Hoofdstuk 3: de Verzorgingsstaat
Paragraaf 1:
Is de verzorgingsstaat nog wel te betalen?
De overheid kan en wil niet alles betalen
- Overheidskosten nemen ieder jaar toe
- Meer marktwerking, zoals in de zorg
- Meer particulier initiatief, zoals mantelzorgers
Verdeling goederen en diensten in de samenleving door deze drie reguleringsmechanismen
Welfare triangle:
Markt Liberalen Overheid Sociaaldemocraten
Vrijheid Gelijkheid
wederkerigheid Voor iedereen beschikbaar
Eigen
verantwoordelijkheid
Particulier initiatief Christendemocraten
Naastenliefde/solidariteit
Iets voor een ander over hebben
, Paragraaf 2:
Start verzorgingsstaat
- Begonnen met Kinderwet van Samuel van Houten in 1874
Waarom een verzorgingsstaat?
3 theorieën in je boek
- Socioloog de Swaan; industrialisatie, interdependentie, externe effecten en dilemma
van collectieve actie.
- Rol van de arbeidersbeweging (vakbonden en politieke partijen)
- Beschavingsoffensief gegoede burgerij
Industrialisatie; eind 19e eeuw ontstaan, met als gevolg arbeidsverdeling
Opkomst van de lopende band, je bent een radertje in het geheel.
Interdependentie; onderlinge of wederzijdse afhankelijkheid.
Is gedurende de tijd enorm toegenomen. WE kunnen niet zonder andere (denk aan de
lopende band).
Externe effecten; iemands gedrag heeft (negatieve) gevolgen voor anderen
Voorbeeld: Coronaregels overtreden, kan veel gevolgen hebben voor anderen.
Dilemma van collectieve actie; individuele keuzes leiden tot collectief ongewenste gevolgen.
Overheidswetgeving kan dit dilemma doorbreken, bijvoorbeeld de avondklok bij Corona.
De Swaan; verzorgingsstaat is er dus in de eerste plaats niet voor de mensen met
problemen, maar voor de samenleving als geheel. Geen betutteling maar noodzaak!
1866: opheffing verbod organisatie van arbeiders.
Eerste vakbonden ontstonden en even later eerste politieke partijen voor arbeiders.
Andere politieke partijen stemden uit angst voor revolutie in met betere sociale wetgeving.
Beschavingsoffensief
Sociale verschillen tussen rijk en arm waren eind 19e eeuw groot, materieel en immaterieel
(waarden en normen). Fabriekseigenaren gingen hun arbeiders opvoeden.
Nu 4 functies verzorgingsstaat
- Verzorgingsfunctie (hulp)
- Verzekeringsfunctie (minimum)
- Verheffingsfunctie (ontplooien)
- Verbindingsfunctie (sociale cohesie)
Paragraaf 1:
Is de verzorgingsstaat nog wel te betalen?
De overheid kan en wil niet alles betalen
- Overheidskosten nemen ieder jaar toe
- Meer marktwerking, zoals in de zorg
- Meer particulier initiatief, zoals mantelzorgers
Verdeling goederen en diensten in de samenleving door deze drie reguleringsmechanismen
Welfare triangle:
Markt Liberalen Overheid Sociaaldemocraten
Vrijheid Gelijkheid
wederkerigheid Voor iedereen beschikbaar
Eigen
verantwoordelijkheid
Particulier initiatief Christendemocraten
Naastenliefde/solidariteit
Iets voor een ander over hebben
, Paragraaf 2:
Start verzorgingsstaat
- Begonnen met Kinderwet van Samuel van Houten in 1874
Waarom een verzorgingsstaat?
3 theorieën in je boek
- Socioloog de Swaan; industrialisatie, interdependentie, externe effecten en dilemma
van collectieve actie.
- Rol van de arbeidersbeweging (vakbonden en politieke partijen)
- Beschavingsoffensief gegoede burgerij
Industrialisatie; eind 19e eeuw ontstaan, met als gevolg arbeidsverdeling
Opkomst van de lopende band, je bent een radertje in het geheel.
Interdependentie; onderlinge of wederzijdse afhankelijkheid.
Is gedurende de tijd enorm toegenomen. WE kunnen niet zonder andere (denk aan de
lopende band).
Externe effecten; iemands gedrag heeft (negatieve) gevolgen voor anderen
Voorbeeld: Coronaregels overtreden, kan veel gevolgen hebben voor anderen.
Dilemma van collectieve actie; individuele keuzes leiden tot collectief ongewenste gevolgen.
Overheidswetgeving kan dit dilemma doorbreken, bijvoorbeeld de avondklok bij Corona.
De Swaan; verzorgingsstaat is er dus in de eerste plaats niet voor de mensen met
problemen, maar voor de samenleving als geheel. Geen betutteling maar noodzaak!
1866: opheffing verbod organisatie van arbeiders.
Eerste vakbonden ontstonden en even later eerste politieke partijen voor arbeiders.
Andere politieke partijen stemden uit angst voor revolutie in met betere sociale wetgeving.
Beschavingsoffensief
Sociale verschillen tussen rijk en arm waren eind 19e eeuw groot, materieel en immaterieel
(waarden en normen). Fabriekseigenaren gingen hun arbeiders opvoeden.
Nu 4 functies verzorgingsstaat
- Verzorgingsfunctie (hulp)
- Verzekeringsfunctie (minimum)
- Verheffingsfunctie (ontplooien)
- Verbindingsfunctie (sociale cohesie)