1.1
Zorgvragers met een chronische aandoening kun je verdelen in 3 groepen:
o mensen met een chronische ziekte
o lichamelijke beperking
o revaliderende.
1.2
Meer dan 10% van de Nederlandse bevolking heeft een lichamelijke handicap of chronische
aandoening. Mensen met onomkeerbare aandoeningen, zonder uitzicht op volledig herstel
en met een gemiddeld lange ziekteduur.
Vergrijzing van de bevolking en ongezond gedrag spelen een belangrijke rol bij het
toenemen van chronische ziekten.
Het beleid van het Ministerie van VWS ten aanzien van mensen met een chronische ziekte
heeft 3 doelen:
o bevordering van de zorg m.b.t. chronische ziekten
o verbetering van de kwaliteit van het leven
o verbetering van het maatschappelijk klimaat voor chronisch zieken (WMO).
1.3
De kenmerken van een chronische aandoening zijn:
o niet te genezen
o ziekte waar mensen niet direct of snel aan dood gaan
o moeilijk te behandelen
o gekenmerkt door perioden van terugval en herstel
o ziekten met een progressief verloop (geleidelijk ernstiger)
o ziekten in samenhang (comorbiditeit).
Chronische ziekten zijn onder te verdelen in:
o voedings- en stofwisselingsziekten
o zenuwstelsel en zintuigen
o bloedsomlooporganen
o ademhalingsorganen
o spijsverteringsorganen
o uitscheidings- en geslachtsorganen
o huid en onderhuids bindweefsel
o spieren en bewegingsapparaat
o erfelijke/aangeboren ziekten
o kanker
o overige..
1.4
In het verloop van chronische ziekten kun je 7 fasen onderscheiden, die je als een cyclus
kunt zien. Tijdens deze fasen staan verschillende lichamelijke, psychische en sociale
problemen op de voorgrond. Deze vragen ook verschillende vormen van professionele
hulpverlening.
1. Prodromale fase (voorverschijnselen en ontbreken van een diagnose)
2. Diagnostische fase
3. Initiële fase (eerste weken en maanden na het optreden van de ziekte)
4. Behandelfase
5. Herstelfase