Hogeschool Utrecht – HU FYSIOTHERAPIE
De uitgewerkte Leerdoelen van de RCA college’s
Betreffende…
- College 1-7
+ BONUS: samenvatting in 3 pagina’s
van alle college’s
,RCA.CO.1 Atherosclerose, risicofactoren, preventie en symptomen (16 leerdoelen)
1. kan aangeven naar welke symptomen/klachten, tijdens de anamnese gevraagd dient te
worden, om te bepalen of er sprake is van een hart- en/of vaatziekte
3. kan de symptomen(anamnese en lichamelijk onderzoek) benoemen, die wijzen op een
aandoening van hart. en bloedvaten en uitleggen hoe ze ontstaan
Pijn op de borst bij rust en inspanning (uitstraling naar schouder, kaak, hals)
o Door zuurstoftekort = ischemie. (vraag en aanbod zijn niet meer in balans)
Pompfalen
o Het hart kan onvoldoende bloed en dus ook onvoldoende zuurstof rondpompen =
ischemie.
Oedeem bij voeten/handen
o Backward failure, bloed gaat zelfs terug door de slechte pompfunctie
Kleur en temperatuur van de extremiteiten
o Vernauwing = te weinig bloed, te weinig O2 = blauwe kleur,
o Nog minder 02 tot bijna niet = witte kleur.
o Hoe minder bloeddoorstroming, hoe kouder de extremiteiten
Pijn in benen in rust of na inspanning
o Door zuurstoftekort = ischemie
Inspanningsuithoudingsvermogen
2. kan aangeven hoe je door lichamelijk onderzoek informatie krijgt over de arteriële
circulatie over de veneuze circulatie en over de werking van het hart
auscultatie = met een stethoscoop naar het hart luisteren
ECG = informatie over de toestand van het hart
Echo cardiografie = geluidsgolven die hartklepactie in kaart brengt
Echo doppleronderzoek = richting en stroomsnelheid van het hart in grote vaten wordt
onderzocht
Hart katheterisatie = katheter via het bloed in het hart, zuurstofgehalte en druk in de vaten
wordt gemeten
Angio cardiografie = vaten worden zichtbaar gemaakt
Coronariografie = coronair vaten worden zichtbaar gemaakt
Inspannings ECG = inzicht over toestand van coronaire vaten tijdens inspanning.
4. kan op weefselniveau uitleggen wat atherosclerose is en wat de gevolgen zijn van
atherosclerose voor de verschillende organen
Atherosclerose is een aandoening in de arteriewand. (atheroom = vetophoping, sclerose = vetharding
in het bloedvat)
Aan de binnenkant van de wand vindt endotheel-beschadiging plaats,
Toegangsweg gaat open voor LDL cholesterol (slecht) in de vaatwand.
Monocyten gaan in de vaatwand en gaan fagocyteren. Ze nemen vetbolletjes op en worden
schuim/foamcellen.
Uit de foamcellen komen ontstekingsmediatoren die gladde spiercellen activeren tot proliferatie
en migratie.
Stolling zorgt uiteindelijk voor complete afsluiting van het vat.
, 5. kan de risicofactoren voor het ontstaan van atherosclerose benoemen
Niet te beïnvloeden:
Geslacht man is risicofactor.
Leeftijd ouder worden is risicofactor. (tot menopauze zijn vrouwen beschermt door
oestrogeen wat het atherosclerose remt)
Genetische factoren bijv. hoog cholesterolgehalte
Ethnisiteit Turken en Surinamers hogere kans.
Cholesterolgehalte (kan door leefstijl komen of genetisch) HDL is goed cholesterol en LDL
is slecht. HDL beschermt en moet niet te laag zijn, LDL moet niet te hoog zijn.
Roken (niet en wel te beïnvloeden)
Overgewicht
Reumatoïde artritis
Beïnvloedbaar:
Roken (niet en wel te beïnvloeden)
Te weinig beweging
Alcoholgebruik
Diabetes medites (kan je in principe niks aan doen, maar kan wel goede medicatie nemen en
het verminderen)
Stress
Bloedruk hoge bloeddruk versterkt het proces.
6. kan uitleggen waarom het belangrijk is om bij patiënten met (coronaire) vaatziekten het
cardiovasculair risicoprofiel te bepalen
7. kan argumenten geven waarom het belangrijk is om het aantal risicofactoren voor
atherosclerose te verminderen bij een patiënt
8. kan op basis van de risicofactoren een inschatting maken van het cardiovasculair
risicoprofiel van een patiënt bepalen
Hoe meer risicofactoren, hoe sneller het proces van atherosclerose verloopt en hoe meer kans op
dergelijke complicaties.
9. kan het verband uitleggen tussen onder andere: TIA, CVA, perifeer arterieel vaatlijden,
angina pectoris, myocardinfarct, angina abdominalis en een aneurysma van de aorta
Het zijn allemaal vaatafwijkingen. Bij de één gedeeltelijk, bij de ander geheel waardoor de
bloedstroming verminderd, verwijdt of zelfs stopt.
TIA: bloedstroom naar hersenen wordt tijdelijk doorbroken
CVA: bloedstroom naar hersenen wordt langdurig onderbroken
Perifeer arterieel vaatlijden: geheel of gedeeltelijke afsluiting van de arteriën voorbij de aorta.
Angina pectoris: beklemmende/benauwde pijn op de borst door O2-tekort.
Aneurysma van de aorta: verwijding door een zwakke plek in de vaatwand.
10. kan op weefselniveau uitleggen wat trombose is, wat de risicofactoren voor trombose
zijn en wat het gevolg is van trombose bij atherosclerose
Trombose = stolsel die bloedvat gedeeltelijk of geheel afsluit.
- Vaak door beschadiging van endotheel of door atherosclerose.
- Er ontstaat dan een bloedding waar op een stolsel wordt gevormd door de trombocyten.
11. kan uitleggen wat een embolie is en wat de gevolgen van een embolie kunnen zijn
Embolie = losgeschoten bloedstolsel, wat ergens anders in het lichaam is geschoten en daar een
bloedvat afsluit.
- Gevolgen: acute ischemie of weefselversterf.