Samenvatting Hoorcolleges Geriatrie en Veroudering
HC1: Demografie
- Demografie = wetenschap die de kwantitatieve kenmerken van de bevolking beschrijft
- In Nederland 2,9 miljoen 65-plussers
- Aantal ouderen groeit sterk. 13,6% (in 2000) 25,6% (in 2040)
- Ontwikkelingen in demografie – kenmerken belangrijk voor tentamen:
o Dubbele vergrijzing: Aantal 65-plussers neemt toe + aandeel 80-plussers binnen de
ouderengroep (65-plussers) neemt ook toe (23,5% (2000) 33,3% (2040))
o Geen feminisering binnen de ouderdom
o Verkleuring van de ouderdom
- Beïnvloedende factoren:
o Geboorte
o Sterfte
o Migratie
o Soms ook door assimilatie of oorlog
Sterfte
- Kans om binnen een jaar te overlijden op verschillende
leeftijden
- 60-70-jarigen hele lage kans; pas vanaf 75 nemen de
kansen toe
- Enorm gat tussen overlijdenskans tussen mannen en
vrouwen
Levensverwachting
- Definitie: het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog)
zal leven, berekend uit een levenstabel.
- Interpretatie: het verwachte aantal nog te leven jaren indien de sterftekansen gelijk blijven.
- Vaak onderschatting LV door dalende sterftekansen
- Twee dips: Spaanse griep (1918) & WOII (1940)
- Levensverwachting bij mannen 1950-1980 stijgt bijna niet: rookepidemie (90% van de mannen
rookte). 1960 gevolgen van roken bekend prevalentie roken neemt af
- Toenemende levensverwachting
o 19e eeuw: afname zuigelingen- en kindersterfte – hygiëne, voeding
o 1e helft 20e eeuw: afname sterfte (jong-)volwassenen leeftijd – openbare voorzieningen,
antibiotica
o 2e helft 20e eeuw: start afname sterfte op oudere leeftijd – leeftijd, medische zorg
Nu vooral winst boeken bij de ouderen waardoor de levensverwachting stijgt
- Levensverwachting op 65-jarige leeftijd grotendeels gelijk gebleven. Recent jaren winnen bij
ouderen Sterfte steeds verder verdringen naar oudere leeftijden
- Chronische ziekten
o 55-64 jarigen 30% geen chronische ziekte; 65-74: 23 %; 75-84: 5%; 85-94:4%
o 55-64 jarigen 35% meerdere chronische ziektes; 65-74: 55%; 75-84: 70%; 85-94: 80%
o Prevalentie multimorbiditeit heel erg hoog
Percentage multimorbiditeit van 1992-2008 gestegen.
Medische kennis mensen langer in leven
houden
- Levenstabel
Geboorte
- Steeds meer gezinnen met minder kinderen
veroudering groeit
Migratie
- Niet veel invloed op de veroudering in vergelijking met sterfte en geboorte
- Migratiestromen dempen vergrijzing (meer jonge mensen komen hierheen)
,
,Stijging levensverwachting onder te verdelen in twee revoluties
First Longetivity Revolution – overwinnen van de ‘slechte’ omgeving (infectieziekten etc.)
- LV ongeveer 20 jaar gestegen gedurende 130.000 jaar
- Gestage toename laatste 2000 jaar
- Sterke toename 20e eeuw en 21e eeuw
- Mensen die geen kans hadden op reproductie krijgen dat nu wel meer schadelijke genen
Second Longetivity Revolution – manipuleren van biologie, technologie
- Medische zorg en innovatie verlengen levens: hartchirurgie, nierdialyse, respiratoire medicatie
- LV laten toenemen door manipulatie van interne biologische processen die de limieten van de
duur van het leven oprekken: het vertragen van lichamelijke veroudering door die te begrijpen
, HC2a: Depressie bij ouderen
- Belangrijke risicofactoren voor depressie in het algemeen:
o Depressie in de voorgeschiedenis
o Depressie in de familie
o (chronische) lichamelijke problemen
o Ingrijpende gebeurtenis (met name verlies)
- DSM-V-criteria: 5 of meer symptomen hebben van: (één van de eerste twee ook noodzakelijk)
o Depressieve stemming
o Verminderde interesse of plezier
o Gewichtsvermindering of eetlustverandering
o Slaapstoornis
o Psychomotore remming of agitatie
o Moeheid of energieverlies
o Schuldgevoelens/waardeloosheid
o Concentratiestoornis, besluiteloosheid
o Doodsgedachten, suïcideplannen of –poging
o Symptomen voor minstens twee weken waar geen andere oorzaak voor is & het
belemmert het functioneren
- Ernstige depressieve stoornis
o Met vitale kenmerken
Dagschommeling (’s avonds beter dan ’s morgens)
Vroeg ontwaken (om vijf of zes uur ’s morgens)
Remming/agitatie: motorisch, spraak, gedachten
Verlies eetlust gewichtsverlies
o Met psychotische kenmerken: wanen (doemscenario’s)/hallucinaties passen bij
depressieve stemming
Ouderen
- Prevalentie ernstige depressie: 2% & milde 12%
- Verschil met volwassenen o.a. door:
o Kortere levensverwachting bij een ernstige depressie
o Vooral onderzoek naar gezonde ouderen
o Andere symptomen
o Andere risicofactoren
o Biologische veranderingen
Belangrijke kenmerken uit het filmpje
- Oudere mannen met ernstige depressie plegen vaak suïcide en hebben een grote kans op
‘slagen’. Deze mannen herkennen bij zichzelf geen depressie
- Risicofactor: >50 jaar zijn + verliezen van partner. Vooral mannen kunnen draad moeilijk
oppakken.
- Voor 50% ouderen is depressie de eerste
- Ouderen zijn mentaal kwetsbaarder
- Somberheid staat niet op de voorgrond: lastig om depressie te herkennen
Wisselende kernsymptomen
- Klassieke depressie: somberheid, schuldgevoelens, gevoelens van waardeloosheid,
doodsgedachten of doodswens
- Andere typen depressie: leegheid, matheid, nergens zin in hebben, nergens van genieten. Of
juist: onrust, prikkelbaarheid
- Bijkomende klachten
o Meer angstklachten: lijkt op nervositeit
o Meer lichamelijke klachten: lijkt op lichamelijke ziekte. Bijvoorbeeld obstipatie of
lichamelijke oorzaak voor afvallen etc.
o Diagnostisch lastig
- Vaak somatische comorbiditeit. Versluiering van depressiviteit door:
o Parkinson, dementie, bloedarmoede (anemie), andere lichamelijke aandoeningen
HC1: Demografie
- Demografie = wetenschap die de kwantitatieve kenmerken van de bevolking beschrijft
- In Nederland 2,9 miljoen 65-plussers
- Aantal ouderen groeit sterk. 13,6% (in 2000) 25,6% (in 2040)
- Ontwikkelingen in demografie – kenmerken belangrijk voor tentamen:
o Dubbele vergrijzing: Aantal 65-plussers neemt toe + aandeel 80-plussers binnen de
ouderengroep (65-plussers) neemt ook toe (23,5% (2000) 33,3% (2040))
o Geen feminisering binnen de ouderdom
o Verkleuring van de ouderdom
- Beïnvloedende factoren:
o Geboorte
o Sterfte
o Migratie
o Soms ook door assimilatie of oorlog
Sterfte
- Kans om binnen een jaar te overlijden op verschillende
leeftijden
- 60-70-jarigen hele lage kans; pas vanaf 75 nemen de
kansen toe
- Enorm gat tussen overlijdenskans tussen mannen en
vrouwen
Levensverwachting
- Definitie: het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog)
zal leven, berekend uit een levenstabel.
- Interpretatie: het verwachte aantal nog te leven jaren indien de sterftekansen gelijk blijven.
- Vaak onderschatting LV door dalende sterftekansen
- Twee dips: Spaanse griep (1918) & WOII (1940)
- Levensverwachting bij mannen 1950-1980 stijgt bijna niet: rookepidemie (90% van de mannen
rookte). 1960 gevolgen van roken bekend prevalentie roken neemt af
- Toenemende levensverwachting
o 19e eeuw: afname zuigelingen- en kindersterfte – hygiëne, voeding
o 1e helft 20e eeuw: afname sterfte (jong-)volwassenen leeftijd – openbare voorzieningen,
antibiotica
o 2e helft 20e eeuw: start afname sterfte op oudere leeftijd – leeftijd, medische zorg
Nu vooral winst boeken bij de ouderen waardoor de levensverwachting stijgt
- Levensverwachting op 65-jarige leeftijd grotendeels gelijk gebleven. Recent jaren winnen bij
ouderen Sterfte steeds verder verdringen naar oudere leeftijden
- Chronische ziekten
o 55-64 jarigen 30% geen chronische ziekte; 65-74: 23 %; 75-84: 5%; 85-94:4%
o 55-64 jarigen 35% meerdere chronische ziektes; 65-74: 55%; 75-84: 70%; 85-94: 80%
o Prevalentie multimorbiditeit heel erg hoog
Percentage multimorbiditeit van 1992-2008 gestegen.
Medische kennis mensen langer in leven
houden
- Levenstabel
Geboorte
- Steeds meer gezinnen met minder kinderen
veroudering groeit
Migratie
- Niet veel invloed op de veroudering in vergelijking met sterfte en geboorte
- Migratiestromen dempen vergrijzing (meer jonge mensen komen hierheen)
,
,Stijging levensverwachting onder te verdelen in twee revoluties
First Longetivity Revolution – overwinnen van de ‘slechte’ omgeving (infectieziekten etc.)
- LV ongeveer 20 jaar gestegen gedurende 130.000 jaar
- Gestage toename laatste 2000 jaar
- Sterke toename 20e eeuw en 21e eeuw
- Mensen die geen kans hadden op reproductie krijgen dat nu wel meer schadelijke genen
Second Longetivity Revolution – manipuleren van biologie, technologie
- Medische zorg en innovatie verlengen levens: hartchirurgie, nierdialyse, respiratoire medicatie
- LV laten toenemen door manipulatie van interne biologische processen die de limieten van de
duur van het leven oprekken: het vertragen van lichamelijke veroudering door die te begrijpen
, HC2a: Depressie bij ouderen
- Belangrijke risicofactoren voor depressie in het algemeen:
o Depressie in de voorgeschiedenis
o Depressie in de familie
o (chronische) lichamelijke problemen
o Ingrijpende gebeurtenis (met name verlies)
- DSM-V-criteria: 5 of meer symptomen hebben van: (één van de eerste twee ook noodzakelijk)
o Depressieve stemming
o Verminderde interesse of plezier
o Gewichtsvermindering of eetlustverandering
o Slaapstoornis
o Psychomotore remming of agitatie
o Moeheid of energieverlies
o Schuldgevoelens/waardeloosheid
o Concentratiestoornis, besluiteloosheid
o Doodsgedachten, suïcideplannen of –poging
o Symptomen voor minstens twee weken waar geen andere oorzaak voor is & het
belemmert het functioneren
- Ernstige depressieve stoornis
o Met vitale kenmerken
Dagschommeling (’s avonds beter dan ’s morgens)
Vroeg ontwaken (om vijf of zes uur ’s morgens)
Remming/agitatie: motorisch, spraak, gedachten
Verlies eetlust gewichtsverlies
o Met psychotische kenmerken: wanen (doemscenario’s)/hallucinaties passen bij
depressieve stemming
Ouderen
- Prevalentie ernstige depressie: 2% & milde 12%
- Verschil met volwassenen o.a. door:
o Kortere levensverwachting bij een ernstige depressie
o Vooral onderzoek naar gezonde ouderen
o Andere symptomen
o Andere risicofactoren
o Biologische veranderingen
Belangrijke kenmerken uit het filmpje
- Oudere mannen met ernstige depressie plegen vaak suïcide en hebben een grote kans op
‘slagen’. Deze mannen herkennen bij zichzelf geen depressie
- Risicofactor: >50 jaar zijn + verliezen van partner. Vooral mannen kunnen draad moeilijk
oppakken.
- Voor 50% ouderen is depressie de eerste
- Ouderen zijn mentaal kwetsbaarder
- Somberheid staat niet op de voorgrond: lastig om depressie te herkennen
Wisselende kernsymptomen
- Klassieke depressie: somberheid, schuldgevoelens, gevoelens van waardeloosheid,
doodsgedachten of doodswens
- Andere typen depressie: leegheid, matheid, nergens zin in hebben, nergens van genieten. Of
juist: onrust, prikkelbaarheid
- Bijkomende klachten
o Meer angstklachten: lijkt op nervositeit
o Meer lichamelijke klachten: lijkt op lichamelijke ziekte. Bijvoorbeeld obstipatie of
lichamelijke oorzaak voor afvallen etc.
o Diagnostisch lastig
- Vaak somatische comorbiditeit. Versluiering van depressiviteit door:
o Parkinson, dementie, bloedarmoede (anemie), andere lichamelijke aandoeningen