Hoofdstuk 8 paragraaf 2 biologie
hoe haal je adem?
Voor het in en uitademen maak je je borstholte afwisselend groter en
kleiner. Doordat de longen met een vlies in de borstholte vastzitten,
worden je longen ook groter en kleiner. ( bron 2 )
Bij het vergroten en verkleinen van je borstkas werken je spieren, de
elasticiteit van je weefsels en de zwaartekracht samen.
Inademen
1. De tussenribspieren en middenrif spieren trekken samen.
2. De ribben kantelen omhoog en het middenrif wordt plat
3. De borstholte en je longen worden groter
4. De lucht in je longen krijgt meer ruimte, daardoor neemt de
luchtdruk in je longen af.
5. Lucht stroomt dan vanzelf naar binnen : je haalt adem
Uitademen
1. Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen
2. De ribben zakken naar beneden. Het middenrif wordt bol
3. De borstholte en je longen worden hierdoor kleiner
4. De lucht in je longen krijgt minder ruimte, daardoor neemt de
luchtdruk toe.
5. De lucht stroomt daardoor naar buiten: je ademt uit.
hoe haal je adem?
Voor het in en uitademen maak je je borstholte afwisselend groter en
kleiner. Doordat de longen met een vlies in de borstholte vastzitten,
worden je longen ook groter en kleiner. ( bron 2 )
Bij het vergroten en verkleinen van je borstkas werken je spieren, de
elasticiteit van je weefsels en de zwaartekracht samen.
Inademen
1. De tussenribspieren en middenrif spieren trekken samen.
2. De ribben kantelen omhoog en het middenrif wordt plat
3. De borstholte en je longen worden groter
4. De lucht in je longen krijgt meer ruimte, daardoor neemt de
luchtdruk in je longen af.
5. Lucht stroomt dan vanzelf naar binnen : je haalt adem
Uitademen
1. Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen
2. De ribben zakken naar beneden. Het middenrif wordt bol
3. De borstholte en je longen worden hierdoor kleiner
4. De lucht in je longen krijgt minder ruimte, daardoor neemt de
luchtdruk toe.
5. De lucht stroomt daardoor naar buiten: je ademt uit.