Naam + studentnummer
Practicum 1.7-1.8 Academic Writing Skills 1
Department of Psychology, Education & Child Studies (DPECS)
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB)
Erasmus University Rotterdam
Tutor
Samenvatting
In dit literatuuronderzoek wordt de associatie tussen ouderlijke scheiding en
gedragsproblemen bij kinderen onderzocht. De bevindingen van de betrokken studies
suggereren dat een ouderlijke scheiding invloed heeft op het ontwikkelen van
gedragsproblemen, maar dat er nog niet gesproken kan worden van een daadwerkelijke
associatie. Er zijn namelijk geen eenduidige resultaten en er zijn een aantal methodologische
tekortkomingen. Een betere vormgeving van een vervolgonderzoek kan uitkomst bieden in
het vinden van een definitief antwoord.
, 1
De associatie tussen ouderlijke scheiding en gedragsproblemen bij kinderen
In 2020 telde Nederland 15.557 scheidingen waarbij minstens één minderjarig kind
betrokken is (NJI, 2020). Met scheiding wordt hier bedoeld: de beëindiging van een relatie
tussen twee samenlevende partners. Die relatie kan een huwelijk, geregistreerd partnerschap
of samenwonen zijn. De term echtscheiding wordt alleen gebruikt voor de ontbinding van een
huwelijk. Het aandeel kinderen dat te maken kreeg met een ouderlijke scheiding van hun
ouders is in de afgelopen twintig jaar toegenomen. In 1999 was dit aandeel nog 1,2%, in 2009
was dit 1,4% en in 2019 was dit 1,5%. Gemiddeld genomen over deze afgelopen twintig jaar,
steeg het aantal kinderen dat te maken krijgt met een scheiding dus met ongeveer 1,36%.
Steeds meer kinderen hebben een scheiding meegemaakt en het is hierdoor dan ook
van belang om de gevolgen van een scheiding voor het kind in kaart te brengen. Al bekende
negatieve gevolgen van scheiding voor het kind zijn bijvoorbeeld boosheid, verdriet,
onzekerheid en tijdelijk slechtere schoolprestaties (NJI, z.d.). Op het moment dat een kind
zich dwars en opstandig gedraagt en als het kind, de ouders of de omgeving er nadelige
gevolgen van ondervinden, alsmede het gedrag minstens enkele maanden duurt, spreken we
van gedragsproblemen (NJI, z.d.). Gedragsproblemen zelf bestaan uit twee soorten:
internaliserend en externaliserend. Bij externaliserend probleemgedrag is er te weinig controle
over emoties en worden deze naar buiten geuit. Bij internaliserend probleemgedrag is er een
overcontrole over de emoties, ze worden naar binnen gericht en leiden tot innerlijke onrust.
De vraag is in hoeverre kinderen van gescheiden ouders uiteindelijk echt probleemgedrag
vertonen en in hoeverre dit probleemgedrag en de scheiding aan elkaar te koppelen zijn.
De onderzoeksvraag die hieruit volgt is: “In hoeverre is er een associatie tussen een
ouderlijke scheiding en het ontwikkelen van gedragsproblemen bij kinderen?”
Dit artikel onderzoekt in hoeverre een ouderlijke scheiding invloed heeft op het
ontwikkelen van gedragsproblemen. Eerst komt het verschil aan bod van het ontwikkelen van