Zorg Samenvatting periode 3 en 4:
Les 1:
Gezondheid:
- Optimale welbevinden in geestelijk, lichamelijk en sociaal opzicht.
- Prettig voelen en in staat zijn om te ontwikkelen.
Symptomen van ziekte:
- Objectief. Meetbaar of waarneembaar bijv. verhoogde hartslag of koorts
- Subjectief. Niet meetbaar bijv. pijn en misselijkheid
MZ’er heeft kennis van ziektes omdat:
- Hij/Zij draagt zorg en is verantwoordelijk voor de doelgroep.
- Hij/Zij begeleidt richting zelfstandigheid en het leren nemen van eigen
verantwoordelijkheid.
- Hij/Zij heeft een rol in de voorlichting over gezond leven.
- Hij/Zij moet symptomen van ziektes kunnen herkennen om optijd hulp in te
schakelen.
Als begeleider let je op veiligheid, beroepshouding, privacy en hygiëne.
Wanneer schakel je hulp in:
- Hoge koorts of koorts langer dan drie dagen of koorts hoger dan 39 graden
- Aanhoudend braken of diarree
- Ademhalingsmoeilijkheden of benauwdheid
- Sufheid of bewusteloosheid
- Ernstige verwondingen of bloedingen
- Aanhoudende pijn ook bij vermoeden van ontsteking
- Bij onzekerheden
Chronische ziekte:
- Een ziekte is chronisch als:
Het minstens drie maanden duurt
Het regelmatig terugkomt
Het niet te genezen is en je alleen de verschijnselen kan onderdrukken
Vaak niet te zien
Vaak gepaard met pijn en vermoeidheid
Je problemen op het gebied van werk, sociaal vlak en financiën krijgt
Je altijd in een bepaalde mate last ervan hebt en er rekening mee moeten
houden
- Lichamelijke chronische ziekten. Reuma, diabetes, astma, HIV, etc.
- Psychische chronische ziekten. Schizofrenie, borderline, autisme, etc.
- Begeleiden bij chronische ziekten:
Horen en zien van gevoelens
Proberen te begrijpen en niet gelijk hulp aanbieden en advies.
Cliënt is ziek:
- Bij pijnklachten houd je altijd aan afspraken tegen pijnbestrijding
- Stuur de cliënt aan om rust te nemen of laat de cliënt zelf zijn grenzen
hierin bepalen
- Voorkom uitdroging laat de cliënt goed drinken
- Eten is minder belangrijk
- Kleed de cliënt goed aan i.v.m. koorts
, - Houd je aan medische voorschiften/leefregels
- Ga informatie inwinnen en verstrekken
Les 2:
Oorzaken van ziektes:
- Inwendige oorzaken:
Afwijking op het erfelijkheidsmateriaal. Spierdystrofie, hemofilie, etc.
Auto-immuunziekten. Reuma, Diabetes, etc
Aangeboren ziekten. Syndroom van Down, Fragiele X syndroom, etc
- Uitwendige oorzaken:
Hoge/lage tempraturen
Straling
Chemische oorzaken
Voeding
Bacteriën, schimmels en virussen
Macro-organismen
Het is belangrijk voor een MZ’er om kennis te hebben over oorzaken van
ziektes om:
- Ziektes te voorkomen
- De basis van goede gezondheidsvoorlichting te hebben
- Ziekmakende factoren weg te nemen
- Mensen te informeren
- Cliënten te begeleiden naar zelfstandigheid
Decubitus (doorligplekken):
- Ernstige beschadiging van de huid door een permanente druk en verminderde
bloedvoorziening.
- Komt veel voor bij langdurige bedrust.
Stadiums:
1. Rode vlek op de huid, verdwijnt niet bij druk
2. Blaar met bloederig vocht, droge zwartgekleurde opperhuid.
3. Gehele huid afgestorven en vaak ook onderhuids vetweefsel afgestorven
(necrose).
4. Ook sprake van aantasting van de spierweefsels. Diepe wonden en vaak ook
holtevorming.
Factoren die decubitus verergeren:
- Te weinig verliggen
- Incontinentie
- Verminderd gevoel in de huid
- Bewusteloosheid van de patiënt
- Onvoldoende voedingstoestand
- Bacteriële infectie van de huid
Smetten:
- In huidplooien (liezen, oksels, onder borsten) ontstaan door een combinatie van
factoren, zoals
warmte, vocht en wrijving, rode plekken.
- Begint met een rode plek later jeuk, stinken en beschadigingen.
Voorkomen:
- Goed afdrogen en voorkomen van wrijving.
Les 1:
Gezondheid:
- Optimale welbevinden in geestelijk, lichamelijk en sociaal opzicht.
- Prettig voelen en in staat zijn om te ontwikkelen.
Symptomen van ziekte:
- Objectief. Meetbaar of waarneembaar bijv. verhoogde hartslag of koorts
- Subjectief. Niet meetbaar bijv. pijn en misselijkheid
MZ’er heeft kennis van ziektes omdat:
- Hij/Zij draagt zorg en is verantwoordelijk voor de doelgroep.
- Hij/Zij begeleidt richting zelfstandigheid en het leren nemen van eigen
verantwoordelijkheid.
- Hij/Zij heeft een rol in de voorlichting over gezond leven.
- Hij/Zij moet symptomen van ziektes kunnen herkennen om optijd hulp in te
schakelen.
Als begeleider let je op veiligheid, beroepshouding, privacy en hygiëne.
Wanneer schakel je hulp in:
- Hoge koorts of koorts langer dan drie dagen of koorts hoger dan 39 graden
- Aanhoudend braken of diarree
- Ademhalingsmoeilijkheden of benauwdheid
- Sufheid of bewusteloosheid
- Ernstige verwondingen of bloedingen
- Aanhoudende pijn ook bij vermoeden van ontsteking
- Bij onzekerheden
Chronische ziekte:
- Een ziekte is chronisch als:
Het minstens drie maanden duurt
Het regelmatig terugkomt
Het niet te genezen is en je alleen de verschijnselen kan onderdrukken
Vaak niet te zien
Vaak gepaard met pijn en vermoeidheid
Je problemen op het gebied van werk, sociaal vlak en financiën krijgt
Je altijd in een bepaalde mate last ervan hebt en er rekening mee moeten
houden
- Lichamelijke chronische ziekten. Reuma, diabetes, astma, HIV, etc.
- Psychische chronische ziekten. Schizofrenie, borderline, autisme, etc.
- Begeleiden bij chronische ziekten:
Horen en zien van gevoelens
Proberen te begrijpen en niet gelijk hulp aanbieden en advies.
Cliënt is ziek:
- Bij pijnklachten houd je altijd aan afspraken tegen pijnbestrijding
- Stuur de cliënt aan om rust te nemen of laat de cliënt zelf zijn grenzen
hierin bepalen
- Voorkom uitdroging laat de cliënt goed drinken
- Eten is minder belangrijk
- Kleed de cliënt goed aan i.v.m. koorts
, - Houd je aan medische voorschiften/leefregels
- Ga informatie inwinnen en verstrekken
Les 2:
Oorzaken van ziektes:
- Inwendige oorzaken:
Afwijking op het erfelijkheidsmateriaal. Spierdystrofie, hemofilie, etc.
Auto-immuunziekten. Reuma, Diabetes, etc
Aangeboren ziekten. Syndroom van Down, Fragiele X syndroom, etc
- Uitwendige oorzaken:
Hoge/lage tempraturen
Straling
Chemische oorzaken
Voeding
Bacteriën, schimmels en virussen
Macro-organismen
Het is belangrijk voor een MZ’er om kennis te hebben over oorzaken van
ziektes om:
- Ziektes te voorkomen
- De basis van goede gezondheidsvoorlichting te hebben
- Ziekmakende factoren weg te nemen
- Mensen te informeren
- Cliënten te begeleiden naar zelfstandigheid
Decubitus (doorligplekken):
- Ernstige beschadiging van de huid door een permanente druk en verminderde
bloedvoorziening.
- Komt veel voor bij langdurige bedrust.
Stadiums:
1. Rode vlek op de huid, verdwijnt niet bij druk
2. Blaar met bloederig vocht, droge zwartgekleurde opperhuid.
3. Gehele huid afgestorven en vaak ook onderhuids vetweefsel afgestorven
(necrose).
4. Ook sprake van aantasting van de spierweefsels. Diepe wonden en vaak ook
holtevorming.
Factoren die decubitus verergeren:
- Te weinig verliggen
- Incontinentie
- Verminderd gevoel in de huid
- Bewusteloosheid van de patiënt
- Onvoldoende voedingstoestand
- Bacteriële infectie van de huid
Smetten:
- In huidplooien (liezen, oksels, onder borsten) ontstaan door een combinatie van
factoren, zoals
warmte, vocht en wrijving, rode plekken.
- Begint met een rode plek later jeuk, stinken en beschadigingen.
Voorkomen:
- Goed afdrogen en voorkomen van wrijving.