samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 5
keer goed door te lezen
Biologie samenvatting per dag, Herhaal dit 2
t/m 5 keer. Succes met
Par. 2.1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen het leren.
Leerdoel 1: Je kunt de functies van voedingsstoffen en
voedingsvezel in voedingsmiddelen noemen.
Leerdoel 2: Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun
functies en kenmerken.
Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt. Voedingsmiddelen
bevatten allerlei voedingsstoffen.
Voedingstoffen zijn bruikbare bestandsdelen van voedingsmiddelen.
Onbruikbare bestanddelen verlaten je lichaam.
Dierlijke voedingsmiddelen zijn delen van dieren (vlees, vis) en
producten van dieren (eieren en zuivelproducten, bijv. melk, boter, kaas
en yoghurt).
Plantaardige voedingsmiddelen bevatten voedingsvezels.
Functie voedingsvezel: Darmbeweging en stoelgang bevorderen.
Zes groepen voedingsstoffen (Op volgorde van moeilijk tot
makkelijk te verteren.):
1. Koolhydraten (zetmeel/suikers)
2. Vetten
3. Eiwitten
4. Mineralen (zouten)
5. Vitaminen
6. Water
Op volgorde van moeilijk tot makkelijk te verteren.
Door te weinig van deze stoffen te hebben kan je ziek worden.
Functies voedingsstoffen:
Bouwstoffen: Worden gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels,
groei en ontwikkeling, vervanging en herstel.
Brandstoffen: Leveren energie, verrichten van arbeid en op peil houden
van lichaamstemperatuur.
Reservestoffen: Worden opgeslagen in bepaalde delen van je lichaam.
Beschermende stoffen: Om te voorkomen dat je ziek wordt.
De zes groepen voedingsstoffen en hun functie:
Eiwitten: vooral bouwstof, maar ook brandstof; bij een te grote
hoeveelheid kan het worden omgezet in vet als reservestof.
Koolhydraten: vooral brandstof, ook bouwstof; en een teveel wordt
omgezet in vet als reservestof.
Vetten: vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof.