Ethiek is een vakgebied dat zich bezighoudt met een kritische
reflectie op het moraal. Het moraal zijn onze opvattingen over hoe
wij ons horen te gedragen.
Morele vragen gaan dus over de vraag hoe wij ons in het algemeen
horen te gedragen; mag je liegen? Mag je vreemd gaan? Etc.
2. Normen en waarden [H2]
De opvattingen over wat goed en fout is liggen in onze morele
uitgangspunten: normen en waarden.
- Waarden zijn begrippen waarmee we uitdrukken wat we het doel
vinden van goed gedrag, zoals: vrede, eerlijkheid, etc. (Meestal 1
woord!)
- Normen zijn gedragsregels die nodig zijn om de waarden te
realiseren, dus:
je moet vredig zijn; je hoort de waarheid te spreken, etc.
Normen kunnen positief (geboden) geformuleerd zijn: je hoort
waarheid te spreken
Normen kunnen negatief (verboden) geformuleerd zijn: gij zult niet
liegen
3. Deugden [H2]
Een deugd is een karaktereigenschap/houding die leidt tot goed
gedrag. Je kan dus ook iets ‘slechts’ doen om iets ‘goeds’ te
bereiken. In totaal zijn er 7 deugden. De 4 kardinale deugden zijn
‘waar het om draait’:
- Wijsheid
- Rechtvaardigheid
- Moed
- Gematigdheid
De overige 3 zijn theologische deugden:
- Geloof
- Hoop
- Liefde
4. Ethische theorieën [H2]
1) Deugdenethiek van Aristoteles. Hij maakte onderscheid tussen:
- Wetenschappelijke kennis
- Vakkennis
- Praktische wijsheid
De deugdenethiek redeneert vanuit deugden; het gaat om de
intentie.
Lieg je om de ander te helpen of uit eigen belang?
2) Plichtsethiek; redeneert vanuit normen. Je mag dus nooit
liegen.