2.1
Mensen met een lichamelijke handicap of chronische ziekte vallen soms uit de boot of buiten
het gezichtsveld. Juist door hun handicap moeten ze meer barrières nemen. Mensen met
een handicap zullen vaker een beroep doen op dienstverlening en financiële ondersteuning,
dan hun niet gehandicapte medemens, zonder dat zij daarom minderwaardig zijn.
2.2.
De zorg voor mensen met een chronische aandoening als aparte groep bestaat nog niet zo
lang
o armenzorg
o speciale instituten
o revalidatiecentra na WO II
o sociale wetgeving (1979 AWBZ)
Vanaf dat moment is het bij de wet geregeld dat de doelgroep recht heeft op wonen en
dagbesteding. Daarvoor was dit een kwestie van liefdadigheid. De medische wetenschap en
revalidatietechnieken ontwikkelen zich (nog) steeds verder en leveren een belangrijke
bijdrage aan de deelname van mensen met een handicap in onze samenleving.
Bij de behandeling en begeleiding van mensen met een handicap is de samenwerking
tussen verschillende disciplines van grote waarde.
Mensen willen graag zelfstandig wonen met de nodige hulp en verzorging, maar willen
daarbij geen al te grote inmenging in het privé-leven. Voor sommigen betekent dit wonen in
een huis met aanpassingen, al dan niet met hulp of begeleiding van buitenaf. De aard en de
ernst van de handicap zijn bepalende factoren voor de woonmogelijkheden van mensen met
een lichamelijke handicap.
2.3
De meeste mensen met een handicap wonen zelfstandig. Alleen, met partner of familie. Ze
redden zichzelf (zelfzorg), terwijl ze bij enkele activiteiten assistente nodig hebben. Als het
nodig is wordt de woning aangepast en verder is er geen sprake van extra (professionele)
hulp of verzorging.
Praktische hulp thuis:
o hulp bij verzorging en huishouding
o bezigheidsbegeleiding
o vakantiehulp
o hulp bij vervoer
o pedagogische hulp
o actieve/passieve hulp.
Steeds meer mensen met een handicap zijn gebruik gaan maken van georganiseerde
woonmogelijkheden. Ze willen niet meer compleet verzorgd worden, maar hun huishouding
en verzorging zo veel mogelijk zelf regelen.
o woonzorgzones
o kleinschalige woonprojecten.
, Binnen de georganiseerde woonmogelijkheden voor mensen met een lichamelijke handicap
zijn er 2 typen woningen:
o Fokuswoningen, ADL cluster
o Gemeenschappelijke woningen.
Clusterwoningen bieden de zorgvrager de mogelijkheid om zelfstandig te wonen. Een Fokus
project heeft een 24 uurs servicepunt waar bewoners hulp krijgen bij ADL. Om in een woning
als deze terecht te komen is er de eis dat een bewoner alle hulp die hij naast de ADL hulp
nodig heeft, zelf moet kunnen regelen.
We kennen tegenwoordig grote en kleine woonvormen. Meestal beschikken de bewoners
over een eigen kamer en kunnen ze gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen.
Als mensen geen werk buitenshuis hebben, kunnen ze de dag doorbrengen in de instelling
of het activiteitencentrum.
In een revalidatiecentra worden mensen met een lichamelijke handicap of chronische ziekte
behandeld. Ze maken voor hun behandeling een onderscheid naar leeftijd:
o vroegbehandeling
o kinderen
o volwassenen.
Naast de revalidatie via een klinische behandeling (opname) in een revalidatiecentrum kan
men ook revalideren via een dagbehandeling (niet-klinisch) in revalidatiecentra, afdelingen
van ziekenhuizen en verpleeghuizen.
Veel mensen met een lichamelijke handicap of chronische ziekte zijn 65 jaar of ouder en een
belangrijk deel van hen woont en wordt verzorgd in een verzorgingshuis of verpleeghuis. Er
zijn steeds meer verpleeghuizen met een specifieke woonafdeling voor jongen mensen die
veel lichamelijke en medische zorg nodig hebben.
Het zijn de mensen met een handicap zelf die het beste hun woonwensen kenbaar kunnen
maken.
2.4
Als een zorgvrager verpleging of hulp nodig heeft bij (langdurige) ziekte, handicap of
ouderdom, dan kan hij dat aanvragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg. Zij bekijken dan
of de zorgvrager recht heeft op AWBZ zorg en hoeveel en welke hulp de zorgvrager krijgt.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning vormt de basis van het stelsel van Zorg en Welzijn.
Iedere inwoner van Nederland heeft recht op maatschappelijke ondersteuning om een
volwaardig lid van de samenleving te kunnen zijn.
Elke gemeente maakt een WMO verordening (wet van de gemeente) waarin staat waarop de
burgers recht hebben, hoe ze de zorg kunnen verkrijgen, welke eigen bijdragen zij moeten
betalen etc.
Iedere Nederlander is verplicht verzekerd voor de AWBZ-zorg:
o thuiszorg
o verpleeg en verzorgingshuizen
o preventieve zorg
o DKTP prikken
o psychiatrische zorg.
Voordat een verzekerde recht heeft op betaling van de zorg door het zorgkantoor, moet de
verzekerde worden geïndiceerd.
De AWBZ onderscheidt 5 soorten zorg (functies):
o persoonlijke verzorging