analyseschema en ANOVA
Opgave 1
Het aantal sportende Amsterdammers is toegenomen naar 67%, zo blijkt uit de Sportmonitor die gemaakt is door Bureau
Onderzoek en Statistiek (O+S) in opdracht van de gemeente Amsterdam. Amsterdam scoort hiermee net boven het landelijk
gemiddelde dat ligt op 66%. Bovendien sporten alle Amsterdamse leeftijdsgroepen meer en frequenter.
In totaal zijn in het onderzoek 4.266 Amsterdammers van 6 jaar en ouder gevraagd naar hun sportgedrag. De enquêtes zijn zowel
online, schriftelijk als face-to-face afgenomen. De respondenten zijn zowel op a-selecte als selecte wijze geselecteerd. Als jouw
opdracht af is kun je deze inleveren door de opdracht te uploaden in de Assignmentmap op Brightspace die bij week 6 SPSS staat.
Opgave 1: beantwoord de volgende vragen.
1.1 Maak de volgende zin af, door het juiste antwoord in te vullen achter de volgende zin. Een selecte steekproef is:
A. een steekproef waarvoor elke onderzoekseenheid in de populatie een gelijke kans heeft om geselecteerd te worden.
B. een steekproef waarin toeval bepaalt welke onderzoekseenheden worden opgenomen in de steekproef.
C. een steekproef waarin respondenten niet-random geselecteerd worden.
D. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.
1.2 Aan welke eis voldoet een steekproef die bij herhaalde metingen onder dezelfde omstandigheden dezelfde resultaten oplevert?
Noteer hier het juiste antwoord:
A. Betrouwbaarheid
B. Nauwkeurigheid
C. Representativiteit
D. Validiteit
1.3 Een voorwaarde om resultaten uit de steekproef te kunnen generaliseren naar de achterliggende populatie is naast betrouwbaarheid ook
representativiteit. Wat houdt representativiteit in? Noteer hier het juiste antwoord:
A. In hoeverre hetgeen men gemeten heeft, ook overeenkomt met hetgeen men beoogde te meten.
B. De mate waarin, onder vergelijkbare omstandigheden, steeds dezelfde uitkomsten worden gemeten.
C. Dat de steekproef een goede afspiegeling van de populatie vormt.
D. Dat de respondenten select getrokken zijn uit de populatie.
1
,Op basis van de Sportmonitor 2013 is het volgende conceptuele model tot stand gekomen:
Etniciteit
Twee varianten. Beide nominaal. Eén
keer twee antwoordcategorieën en één
keer meer dan twee
antwoordcategorieën.
Tevredenheid Aantal minuten sporten per
sportvoorziening keer
Ordinaal, meer dan twee Ratioschaal
antwoordcategorieën.
Opleiding
Ordinaal, meer dan twee
antwoordcategorieën.
2
, Op basis van het conceptuele model zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:
P1 In hoeverre is er verschil tussen autochtonen en allochtonen en hun opleidingsniveau?
P2 In hoeverre is er verschil tussen autochtonen, westerse allochtonen en niet westerse allochtonen en hun tevredenheid over
sportvoorzieingen?
P3 In hoeverre is er verschil tussen autochtonen en allochtonen en het aantal minuten dat zij sporten per keer?
P4 In hoeverre is er verschil in opleidingsniveau en de mate van tevredenheid over de sportvooziening?
P5 In hoeverre is er verschil in opleidingsniveau en het aantal minuten sporten per keer?
P6 B! In hoeverre is er samenhang tussen de tevredenheid van de sportvoorziening en het aantal minuten sporten per keer?
1.4 Maak op basis van de gegeven deelvragen het onderstaande analyseschema af, vul de juiste toets in voor het beantwoorden
van de betreffende onderzoeksvraag.
Schema 1 analyse schema
Type probleem- Onafhankelijke Aantal Afhankelijke Meetniveau Toets?
stelling variabele categorieën variabele afhankelijke
variabele
P1 Verschil Etniciteit Opleiding
P2 Verschil Etniciteit Tevredenheid
sportvoorzieningen
P3 Verschil Etniciteit Aantal minuten sporten
per keer
P4 Verschil Opleiding Tevredenheid
sportvoorzieningen
P5 Verschil Opleiding Aantal minuten sporten
per keer
3