Invalshoeken voor individuele verandering:
Veldtheorie krachtenspel
Consistentietheorie evenwicht bewaren
Innovatietheorie geslaagde vernieuwing
Theorie van gepland gedrag vier woordwaarden
Humanistische psychologie krachten van binnenuit
Communicatie theorie tussen de regels
Gedragspsychologie beloning en straf
Cognitieve theorie op andere gedachten komen
Positieve psychologie van klacht naar kracht
Kritische benadering oog voor de omgeving
Veldtheorie
Het afstrepen van de voor en tegens. Dit worden veranderingskrachten en
weerstandkrachten genoemd.
Een agoog legt bij deze theorie vooral de nadruk op de voordelen om te veranderen en
zwakt de nadelen (weerstandskracht) af. De nadelen zoals angst kun je bijvoorbeeld
verminderen.
Consistentietheorie
Niet consistent = niet in evenwicht
De 3 componenten van attitude: gedrag, gevoel en verstand moeten in evenwicht zijn.
Attitude: houding die je tegenover iets inneemt.
Als 2 of meer componenten met elkaar in strijd zijn is dat cognitieve dissonantie.
Als het evenwicht verstoord is ontstaat er spanning.
Een persoon kan het ‘oplossen’ door een verandering ongedaan (terug naar het oude) te
maken waardoor alles weer in evenwicht is of de persoon kan de andere componenten laten
mee veranderen. Als de componenten mee veranderen ontstaat er een blijvende
verandering.
Innovatietheorie
Vernieuwing slaagt als het voordelen oplevert.
De agoog laat de cliënt inzien wat de verbetering is van de verandering. Aan de hand van die
verbetering ga je het gesprek aan, je zoek naar gelijkenissen in de omgeving. De cliënt kan
de vernieuwing toepassen en vervolgens nabespreken.
Theorie van gepland gedrag
Wil er spraken zijn van verandering moet er aan 4 voorwaarden voldaan worden.
1. De betreffende waarde onderschrijven: verandering moet een nuttig effect hebben, er
moet een behoefte bevredigd worden
2. Gedragseffectiviteit: het gedrag moet aan de waarde kunnen bijdragen
3. Persoonlijke effectiviteit: de mate waarin iemand in staat is of denkt te zijn, om het
nieuwe gedrag eigen te maken en uit te voeren
4. Sociale norm: de mate waarin de omgeving achter de verandering staat en zich
ernaar gedraagt.
De agoog moet eerst de behoefte en waarde van een cliënt verkennen (beschrijving van
waarde). Daarna kun je de relatie leggen tussen het beoogde gedrag en de waarde,