Ontwikkelingspsychologie: gaat over de vraag hoe en waarom het denken, voelen en het gedrag
veranderen tijdens de verschillende levensfases.
Nature: we worden allemaal geboren met een bepaalde aanleg
Nurture: rol van de omgeving. geloof, cultuur.
ontwikkelingsgebieden:
1. Lichamelijk
2. motorische ontwikkeling
3. cognitieve ontwikkeling
4. sociaal emotionele ontwikkeling
5. seksueel/ sensueel ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling:
ontwikkeling van je denkvermogen, leren onthouden en begrijpen. Cognitieve schema’s. assimilatie.
leren onthouden het oplossen van problemen en intelligentie.
Prenatale ontwikkeling:
De periode tussen de conceptie en de geboorte. Kind bereid zich voor op een onafhankelijk leven
buiten de baarmoeder.
Sociaal emotionele ontwikkeling:
Morele ontwikkeling:
Hechting: ontwikkeling van een hechte emotionele band tussen het kind en een ouder figuur. Dit is
belangrijk voor de andere hechte relaties in iemand leven.
- Veilige hechting: kinderen zijn in tegenstelling tot onveilige hechting ontspannen en op hun
gemak bij hun verzorgers en die verdraagzaam zijn tegenover vreemde en nieuwe
ervaringen.
- Verlatingsangst: veel voorkomend patroon van angst dat wordt waargenomen bij jonge
kinderen die worden gescheiden van hun ouder of verzorger.
- Angstig-ambivalente hechting: een van de twee primaire reactiepatronen bij onveilig
gehechte kinderen, waarin het kind een contact met de ouder verzorger extreem veel
verdriet vertoond wanneer het gescheiden word en is moeilijk te troosten wanneer herenigd.
- Angstig- vermijdend hechting: waarin een kind geen interesse toont in contact met de
verzorger en gene verdriet laat zien wanneer het van de verzorger word gescheiden, noch
blijdschap wanneer het herenigd.
- Gedesoriënteerd en desoriënterend hechtingspatroon: kinderen met dit reactiepatroon
vertonen inconsistent en tegenstrijdig gedrag.
Psychosociale ontwikkeling: 8 psychosociale stadia
, Cognitieve ontwikkeling:
- Assimilatie: psychologisch proces waarbij de nieuwe informatie in bestaande schema’s word
opgenomen.
- Accommodatie: is een proces waarbij de schema’s worden veranderd of aangepast om
nieuwe informatie te kunnen opnemen.
1. Sensomotorische fase (0-2 jaar): ontdekken de wereld primair via hun zintuigen en
motorische handelingen. Dit vergt weinig denk werk sensomotorische intelligentie.
Kinderen ontwikkelen dan objecttherapie en doelgericht gedrag. Ook vormen kinderen in
die fase mentale representatie.
2. Pre operationele fase (2-7 jaar): op die leeftijd ontwikkeld een kind
egocentrisme kinderen zien alleen hun zelf.
Animistisch denken het geloof dat levenloze objecten een leven hebben en mentale
processen kennen.
Centratie het onvermogen om een gebeurtenis helemaal te begrijpen omdat de aandacht
op een klein onderdeel is gericht.
Irreversebiliteit/ onomkeerbaarheid het onvermogen om een reeks gebeurtenissen of
stappen te doordenken die deel uitmaken van de oplossing van een probleem om vervolgens
om te draaien.
3. Concreet- operationele fase ( 7-12 jaar): in deze fase leren ze begrijpen dat een laag, breed
evenveel sap kunnen hebben.
Conservatie nieuw inzicht krijgen in de manier waarop volume wordt geconserveerd.
Op die leeftijd zijn kinderen in staat tot het uitvoeren van logische operaties bezitten
vaardigheden om problemen op te lossen.
4. Formeel- operationele fase ( vanaf 12 jaar): op die leeftijd word het abstract redeneren en
hypothetisch denken ontwikkeld
Opvoedstijlen:
- Of het een goede opvoedstijl is hangt af van
Cultuur
Moment/situatie
Sociale achtergrond
Goodness of fit: goede match tussen het temperament van het kind en zijn omgeving
1. Autoritair:
- Eisen aanpassing en gehoorzaamheid
- Afdwingen naleven regels, dreiging straf
- Geen discussie mogelijk
2. Autoritatief:
- Hoge verwachtingen/ normen
- Consequenties gekoppeld aan waar wording van de verwachtingen.
- Combi van warmte en respect en respect voor opvattingen van het kind.
3. Permissief:
- Weinig regels, eigen beslissingen
- Zorgzaam en communicatief
- Grote verantwoordelijkheid voor de besluitvorming van kinderen.