MODULE 4
, 1
Inhoudsopgave
Begeleiden H30 2-3
Begeleiden H31 3-4
Gehandicaptenzorg H12 4-6
Gehandicaptenzorg H13 6-10
Gehandicaptenzorg H26 10-13
Gehandicaptenzorg H29 13-14
Geestelijke gezondheidszorg H2 14-18
Geestelijke gezondheidszorg H17 18-23
Geestelijke gezondheidszorg H3 23-25
Geestelijke gezondheidszorg H10 25-29
Geestelijke gezondheidszorg H16 29-32
Geestelijke gezondheidszorg H18 32-34
VVT H1 34-36
VVT H10 36-38
VVT H5 38-41
VVT H9 41-44
VVT H18 44-47
Geestelijke gezondheidszorg H8 47-51
Geestelijke gezondheidszorg H9 51-55
Geestelijke gezondheidszorg H11 55-60
, 2
Begeleiden Hoofdstuk 30
conflict→een situatie waarin 2 of meer mensen tegengestelde opvattingen, belangen of
behoeftes hebben. Kan de sfeer en samenwerking beïnvloeden.
↳onzichtbaar: partijen komen er niet openlijk voor uit dat ze een conflict hebben.
↳zichtbaar: beide partijen weten duidelijk waarover ze een conflict hebben.
Soorten conflicten:
● inhoudelijk conflict→inhoud staat centraal zoals verschil van mening over regels en
procedures, verschil van inzicht over het plan van aanpak.
● belangenconflict→jouw belang botst met dat van anderen.
● sociaal-emotioneel conflict→je gevoelens en emoties staan centraal.
➢ Inhoudelijke en belangenconflicten kunnen uitlopen tot een sociaal-emotioneel
probleem.
ruzie→luidruchtige woordenwisseling waarbij beide partijen vechten voor eigen gelijk. Het is
een uit de hand gelopen sociaal-emotioneel conflict.
conflictenhanteringsstijl→manier hoe je gewoonlijk reageert op een conflict.
Niet effectieve conflicthanteringsstijl:
- vechten en je zin doordrijven →je luistert niet naar de ander.
- ontlopen en vermijden→je spreekt je mening niet uit.
- aanpassen en toegeven→je geeft de ander gelijk.
Effectieve hanteringstijl:
- samenwerken en oplossen→je laat elkaar in de waarde en zoekt een gezamenlijke
oplossing.
- onderhandelen en een tussenoplossing zoeken→je zoekt een middenweg.
conflictbemiddeling→bij een conflict via een bemiddelaar proberen een oplossing te vinden
waarin alle partijen zich kunnen vinden.
WEL DOEN BIJ EEN CONFLICT NIET DOEN BIJ EEN CONFLICT
- bij het onderwerp blijven - weglopen
- neem tijd voor de ander - ander beschuldigen en niet luisteren
- openstaan voor de ander - niet luisteren
- zoeken naar gezamenlijke belangen - de ander persoonlijk aanvallen
- ik boodschappen gebruiken - anderen erbij betrekken
Stappenplan oplossing conflict:
stap 1: probeer elkaars behoeften duidelijk te krijgen door actief te luisteren en
ik-boodschappen.
stap 2: bedenk samen oplossingen.
stap 3: ga na verloop samen na of de oplossing werkt.
, 3
BEGELEIDEN HOOFDSTUK 31
gedragsproblemen→gedrag dat een probleem vormt voor zowel de betrokkene zelf als voor
anderen, én in verschillende situaties problemen oplevert.
Ernst van het probleemgedrag bepalen:
● frequentie→hoe vaak vertoont de zorgvrager dit gedrag?
● duur→hoelang vertoont de zorgvrager dit gedrag al?
● omvang→in hoeveel situaties komt het gedrag voor?
● gevolgen→in welke mate is er sprake van negatieve gevolgen voor de betrokkene
zelf en voor anderen?
gedragsstoornis→stoornis waarbij afwijkend gedrag gestuurd wordt vanuit de aanleg, in
tegenstelling tot een gedragsprobleem dat wordt gestuurd vanuit de
omgeving.
apathisch gedrag→lusteloos en onverschillig gedrag. Zorgvrager is passief en inactief.
Oorzaken probleemgedrag:
● veranderde eisen en situaties→de zorgvrager kan soms niet met de verandering
omgaan of begrijpt de wereld om zich heen niet meer.
● evenwicht tussen draagkracht en draaglast→draaglast bestaat uit spanningsbronnen
en belastende zaken. Draagkracht is de mate waarin een mens in staat is met
gebeurtenissen en verandering om te gaan. Bij geen evenwicht ontstaat
probleemgedrag.
● persoon van de zorgvrager→het persoonlijke karakter van de zorgvrager speelt een
rol bij probleemgedrag.
● persoonlijke levensgeschiedenis→mensen worden gevormd door de gebeurtenissen
die ze meemaken.
● houding van zorgverleners en familie→je kunt de zorgvrager ondersteunen en
begeleiden bij z’n draaglast.
● ziektebeeld of stoornis→een ziektebeeld, aandoening of stoornis versterken de kans
op probleemgedrag.
● verdedigingsmechanismen→mensen houden nare gevoelens op afstand. Er is geen
sprake van bewust handelen. De zorgvrager zal ontkennen, rationaliseren of
vluchten.
● aanpassing→wanneer de zorgvrager een schijnaanpassing doet zullen er gevoelens
opgekropt worden.
Omgaan met gedragsproblemen:
- zoek naar de oorzaak en toon begrip voor de gevoelens achter het probleemgedrag.
- stel duidelijk grenzen als een zorgvrager in bepaald gedrag blijft steken.
- beschouw gedrag nooit als een persoonlijke aanval op jou.
- evalueer regelmatig je eigen gedrag.
- als de zorgvrager gelijk heeft geef je dat toe.
- als je geen raad weet met bepaald gedrag van een zorgvrager is het belangrijk om te
overleggen met je collega’s.
, 4
GEHANDICAPTENZORG HOOFDSTUK 12
ontwikkeling verstandelijke beperking:
● te trage ontwikkeling→er is dan sprake van een ontwikkelingsstoornis en de
ontwikkeling kan niet meer worden ingehaald.
● stilstand in ontwikkeling→wanneer een kind zich tijdelijk niet ontwikkelt.
● terugval in ontwikkeling→wanneer een ontwikkeling tijdelijk of blijvend niet meer
beheerst wordt.
● incomplete ontwikkeling→wanneer de ontwikkeling tijdens de zwangerschap niet
volledig is.
alarmsignalen→iedere te grote afwijking in de ontwikkeling
Beperking kinderen Beperking pubers Beperking volwassenen
-gebruik van -ouders neigen naar -hebben nog groeimogelijkheden
ontwikkelingsstimuleringsprogramma's overbescherming -zorg dat ze zelf ook keuzevrijheid hebben
-ze doen er langer over om iets te leren. -zijn vaak aanhankelijker -soms een vervroegd verouderingsproces
-wees geduldig -zijn snel te beïnvloeden
-zorg voor veel herhaling
-leer in kleine stapjes
-geef kinderen keuzevrijheid
medelijden→dat zorgt ervoor dat iemand zijn hele leven medelijden met zichzelf heeft en
denkt dat de problemen bij hen zelf liggen.
● Het is belangrijk dat je de zorgvrager goed ondersteunt wanneer hij of zij gaat
verhuizen naar een andere woongroep.
oefenpop→een robot baby die mensen met een beperking kunnen gebruiken om te leren
wat
het is om voor een baby te moeten zorgen.
problemen ouders met een beperking:
- lichamelijke verzorging - spel en speelgoed
- voeding - participeren op school
- straffen en belonen - geldzaken
beperking ouderen:
- verouderingsproces gaat sneller en begint eerder
- lichamelijke veranderingen
- psychosociale veranderingen
Ondersteunen bij het ouder worden:
- wees alert op signalen van ouderdomsziektes
- probeer ouderdomskwalen te voorkomen