VWO Bedrijfseconomie Onderneem-het-zelf
Hoofdstuk 1
Causation:
- Causaal verband; oorzaak --> gevolg.
- Doel staat vast, er wordt gezocht naar middelen waarmee je dit doel kan bereiken.
Effectuation:
- “Improviseren” met de middelen die je tot je beschikking hebt.
- Het handelen van de ondernemer zelf tijdens de opstartfase en de manier waarop hij
gebruik maakt van zijn middelen waarbij door de omgang met anderen zijn middelen
kunnen veranderen en dus ook zijn mogelijke doelen kunnen wijzigen.
- Dynamisch proces.
Principes van Effectuation:
1. Het ‘bird in hand’ -principe.
- Ik heb een bepaalde richting en ambitie en ik kijk dan eerst wat ik zelf beschikbaar heb om
dat doel te bereiken.
- Wie ben ik? Wat kan ik? Wie ken ik?
2. Het ‘affordable loss’ -principe
- Ondernemers denken in kleine stappen en kijken bij elke stap: wil ik dit risico dragen?
- Kostenbewust.
3. Het ‘lemonade’ -principe
- Het zorgt ervoor dat je als ondernemer transformeert en innoveert en dat je dus relevant
blijft voor je markt.
- Organisch moet blijven bewegen; als je open blijft staan voor positieve en negatieve
signalen uit de markt, maken beide je sterker als ondernemer.
4. Het ‘crazy quilt’ -principe
- Deel je je omzet, maar kun je ook een grotere taart maken dan je alleen zou kunnen. Je
brengt dan kennis, expertise en capaciteit samen en zelfs netwerken.
- Samenwerking met partners kan leiden tot nieuwe inzichten en aanpassingen van het plan.
5. Het ‘pilot on the plane’ -principe
- Resultaat van het toepassen van de andere vier principes.
- Een pilot in the plane is een gedreven en ambitieus individu met een missie.
- Zijn keuzes en beslissingen bepalen wat er gebeurt.
Stakeholders: Verschillende partijen waarmee je rekening moet houden wanneer je een
onderneming wilt runnen.
Strategisch partner: Een strategische partner is een persoon of organisatie. Het kan een
business angel of een participatiemaatschappij zijn, maar ook belangrijke concurrenten,
klanten, leveranciers en overnamekandidaten.
, Hoofdstuk 2
Effectuation:
- Gaat uit van ‘bird in hand’ -principe:
- Beschikbare middelen -> wat kan het best verwezenlijkt (geëffectueerd) worden?
- Beschikbare middelen -> geld, kennis, ervaring, opleiding, een schuurtje, een auto etc.
- Wie ben ik? Wat kan ik? Wie ken ik?
De klant staat centraal, werken aan de oplossing.
- Klant een oplossing bieden voor de problemen die ertoe doen.
- Product doet er toe --> creëert klantenwaarde voor potentiële klanten.
Probleem van de klant:
Waardepropositie:
Een aanbod waarmee de organisatie een probleem voor haar klanten oplost.
Waardepropositie canvas:
Klant heeft een probleem -> Ondernemer bedenkt oplossing in de vorm van product/ dienst
Optimale product-market fit: Het product of de dienst sluit zo optimaal mogelijk aan bij de
doelgroep die de ondernemer voor ogen heeft.
*Deze is bereikt als hetgeen wat je aanbiedt, past bij wat de klanten willen. (De pain matcht
met de pain relievers, de gain matcht met de gain creators).
Hoofdstuk 1
Causation:
- Causaal verband; oorzaak --> gevolg.
- Doel staat vast, er wordt gezocht naar middelen waarmee je dit doel kan bereiken.
Effectuation:
- “Improviseren” met de middelen die je tot je beschikking hebt.
- Het handelen van de ondernemer zelf tijdens de opstartfase en de manier waarop hij
gebruik maakt van zijn middelen waarbij door de omgang met anderen zijn middelen
kunnen veranderen en dus ook zijn mogelijke doelen kunnen wijzigen.
- Dynamisch proces.
Principes van Effectuation:
1. Het ‘bird in hand’ -principe.
- Ik heb een bepaalde richting en ambitie en ik kijk dan eerst wat ik zelf beschikbaar heb om
dat doel te bereiken.
- Wie ben ik? Wat kan ik? Wie ken ik?
2. Het ‘affordable loss’ -principe
- Ondernemers denken in kleine stappen en kijken bij elke stap: wil ik dit risico dragen?
- Kostenbewust.
3. Het ‘lemonade’ -principe
- Het zorgt ervoor dat je als ondernemer transformeert en innoveert en dat je dus relevant
blijft voor je markt.
- Organisch moet blijven bewegen; als je open blijft staan voor positieve en negatieve
signalen uit de markt, maken beide je sterker als ondernemer.
4. Het ‘crazy quilt’ -principe
- Deel je je omzet, maar kun je ook een grotere taart maken dan je alleen zou kunnen. Je
brengt dan kennis, expertise en capaciteit samen en zelfs netwerken.
- Samenwerking met partners kan leiden tot nieuwe inzichten en aanpassingen van het plan.
5. Het ‘pilot on the plane’ -principe
- Resultaat van het toepassen van de andere vier principes.
- Een pilot in the plane is een gedreven en ambitieus individu met een missie.
- Zijn keuzes en beslissingen bepalen wat er gebeurt.
Stakeholders: Verschillende partijen waarmee je rekening moet houden wanneer je een
onderneming wilt runnen.
Strategisch partner: Een strategische partner is een persoon of organisatie. Het kan een
business angel of een participatiemaatschappij zijn, maar ook belangrijke concurrenten,
klanten, leveranciers en overnamekandidaten.
, Hoofdstuk 2
Effectuation:
- Gaat uit van ‘bird in hand’ -principe:
- Beschikbare middelen -> wat kan het best verwezenlijkt (geëffectueerd) worden?
- Beschikbare middelen -> geld, kennis, ervaring, opleiding, een schuurtje, een auto etc.
- Wie ben ik? Wat kan ik? Wie ken ik?
De klant staat centraal, werken aan de oplossing.
- Klant een oplossing bieden voor de problemen die ertoe doen.
- Product doet er toe --> creëert klantenwaarde voor potentiële klanten.
Probleem van de klant:
Waardepropositie:
Een aanbod waarmee de organisatie een probleem voor haar klanten oplost.
Waardepropositie canvas:
Klant heeft een probleem -> Ondernemer bedenkt oplossing in de vorm van product/ dienst
Optimale product-market fit: Het product of de dienst sluit zo optimaal mogelijk aan bij de
doelgroep die de ondernemer voor ogen heeft.
*Deze is bereikt als hetgeen wat je aanbiedt, past bij wat de klanten willen. (De pain matcht
met de pain relievers, de gain matcht met de gain creators).