course psychologie
completed?
due date
tags homework
hoofdstuk 1+2
links & files
hoofdstuk 1:
hoofdstuk 1.8:
filmpje BPS model toegepast voor sociaal werkers:
biopsycho sociaal model: kapstof waarin je kan begrijpen hoe problemen bij
kinderen kunnen ontstaan:
biologische oorzaken: kind zelf/moeder of vader van het kind → ouders geven
het in het erfelijke materiaal door dat er veel stress is in de maatschappij van
het kind → stressstysteem verandert → kinderen huilen vaker → meer
geslagen → hersenen gaan heen en weer → hersenfuncties nemen af →
minder slim kinderen
als een kind anders is word het kind sociaal geïsoleerd → over je heen laten
lopen/ heel agressief doen.
psychische ander eigenschappen: negatieve emotionaliteit → veel kinderen
hebben wanttrouwen → depressie. ze worden voortdurend gestraft en dat zorgt
voor meer negatieve emotionaliteit
sociale omgeving: geïsoleerd, verbondenheid missen
biopsycho sociaal model → ACE (adverse Childhood Experience.
hoe meer ACE’s → hoe meer psyche problemen → slechter gedrag
samenvatting les 1 1
, ontwikkeling van kinderen:
cognitieve ontwikkeling: meer ACE’s is minder cognitieve ontwikkeling (school)
sociaal emotionele ontwikkeling: veel ACE’s is ontwikkeling van een kind van 2
(over je heen laten lopen)
persoonlijkheid ontwikkeling: welke keuzes maak ik? (kinderen weten vaak niet
wie ze zijn.)
gedragsproblemen door ACE’s → internaliserend en externaliserend
gedragsproblemen op terrein van: school, werk, relaties, geweten, empathie →
kinderen worden vaak slachtoffer en dader (: pain based behavior)
belangrijkste manieren om ontwikkeling weer opgang te krijgen:
zelfdeterminatietheorie (gaat uit van de basisbehoeftes:
verbondenheid
competenties
autonomie
deze theorie geeft concrete handvaten voor hulpverlening. als deze basisbehoeftes
voldoen verbeterd het leef- en leerklimaat
naturenurture
jaren 70/80: invloed van omgeving
→ maakbaarheidsideaal
jaren 90: nature
, omgeving is alleen medebepalend bij extreme omstandigheden (nature-denken
hoogtepunt 2003: human genome project: exacte volgorde basen (in DNA))
junk-DNA: stukken DNA die nog geen bekende functie hebben.
Nu: allebei een rol
verschilt per kenmerk (combinatie)
gen-omgevingscorrelatie: de genen selecteren de omgeving die bij hen past (een
kind met aanleg voor muziek en die dan om lessen vraagt). soorten:
samenvatting les 1 2