V6-HOOFDSTUK 2: LANDSCHAPZONES
Heleen Osse
Gymnasium Bernrode
, 2
Aardrijkskunde hoofdstuk 2: Landschapszones
Paragraaf 2: Het landschap als dynamisch systeem
In een zomergroenloofwoud zijn verschillende voedsel-, energie- en waterstromen die het bos in leven
houden. De voedingsstoffen worden door de voedselkringloop gerecycled. Ze worden opgeslagen op 3
plekken:
In het levende organische materiaal van de bomen
In het dode organische materiaal op de grond
In de zwarte humuslaag in de bodem (Het bovenste deel van de grond waar planten in wortelen
en dat in meer of mindere is verkleurd door organisch materiaal en uitspoeling)
Ontstaan van humus Wanneer het organisch materiaal maar half wordt afgebroken. Humus bevat
veel voedingsstoffen en kan water goed vasthouden.
In andere bossen verlopen ook deze processen maar er zijn ook verschillen, die worden veroorzaakt
door temperatuur, plantensoorten en de vochtigheid.
Tropisch regenwoud Naaldwoud
o Snel proces o Langzaam proces
o Hoge temperaturen o Lage temperaturen
o Hoge vochtigheid o Lage vochtigheid
o Continue groeiseizoen o Kort groeiseizoen
Opvallend is de rode bodem, waarin de Door de lage temperaturen ligt het vormen
humus ontbreekt. Er is daar sprake van een en afbreken van voedingsstoffen vaak stil.
snelle mineralisatie= Het proces waarbij Daardoor ontstaat er een dikke laag met
plantenmateriaal wordt afgebroken. organisch afval.
De voedingsstoffen die daarbij vrijkomen, Door de lage verdamping zal een groot deel
worden meteen weggespoeld door de regen, van de neerslag in de grond zakken, en zo de
en kunnen zo dus niet in de grond komen voedingsstoffen uitspoelen. Uitspoeling
Tropische bodems dus onvruchtbaar! wordt nog bevorderd doordat afbraak van
naalden zorgt voor een zure bodem
Tropische bodem heeft rode kleur want:
- Afwezigheid van humus
- Chemische verwering waarbij het
ijzer in de grond gaat oxideren
Dat deze processen in ieder bos anders verlopen ligt aan het klimaat. Naast het klimaat worden de
verschillen ook veroorzaakt door de verschillende ondergrond. De grondsoort, hoogteligging en het
reliëf hebben invloed op de manier waarop geofactoren op elkaar inwerken. Geofactoren= De
onderdelen van een landschap die op elkaar inwerken en samen de processen aan en het uiterlijk van
het aardoppervlak bepalen. Zodra een onderdeel van het systeem verandert, veranderen de andere
onderdelen ook.