Een aantal Mindmaps op de pagina’s hierna.
Hoofstuk 7 staat niet in deze Mindmaps.
De vragen lopen van laatste hoofdstuk naar eerste.
, Definitie interesses: Stabiele, langdurige aandacht voor een bepaald object RIASOC-model
en/of omgeving + Een gevoel van nieuwsgierigheid en volharding in het
betrokken zijn bij taken en activiteiten die met het object/omgeving in
Realistische interesse bv. werken met dingen, apparaten of H11
buitenwerkzaamheden
verband staan + Ongeacht of dit ingewikkeld of onduidelijk is
Intellectuele interesse bv. wetenschappelijke activiteiten zoals analyse of
Interesses sturen perceptie, richten de aandacht en verdiepen cognitieve
observatie
verwerking. Interesses zijn sterk verbonden met zelfconcept en sociale rollen.
De socioculturele context bepaalt hoe mensen hun interesses vormgeven via Artistieke interesse bv. schrijven, visuele en uitvoerende kunsten
scrips, normen, narratieven/verhalen en (gender)rollen. (dama/muziek/dans), willen maken mooie dingen
Kenmerken beroepsinteresses: Interesses hebben de kenmerken van een trait: Ondernemende interesse bv. activiteit, mensen willen aansturen om doelen te
stabiele eigenschappen over tijd en situaties…. Beroepsinteresses zijn bereiken, iets (willen) ondernemen
gebonden aan werkomgeving (object) en richten zich op het uitvoeren van
voorkeursactiviteiten die samenhangen met de werkomgeving……. Sociale interesse bv. willen helpen van mensen
(beroeps)interesses beïnvloeden werkgedrag, verhogen de motivatie om Conventionele interesse bv. willen werken in goed en duidelijk gestructureerde
werkactiviteiten uit te voeren en het zoeken naar mogelijkheden om relevante zakelijke omgevingen volgens vaste principes en regels
kennis en vaardigheden voor het uitvoeren van die activiteiten te vergroten.
Het vinden van een congruente match tussen persoon en omgeving staat
trait complexes: clustering van cognitieve, non-cognitieve eigenschappen om centraal in Hollands RIASOC-model. Bij voldoende congruentie (zo hoog
verschillen tussen mensen te omschrijven mogelijk is streven) vormen interesses een drijvende kracht achter korte en
aanleg behoorlijk bepalend bij interesses. ervaringen kunnen wel invloed lange termijn prestaties in werk en studie-omgevingen.
uitoefenen op de ontwikkeling van interesses. Maar factoranalytisch onderzoek leverde niet de verwachte zes-factoroplossing
Realistische en conventionele interesses stijgen in de volwassenheid bij op. Prediger 2 dimensies: Werken met dingen (mannen voorkeur) V.S. werken
vrouwen met mensen (vrouwen voorkeur). Werken met gegevens/data V.S. werken met
ideeën.
Bij een interesse ben je altijd geïnteresseerd in iets. Je bent niet alleen maar
geïnteresseerd zoals dat je extravert bent (verschil met Holland: Mensen zoeken een werkomgeving waarin ze hun interesse kunnen
persoonlijkheidskenmerken). Dit is complex cognitief-emotioneel- laten zien. Dit doen ze met anderen die de interesse delen. Beide punten zijn
gedragsgerichte identiteitsomschrijving (complex samenspel van hoe, wat, person-environment fit-benadering
waar-vragen met eigenschappen en interacties). De HZO is een loopbaankeuze instrument die op grond van theorie van Holland
Health Science (wetenschappelijk), Creative Expression (artistiek), Technology ontwikkeld is. De HZO bevat vragen over: Activiteiten (wat wil ik doen),
(technologisch), People (mensgericht), Organization (gestructureerd), Beroepen (welk beroep lijkt mij aantrekkelijk), Vaardigheden die ik denk te
Influence (invloed uitoefenen), Nature (natuur, ecologie interesse), Things hebben, Eigenschappen die ik denk te hebben. Doelen: Onderzoeken
(mechanica, constructie en transport). mogelijkheden, Zekerheid bieden over loopbaankeuze, Vergroten van
zelfkennis