Staff attributions of the causes of challenging behaviour in children and
adults with profound intellectual and multiple disabilities
P. Poppes, A.A.J. van der Putten, A. ten Brug, C. Vlaskamp (2016)
Abstract
Uit onderzoek blijkt dat personeel over het algemeen probleemgedrag bij mensen met EMB niet
waarnemen. Dit onderzoek heeft als doel een beter beeld te krijgen van hoie personeel
probleemgedrag verklaard.
- De manier waarop personeel probleemgedrag bij mensen met EMB interpreteert/verklaard
- Een analyse of meer ervaren personeel probleem gedrag anders beschrijft dan minder
ervaren personeel.
195 professionals en een even aantal kinderen en volwassenen met EMB neemt deel aan de studie.
Resultaten tonen aan dat personeel geven het biomedische model als meest plausibele verklaring
van moeilijk verstaanbaar gedrag bij mensen met EMB. De gemiddelde score op alle modellen was
laag wat kan betekening dat personeel moeite heeft met vermelden van oorzaak van
probleemgedrag. Andere verklaring is dat er weinig kennis is over probleemgedrag in deze groep. Of
dat personeel andere verklaringen, buiten deze modellen om, heeft. Er werd geen verschil gevonden
tussen de meer ervaren en minder ervaren professionals.
Introduction
Mensen met een verstandelijke beperking lopen meer risico op probleemgedrag. Probleemgedrag is
gedrag dat van zo’n aard, frequentie of duur is dat het de kwaliteit van leven aantast en iemand
anders of de persoon zelf in gevaar brengt en dit kan leiden tot aversie of uitsluiting. Dit laat zien dat
probleemgedrag een product is van interactie tussen individu en omgeving.
Factoren die probleemgedrag beïnvloeden of in standhouden zijn: mate van verstandelijke
beperking, de mate van motorische beperking, aanwezigheid van zintuiglijke beperking en
bijkomende gezondheidsproblematiek en communicatieve problemen, Deze zijn allemaal aanwezig
bij mensen met EMB.
Probleemgedrag komt inderdaad veel voor. In een onderzoek bij 181 mensen met EMB werd
gevonden dat 82% zelfverwondend, 82 % stereotiep, 84% teruggetrokken en 45 %
agressief/destructief gedrag laat zien. Toch wordt dit gedrag door personeel vaak niet als ernstig
beschreven. Een reden kan zijn dat probleemgedrag in de dagelijkse praktijk niet systematisch
behandeld wordt. Waar interventies voor probleemgedrag in de hulpverleningsplannen zijn
opgenomen zijn vrijwel geen doelen om het gedrag te verminderen. Dit is een reden tot zorg, het
probleemgedrag heeft niet alleen lichamelijke gevolgen voor de betrokkene, maar kan het ook
moeilijk maken een relatie met zijn omgeving aan te gaan. Bijv. door stereotiep gedrag heeft de
persoon met EMB daar zijn aandacht op en kan hij niet communiceren met omgeving en een relatie
aangaan met anderen. Relaties zijn echter erg van belang om ervaring op te doen en invloed uit te
oefenen op hun eigen leven.
De attributietheorie van Heider zegt dat wanneer mensen een gebeurtenis waarnemen , ze proberen
een oorzaak te vinden. Hoe ze naar probleemgedrag kijken kan ook hun opvattingen over effectieve
interventiestrategieën beïnvloeden. Aangenomen wordt dat gedrag van het personeel op