VWO Bedrijfseconomie Bedrijf starten
Hoofdstuk 1
Verschillen werknemer en zelfstandig ondernemer:
Een werknemer is in loondienst, en heeft een vast salaris. Een ondernemer moet leven van
de winst, en heeft geen vast salaris.
- Een werknemer is verzekerd tegen werkloosheid, een ondernemer krijgt niks bij
werkloosheid.
- Werknemers hebben vaak een pensioenverzekering. Ondernemers hebben dit vaak niet,
of ze moeten het zelf geregeld hebben.
- Een ondernemer ontvangt veel belastingvoordelen, iets wat een werknemer veel minder
krijgt.
Posten van een balans
Te vorderen BTW: Als je producten inkoopt bij een leverancier kun je per kwartaal de BTW
terugvragen bij de fiscus. (Bij bezittingen, staat op debetzijde)
Te betalen BTW: De BTW die het bedrijf per kwartaal moet betalen aan de fiscus. Vanwege
verkochte producten. (Schuld, staat op creditzijde)
Vlottende activa (debet):
- Voorraden
- Debiteuren
- Nog te ontvangen bedragen
- Vooruitbetaalde bedragen
- Te vorderen BTW
- Liquide middelen
Vaste activa (debet): Alle goederen waarin geld voor langer dan 1 jaar wordt vastgelegd,
vast kapitaal.
Lang vreemd vermoge (credit):
- De hypotheeklening of hypothecaire lening
- De onderhandse lening
Kort vreemd vermogen (credit):
- Het rekening-courantkrediet (het krediet waarbij de onderneming tot een bepaald
maximumbedrag geld mag opnemen bij de bank)
- Het ontvangen leverancierskrediet (het krediet dat je krijgt van je leveranciers)
- Het ontvangen afnemerskrediet (Het krediet dat je krijgt van de afnemer)
- Vooruit ontvangen bedragen
- Nog te betalen bedragen
- Te betalen BTW
Liquide middelen (debet)
- Kas
- Bankrekening
, Voorbeeld balans:
Resultatenbegroting: = alle inkomsten en uitgaven die verwacht worden
Liquiditeitsbegroting: = alle inkomsten en uitgaven die gedaan moeten worden in de
toekomst.
Rechtsvorm: juridische vorm waarin een bedrijf gedreven wordt en is bepalend voor hoe je
belasting moet betalen en hoe de aansprakelijkheid is geregeld en wie er overeenkomsten
mag sluiten.
Prijs inclusief- en exclusief BTW berekenen:
Incl. -> (oude prijs/100) * 121
Excl. -> (oude prijs/121) * 100
BTW = Belasting Toegevoegde Waarde
Drie verschillende tarieven
- 6% noodzakelijke levensbehoeften
- 21% luxe goederen
- 0% goederen en diensten die geëxporteerd worden
Hoofdstuk 2
Balansmutaties: Veranderingen in de bezittingen
Bruto- en nettowinst:
Brutowinst = omzet – inkoopwaarde van de verkochte goederen.
Nettowinst = brutowinst – overige bedrijfskosten.
Overige opmerkingen:
- Met een balanspost wordt een bepaalde bezitting, een bepaalde schuld of het eigen
vermogen bedoeld.
- Een opbrengst vergroot het eigen vermogen en kosten verlagen het eigen vermogen
Hoofdstuk 1
Verschillen werknemer en zelfstandig ondernemer:
Een werknemer is in loondienst, en heeft een vast salaris. Een ondernemer moet leven van
de winst, en heeft geen vast salaris.
- Een werknemer is verzekerd tegen werkloosheid, een ondernemer krijgt niks bij
werkloosheid.
- Werknemers hebben vaak een pensioenverzekering. Ondernemers hebben dit vaak niet,
of ze moeten het zelf geregeld hebben.
- Een ondernemer ontvangt veel belastingvoordelen, iets wat een werknemer veel minder
krijgt.
Posten van een balans
Te vorderen BTW: Als je producten inkoopt bij een leverancier kun je per kwartaal de BTW
terugvragen bij de fiscus. (Bij bezittingen, staat op debetzijde)
Te betalen BTW: De BTW die het bedrijf per kwartaal moet betalen aan de fiscus. Vanwege
verkochte producten. (Schuld, staat op creditzijde)
Vlottende activa (debet):
- Voorraden
- Debiteuren
- Nog te ontvangen bedragen
- Vooruitbetaalde bedragen
- Te vorderen BTW
- Liquide middelen
Vaste activa (debet): Alle goederen waarin geld voor langer dan 1 jaar wordt vastgelegd,
vast kapitaal.
Lang vreemd vermoge (credit):
- De hypotheeklening of hypothecaire lening
- De onderhandse lening
Kort vreemd vermogen (credit):
- Het rekening-courantkrediet (het krediet waarbij de onderneming tot een bepaald
maximumbedrag geld mag opnemen bij de bank)
- Het ontvangen leverancierskrediet (het krediet dat je krijgt van je leveranciers)
- Het ontvangen afnemerskrediet (Het krediet dat je krijgt van de afnemer)
- Vooruit ontvangen bedragen
- Nog te betalen bedragen
- Te betalen BTW
Liquide middelen (debet)
- Kas
- Bankrekening
, Voorbeeld balans:
Resultatenbegroting: = alle inkomsten en uitgaven die verwacht worden
Liquiditeitsbegroting: = alle inkomsten en uitgaven die gedaan moeten worden in de
toekomst.
Rechtsvorm: juridische vorm waarin een bedrijf gedreven wordt en is bepalend voor hoe je
belasting moet betalen en hoe de aansprakelijkheid is geregeld en wie er overeenkomsten
mag sluiten.
Prijs inclusief- en exclusief BTW berekenen:
Incl. -> (oude prijs/100) * 121
Excl. -> (oude prijs/121) * 100
BTW = Belasting Toegevoegde Waarde
Drie verschillende tarieven
- 6% noodzakelijke levensbehoeften
- 21% luxe goederen
- 0% goederen en diensten die geëxporteerd worden
Hoofdstuk 2
Balansmutaties: Veranderingen in de bezittingen
Bruto- en nettowinst:
Brutowinst = omzet – inkoopwaarde van de verkochte goederen.
Nettowinst = brutowinst – overige bedrijfskosten.
Overige opmerkingen:
- Met een balanspost wordt een bepaalde bezitting, een bepaalde schuld of het eigen
vermogen bedoeld.
- Een opbrengst vergroot het eigen vermogen en kosten verlagen het eigen vermogen