Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Psychopathologie 1.1b

Rating
-
Sold
2
Pages
30
Uploaded on
21-11-2022
Written in
2021/2022

Psychopathologie 1.1b. Alle aandoeningen hebben een apart kopje met daaronder de volgende onderwerpen verwerkt: DSM-V criteria, etiologie, prognose, behandeling, interventies en attitude.

Institution
Course

Content preview

Je kunt het belang van kennis over de psychische gesteldheid (het psychische welzijn) verwoorden:

Extramuralisering  Er wordt naar gestreefd psychiatrische patiënten buiten de muren van een kliniek de
zorg te bieden die zij nodig hebben. Daarom zijn klinische opnames en langdurig verblijf in instellingen
gedeeltelijk vervangen door minder intensieve vormen van zorg (zoals dagbehandeling, beschermde
woonvormen en psychiatrische thuiszorg). Dat zorgt voor een verbreding van werkterrein van de
verpleegkundige.

Werkvelden van verpleegkundige:

 Thuiszorg
 Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ)
 Jeugdzorg / Jeugdpsychiatrische Kliniek
 Verslavingskliniek
 Algemeen Psychiatrische Ziekenhuizen (APZ)
 Breed geïntegreerde GGZ-instelling

Verpleegkundige  Professionals die ondersteunen bij het zelfmanagement van patiënten, hun naasten en
hun sociale netwerk met als doel behouden of verbeteren van het dagelijks functioneren in relatie tot
gezondheid, ziekte en kwaliteit van leven.

 Vaststellen resultaten/doelen
 Uitvoering
 Evaluatie

Indeling in de GGZ:

 Derdelijns zorg  Academische ziekhuizen en specialistische centra (toegankelijk na verwijzing vanuit
eerste- of tweelijn).
 Tweedelijns zorg  Ziekenhuis, Riag, andere GGZ instellingen, etc. (toegankelijk na verwijzing vanuit
eerstelijns)
 Eerstelijns zorg  Huisarts, maatschappelijk werk, Bureau Jeugdzorg, Thuiszorg (direct toegankelijk)
 Nuldelijns hulp  Pastorale begeleiding, mantelzorg, consultatiebureau, GGD (direct toegankelijk)



Je kunt de verschillende concepten rondom psychiatrische stoornissen in het grotere geheel plaatsen:

Definitie psychopathologie  Het gebied binnen de psychiatrie en psychologie dat zich bezighoudt met het
beschrijven van de diverse vormen van afwijkende emoties, gedachten en afwijkend gedrag.

Psychische (psychiatrische) stoornis  Een geheel van afwijkende emoties, gedachten of gedragspatronen
dat wordt gekenmerkt door een storing in het dagelijks sociaal functioneren van een persoon.

Wat is afwijkend gedrag?

 Uitzonderlijk
 Sociaal afwijkend
 Foute perceptie of interpretatie van de realiteit
 Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon
 Ongepast of contraproductief (averechts, nutteloos) gedrag
 Gevaar

Afwijkend gedrag kan dus op verschillende manieren gedefinieerd worden. Over de grens tussen ‘’normaal’’
en ‘’afwijkend’’ wordt veel gesproken in de wereld van de geestelijke gezondheidszorg en de maatschappij in
het algemeen.

, Symptomen  Specifieke kenmerken of eigenschappen die passen bij een bepaalde stoornis.

Houd rekening met transdiagnostische factoren:

 Gelijke symptomen bij verschillende stoornissen.
o Angstgevoelens en slaapproblemen bij depressie, psychotische stoornis en angststoornis.
 Gelijke gedragingen bij verschillende stoornissen.
o Verslavingsgedrag, vermijdingsgedrag en dwangmatige handelingen bij verschillende
stoornissen.
 Gelijke psychologische factoren
o Zoals de aanwezigheid van een negatief zelfbeeld, aandacht en geheugen, perfectionisme en
motivationele problemen bij verschillende stoornissen.

Etiologie  Dit is de oorzakenleer, de ontstaansgeschiedenis.

Biologische factoren Psychologische factoren Socioculturele factoren
Neurotransmitters, genetische Invloed van leerervaringen, Invloed van maatschappelijke
factoren en hersenstructuren als hindernissen in zelfacceptatie en fenomenen als familie, school,
grondslagen voor afwijkend gedrag. zelfbewustzijn; verkeerd denken en vriendschappen, hobby,
onbewuste conflicten (ervaringen uit maatschappij en financiën als
kindertijd) als grondslagen van grondslagen van afwijkend gedrag.
afwijkend gedrag. Het gaat hier om omgevingsfactoren.
Biopsychosociaal model  Het biopsychosociale perspectief kijkt naar het samenspel van biologische,
psychologische en socioculturele factoren in de ontwikkeling van afwijkend gedrag.

Prognose  Het vermoedelijke verloop van de stoornis. Psychische stoornissen kunnen kort (acute
angststoornis) of levenslang van invloed zijn op het leven (Schizofrenie). Afhankelijk van belemmerde en
bevorderende factoren als: het type stoornis, vroege/late opsporing, leeftijd, omgeving, veerkracht,
capaciteiten cliënt en behandeling.

Behandelingen

 Psychotherapeutische en sociale interventies  De behandeling bestaat uit één of meer gesprekken
of behandelsessies tussen patiënt en therapeut.
 Biomedische interventies  Inspelen op de biologische factoren, bijvoorbeeld medicatie,
lichttherapie en elektroshocktherapie.

Verpleegkundige interventies en attitude  Een behandeling die door een verpleegkundige op grond van een
deskundig oordeel en klinische kennis (evidence-based) wordt uitgevoerd, om zo de situatie van de cliënt te
bevorderen. Er zijn interventies die de verpleegkundige in opdracht van of samen met een andere discipline
uitvoert. Een verpleegkundige interventie kan ook voort komen uit een verpleegkundige diagnose.



Je kunt het nut van het gebruik van de DSM-V toelichten:

Diagnosticeren in de psychiatrie:

 Geen mens is hetzelfde; problemen manifesteren zich verschillend en de beleving van elk mens is
persoonlijk.
 Testen minder objectief; (vaak) geen bloedonderzoek of MRI, maar diagnose door observatie
 Variatie en overlap in ziekteverschijnselen en beloop van de problemen.
 Er is al wetenschappelijk bewijs, maar heel veel weten we (nog) niet.

DSM-V (DSM-5)  Hierin staan alle psychiatrische stoornissen die we kennen. Bij al die stoornissen staan
classificeringregels: ‘’de patiënt moet voldoen aan deze gedragskenmerken’’.

,Volgens DSM-V moet er sprake zijn van:

 Emotioneel en persoonlijk leiden (of van de omgeving)
 Ernstige belemmeringen in functioneren (werk, gezin, maatschappij)
 Belemmering houdt langere tijd aan en past niet in een normale reactie binnen een bepaalde
(culturele) context.

Voordelen gebruik DSM-V:

 Bevordert eenduidigheid; diagnose worden gesteld na grondig psychiatrisch onderzoek op basis van
specifieke diagnostische criteria.
 Belangrijke beslissingen kunnen worden genomen; behandeling en medicijnengebruik.
 Statistic; gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken (EBP). Het is een verzameling van de meest
recente ontwikkelingen op wetenschappelijk gebied.
 Stimuleert professionele; het bevordert de objectiviteit in waarneming en vermindert de kans op
interpretaties vanuit een eigen referentiekader. Stimuleert professioneel taalgebruik; professionals
spreken dezelfde taal.
 Vermindert kans op kokervisie; een verzameling van alle geclassificeerde stoornissen geeft overzicht.

Nadelen gebruik DSM-V:

 Er wordt teveel nadruk gelegd op symptomen die binnen de cliënt afspelen en te weinig nadruk op
externe invloeden op gedrag. Er is weinig aandacht voor de interactie met de omgeving.
 Veel symptomen zijn transdiagnostisch; ze overlappen in verschillende psychische stoornissen.
 Gericht op het categoriseren (wel of niet aanwezig zijn van stoornis) in plaats het beschrijven van
sterktes en zwaktes in het gedrag van de cliënt. De dimensionele classificatie (uitersten op een
spectrum) mist.
 Stigmatisering (sticker plakken, in hokje plaatsen); van een verkregen diagnose kom je moeilijk af.
Problemen zijn dynamisch en kunnen variëren in de tijd.
 Hoofdzakelijk een westerse inslag, waarmee weinig rekening wordt gehouden met culturele
verschillen.



Je kunt de belangrijke psychiatrische functies benoemen en in hoofdgroepen rangschikken:

Status mentalis (verpleegkundige anamnese)  Een systemische weergave van de informatie over de
klachten en verschijnselen die worden verkregen uit het bevragen, observeren en testen. Je beschrijft drie
hoofdgroepen: cognitieve, affectieve en conatieve functies:

 Cognitieve functies (kennen en kunnen)  Functies die te maken hebben met het verwerken van
informatie. Functies zoals waarneming, aandacht, concentratie, geheugen, oriëntatie en
vaardigheden.
o Bewustzijn, aandacht en oriëntatie
o Geheugen
o Intellectuele functies (taal)
o Waarneming
o denken
 Affectieve functies (voelen)  Omvat de stemming, het affect, suïcidaliteit en de lichaamsbeleving.
Het heeft in ieder geval te maken met het ervaren of tonen van een emotie (emotieregulatie en
emotieherkenning).
o Stemming en affect
o Somatische klachten en verschijnselen

,  Conatieve functies (willen)  De wilskracht, inspanning en uiting daarvan in het gedrag van een
persoon.
o Psychomotoriek
o Mimiek en gestiek
o Spraak
o Motivatie en gedrag



Schizofrenie

 Een chronische, psychotische stoornis die wordt gekenmerkt door verstoringen van het gedrag, het
denken, de emoties en de waarnemingen.

DSM-V criteria

A. Twee (of meer) van de volgende symptomen moeten tenminste een maand aanwezig zijn. Ten minste
één van deze symptomen moet 1,2 of 3 zijn:
 Hallucinaties
 Wanen
 Ongestructureerde spraak
 Sterk ongeorganiseerd en katatonisch gedrag
 Negatieve symptomen
B. Disfunctioneren op één of meer belangrijke terreinen (werk, relatie, etc.)
C. Ten minste half jaar aanhoudende tekenen van de stoornis.

Positieve symptomen Negatieve symptomen
Worden toegevoegd aan de normale situatie: Hebben betrekking op het verlies of
- Hallucinaties verslechtering van de normale functies en
- Wanen (inhoudelijke denkstoornis) vaardigheden. Blijven vaak langdurig
- Ongestructureerd denken en spraak (formele denkstoornis) belemmerend voor de patiënt.
- Gedesorganiseerd of katatoon gedrag


Hallucinaties – waarnemingsstoornis

 Zintuigelijke waarneming in afwezigheid van externe prikkeling.

 Auditief of akoestisch (horen)
 Visueel of optisch (zien)
 Tactiel of haptisch (voelen)
 Olfactorische hallucinaties (reuk/proeven)

Wanen – inhoudelijke denkstoornis

 Wanen vormen een verstoorde, niet met de werkelijkheid overeenkomende, inhoud van denken.
Verkeerde interpretaties van de werkelijkheid.

 Grootheidswaan  Opgeblazen beeld van de eigenwaarde, macht, kennis, identiteit, of over het
hebben van een speciale relatie met een godheid of beroemd persoon.
 Jaloersheidswaan  De liefdespartner ontrouw is.
 Betrekkingswaan  Alles wat er gebeurt op zichzelf betrekt.
 Achtervolgingswaan of paranoïde  Betrokkene of dierbare wordt aangevallen, getreiterd,
bedrogen, achtervolgd, of dat er een samenzwering tegen de betrokkene gaande is.
 Somatische waan  Geloven dat je allerlei ziektes hebt

,  Beïnvloedingswaan  Iemands gevoelens, impulsen, gedachten of handelingen ervaart alsof ze
worden beheerst door een macht van buitenaf, in plaats van door de betrokkene zelf.

Ongestructureerd denken en spreken – formele denkstoornis

 Chaotische en onlogische manier van denken, waarbij niet alleen de inhoud maar ook de vorm of structuur
van het gedachtenproces verstoord is. Het tempo en samenhang van het denken is verstoord.

Ongestructureerd denken is vaak te observeren in ongestructureerd spreken:

 Losse associaties ‘’van de hak op de tak springen’’
 De draad van het verhaal kwijt raken
 Onlogische verbanden leggen
 Chaotisch of incoherent (niet te volgen) spraakpatroon
 In ernstige gevallen kan de spraak volledig onsamenhangend of onbegrijpelijk zijn.
 Patiënten zijn zich meestal niet bewust dat hun gedachten en gedrag vreemd lijken.
 Neologismen: Zelf bedachte woorden die voor anderen geen of weinig betekenis hebben.
 Wortsalat (woordsalade): Het aan elkaar rijgen van woorden of geluiden of basis van rijm.

Gedesorganiseerd of katatoon gedrag

 Gedesorganiseerd gedrag kan allerlei vormen aannemen, van kinderlijke ‘’gekkigheid’’ tot onvoorspelbaar
agitatie (prikkelbaar, verward, gespannen).

 Verzet tegen instructies
 Aannemen en vasthouden bizarre lichaamshouding
 Wasachtige buigzaamheid
 Gebrek aan verbale of motorische responsen
 Herhaalde stereotype bewegingen als: staren, grimassen, echolalie (napraten), echopraxie
(bewegingen van anderen nadoen)

Negatieve symptomen hebben betrekking op het verlies of verslechtering van de normale functies en
vaardigheden. Blijven vaak langdurig belemmerend:

1. Affectieve vervlakking Emotionele reacties of uitdrukking is minder sterk of afwezig
2. Initiatiefverlies  Vermindering van het zelfstandig komen tot handelingen.
3. Apathie  Gebrek aan emotie, motivatie, of enthousiasme.
4. Alogie  Afname spraakproductie, spraakarmoede.
5. Anhedonie  Verminderd vermogen om te genieten, minder plezier ervaren.
6. Sociale teruggetrokkenheid  Verminderd initiatief tot interacties met andere mensen.

Bijkomende kenmerken:

 Verstoorde stemming: depressie, boosheid
 Verstoord slaappatroon
 Gebrek aan belangstelling voor voedsel
 Angsten en fobieën
 Cognitieve belemmering: achteruitgang declaratieve geheugen, werkgeheugen, taal- en executieve
functies en langzamer werktempo.
 Concentratie- en aandachtsproblemen
 Gebrek aan ziektebesef




Etiologie

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 21, 2022
Number of pages
30
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$8.98
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
bkohler Hogeschool van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
4 year
Number of followers
8
Documents
7
Last sold
1 year ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions