Hoofdstuk 2 Superslurpers!
Paragraaf 2.1 Lekker luieren?
Materiaalkunde
Bij een superslurper gaat het om de relatie van de structuurkenmerken op microniveau met
het grote vochtopnemend vermogen op macroniveau.
Welke stoffen kunnen veel vocht opnemen?
Natriumacetaat is een zout.
De formule is Na+CH3COO- (s).
Polypropeen is een macromolecuul en bestaat uit een hele lange keten van koolstof- en
waterstofatomen.
Het molecuul heeft een repeterende eenheid.
De repeterende eenheid wordt meestal tussen haken gezet.
De ‘n’ is doorgaans een getal in de orde van enkele honderden tot duizenden
repeterende eenheden.
De chemische naam van de superslurper is natriumpolyacrylaat is een macromolecuul.
Paragraaf 2.2 Elektronegativiteit
Elektronegativiteit: de maat voor de aantrekkingskracht van een atoomsoort op het
gemeenschappelijk elektronenpaar.
Deze aantrekkingskracht wordt veroorzaakt doordat de positieve kern van een
atoomsoort de tegengestelde lading van de elektronen aantrekt.
Elektronegativiteit wordt weergegeven met een getal.
Hoe groter het getal, hoe groter de aantrekkingskracht.
Elektronegativiteit in binastabel 40 A!!
Elektronegativiteit berekenen van 2 stoffen de grootste elektronegativiteit min de
kleinste.
Hoe groter de molecuulmassa des te groter de vanderwaalsbinding.
, Paragraaf 2.3 De polaire atoombinding
De covalente atoombinding
Apolaire atoombinding (covalente atoombinding): verschil in elektronegativiteit tussen twee
atomen kleiner dan 0,5.
Ze trekken even hard aan het gemeenschappelijk elektronenpaar, zodat het
gemeenschappelijke elektronenpaar zich precies tussen de twee atomen bevindt.
Een binding tussen twee atomen van dezelfde soort is altijd zuiver covalent, want ΔEN = 0.
De polaire atoombinding
Als twee verschillende niet-metaalatomen een binding aangaan, zal het gemeenschappelijk
elektronenpaar zich iets dichter bevinden bij het atoom met de grootste elektronegativiteit.
Hierdoor krijgt dat atoom een beetje extra negatieve lading en de andere zal
daardoor een beetje positief geladen zijn.
De grootte van die extra positieve en negatieve lading geven we aan met δ+ en δ- .
δ (delta) is een getal tussen 0 en 1.
De grootte van δ hangt af van het verschil in elektronegativiteit hoe groter het
verschil, des te groter δ.
Bij een polaire atoombinding ligt het verschil in elektronegativiteit tussen de 0,5 en 1,6.
Door de aanwezigheid van een polaire atoombinding ontstaan er binnen dit molecuul twee
polen, een negatieve en een positieve.
Daarom wordt dit molecuul een dipool molecuul of kortweg dipool genoemd.
De ionbinding
Als een metaalatoom en een niet-metaalatoom een binding aangaan, is het verschil in
elektronegativiteit zo groot er is geen sprake meer van een ladingsverschuiving, maar van
ladingsoverdracht.
Er is geen gemeenschappelijk elektronenpaar meer er ontstaan geladen deeltjes: ionen.
Metalen hebben een kleine en niet-metalen een grote elektronegativiteit.
Ionbinding: verschil in elektronegativiteit groter dan 1,6.
Metaalionen zijn positief geladen en niet-metaalionen negatief geladen.
Paragraaf 2.1 Lekker luieren?
Materiaalkunde
Bij een superslurper gaat het om de relatie van de structuurkenmerken op microniveau met
het grote vochtopnemend vermogen op macroniveau.
Welke stoffen kunnen veel vocht opnemen?
Natriumacetaat is een zout.
De formule is Na+CH3COO- (s).
Polypropeen is een macromolecuul en bestaat uit een hele lange keten van koolstof- en
waterstofatomen.
Het molecuul heeft een repeterende eenheid.
De repeterende eenheid wordt meestal tussen haken gezet.
De ‘n’ is doorgaans een getal in de orde van enkele honderden tot duizenden
repeterende eenheden.
De chemische naam van de superslurper is natriumpolyacrylaat is een macromolecuul.
Paragraaf 2.2 Elektronegativiteit
Elektronegativiteit: de maat voor de aantrekkingskracht van een atoomsoort op het
gemeenschappelijk elektronenpaar.
Deze aantrekkingskracht wordt veroorzaakt doordat de positieve kern van een
atoomsoort de tegengestelde lading van de elektronen aantrekt.
Elektronegativiteit wordt weergegeven met een getal.
Hoe groter het getal, hoe groter de aantrekkingskracht.
Elektronegativiteit in binastabel 40 A!!
Elektronegativiteit berekenen van 2 stoffen de grootste elektronegativiteit min de
kleinste.
Hoe groter de molecuulmassa des te groter de vanderwaalsbinding.
, Paragraaf 2.3 De polaire atoombinding
De covalente atoombinding
Apolaire atoombinding (covalente atoombinding): verschil in elektronegativiteit tussen twee
atomen kleiner dan 0,5.
Ze trekken even hard aan het gemeenschappelijk elektronenpaar, zodat het
gemeenschappelijke elektronenpaar zich precies tussen de twee atomen bevindt.
Een binding tussen twee atomen van dezelfde soort is altijd zuiver covalent, want ΔEN = 0.
De polaire atoombinding
Als twee verschillende niet-metaalatomen een binding aangaan, zal het gemeenschappelijk
elektronenpaar zich iets dichter bevinden bij het atoom met de grootste elektronegativiteit.
Hierdoor krijgt dat atoom een beetje extra negatieve lading en de andere zal
daardoor een beetje positief geladen zijn.
De grootte van die extra positieve en negatieve lading geven we aan met δ+ en δ- .
δ (delta) is een getal tussen 0 en 1.
De grootte van δ hangt af van het verschil in elektronegativiteit hoe groter het
verschil, des te groter δ.
Bij een polaire atoombinding ligt het verschil in elektronegativiteit tussen de 0,5 en 1,6.
Door de aanwezigheid van een polaire atoombinding ontstaan er binnen dit molecuul twee
polen, een negatieve en een positieve.
Daarom wordt dit molecuul een dipool molecuul of kortweg dipool genoemd.
De ionbinding
Als een metaalatoom en een niet-metaalatoom een binding aangaan, is het verschil in
elektronegativiteit zo groot er is geen sprake meer van een ladingsverschuiving, maar van
ladingsoverdracht.
Er is geen gemeenschappelijk elektronenpaar meer er ontstaan geladen deeltjes: ionen.
Metalen hebben een kleine en niet-metalen een grote elektronegativiteit.
Ionbinding: verschil in elektronegativiteit groter dan 1,6.
Metaalionen zijn positief geladen en niet-metaalionen negatief geladen.