burgers.
Vraag 3
Wat zijn de drie kenmerken van een Staat?
a. Eigen grondgebied, eigen bevolking en uitoefening van macht/gezag
b. Eigen grondgebied, eenheid van taal en internationaal erkend.
c. Eigen grondgebied, eigen bevolking en internationaal erkend.
Vraag 4
In een democratie:
a. Is er altijd een gekozen staatshoofd.
b. Regeert het volk.
c. Is iedereen per definitie gelijk.
Vraag 5
Trias politica houdt in:
a. Scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
b. Scheiding van de macht over de Tweede Kamer, Eerste Kamer en regering.
c. Scheiding van de macht over Rijk, provincie en gemeente.
Vraag 6
Nederland is een:
a. Eenheidsstaat met federale kenmerken.
b. Eenheidsstaat.
, c. Federatie.
Onderwerp: Grondrechten (12 vragen)
Vraag 7
Vrijheid van meningsuiting is een...
a. Klassiek grondrecht.
b. Sociaal grondrecht.
c. Klassiek en een sociaal grondrecht.
Ga verder op de volgende bladzijde
Vraag 8
De vrijheid van onderwijs is een…
a. Klassiek grondrecht.
b. Sociaal grondrecht.
c. Klassiek en een sociaal grondrecht.
Vraag 9
Welke van de onderstaande stellingen is juist ten aanzien van klassieke
grondrechten? Klassieke grondrechten…
a. Waarborgen een vrije sfeer die de overheid op actieve wijze, door middel van
het stellen van regels, moet beschermen.
b. Waarborgen een vrije sfeer waarin de burger zich vrijelijk kan ontplooien. De
overheid heeft de plicht zich van bemoeienis met deze waarborgen te
onthouden.
c. Zorgen ervoor dat er een sociale gelijkheid en gerechtigheid heerst die de
overheid moet faciliteren.
Vraag 10
Welke van onderstaande stellingen is juist ten aanzien van sociale grondrechten?
Sociale grondrechten…
a. Leggen verplichtingen aan de overheid op om bepaalde zaken voor de burgers
te faciliteren.
b. Verbieden de overheid om zich zo met het sociale leven van de burger te
bemoeien.
c. Waarborgen een vrije sfeer die de overheid op actieve wijze, door middel van
Onderwerp: Inleiding (6 vragen)
Vraag 1
Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn:
a. Deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
b. Deel van Nederland.
c. Een bijzondere gemeente.
Vraag 2
De democratische rechtsstaat waarborgt voornamelijk:
a. Rechtvaardigheid voor burgers.
b. Veiligheid van burgers.
c. Vrijheid van burgers.
Vraag 3
Wat zijn de drie kenmerken van een Staat?
a. Eigen grondgebied, eigen bevolking en uitoefening van macht/gezag
b. Eigen grondgebied, eenheid van taal en internationaal erkend.
c. Eigen grondgebied, eigen bevolking en internationaal erkend.
Vraag 4
In een democratie:
a. Is er altijd een gekozen staatshoofd.
b. Regeert het volk.
c. Is iedereen per definitie gelijk.
Vraag 5
Trias politica houdt in:
a. Scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
b. Scheiding van de macht over de Tweede Kamer, Eerste Kamer en regering.
c. Scheiding van de macht over Rijk, provincie en gemeente.
Vraag 6
Nederland is een:
a. Eenheidsstaat met federale kenmerken.
b. Eenheidsstaat.
, c. Federatie.
Onderwerp: Grondrechten (12 vragen)
Vraag 7
Vrijheid van meningsuiting is een...
a. Klassiek grondrecht.
b. Sociaal grondrecht.
c. Klassiek en een sociaal grondrecht.
Ga verder op de volgende bladzijde
Vraag 8
De vrijheid van onderwijs is een…
a. Klassiek grondrecht.
b. Sociaal grondrecht.
c. Klassiek en een sociaal grondrecht.
Vraag 9
Welke van de onderstaande stellingen is juist ten aanzien van klassieke
grondrechten? Klassieke grondrechten…
a. Waarborgen een vrije sfeer die de overheid op actieve wijze, door middel van
het stellen van regels, moet beschermen.
b. Waarborgen een vrije sfeer waarin de burger zich vrijelijk kan ontplooien. De
overheid heeft de plicht zich van bemoeienis met deze waarborgen te
onthouden.
c. Zorgen ervoor dat er een sociale gelijkheid en gerechtigheid heerst die de
overheid moet faciliteren.
Vraag 10
Welke van onderstaande stellingen is juist ten aanzien van sociale grondrechten?
Sociale grondrechten…
a. Leggen verplichtingen aan de overheid op om bepaalde zaken voor de burgers
te faciliteren.
b. Verbieden de overheid om zich zo met het sociale leven van de burger te
bemoeien.
c. Waarborgen een vrije sfeer die de overheid op actieve wijze, door middel van