Psychologie
Stereotypen: Algemene ideeën die we hebben over een groep als geheel, waardoor
we verwachtingen hebben over de individuele leden van die groep.
Stereotypering: Het toeschrijven van kenmerken aan een persoon puur omdat hij tot
een sociale groep behoort.
Schema’s zijn denkcategorieën die het inschatten van mensen en situaties
eenvoudiger maken.
We kunnen hierdoor snel afstemmen op de ander in het contact. Soms helpen ze
onszelf beschermen.
Confirmation Bias: De neiging om te zoeken naar informatie die overeenkomt met
onze verwachtingen en overtuigingen.
Vooroordelen: negatieve houdingen, overtuigingen en gevoelens tegenover iemand
omdat hij lid is van een bepaalde groep.
Discriminatie: Onterecht onderscheid maken, waarbij je de ene groep benadeelt
t.o.v. de andere. Bijv. uitsluiting, stigmatisering, vernedering, geweld,
dehumanisering.
Waarom is dit belangrijk om te weten?: Stereotypering, vooroordelen en
discriminatie dragen bij aan sociale uitsluiting. Je cliënten kunnen slachtoffer hiervan
zijn.
Wat kun je doen?:
o Signaleer slachtoffers van discriminatie en uitsluiting in de samenleving
o Contact is het beste tegengif. (mere exposure effect).
o Betrap jezelf op eigen vooroordelen en stuur ze bij.
Primitief brein: het deel van je brein waar de vlucht, vecht, bevries modus zit.
Collectief brein: Zorgt ervoor dat je primitief brein wordt gereguleerd.
, Afweer: Het vervormen van de werkelijkheid ter bescherming van je zelfbeeld. Een
soort ‘’psychologisch immuunsysteem t.b.v. onze mentale gezondheid, dit is
onbewust.
Afweermechanismes:
o Verdringing: Ongewenste verlangens of gevoelens vergeten, uit het
bewustzijn houden.
o Rationalisatie: Jezelf rechtvaardigen door gedrag of gevoelens fraaier en
verstandiger uit te leggen dan ze zijn.
o Ontkenning: Jezelf iets anders voor houden, net doen alsof iets niet zo is.
o Overdekking door het tegendeel: Het tegenovergestelde laten zien van
een ongewenste eigenschap die jezelf hebt.
o Projectie: Een ongewenste eigenschap van jezelf toe schrijven aan een
ander. It takes one to know one.
o Regressie: Een terugval naar een vroegere fase in het leven, met name in
de ontwikkeling.
o Dissociatie: Het ontkoppelen van de feitelijke ervaring en de bewuste
herinnering daaraan (gespleten persoonlijkheid).
o Sublimatie: Onacceptabele gevoelens, (angst, seksualiteit en agressie)
omzetten in acceptabele uitingsvormen ( het bespelen van een muziek
instrument of sporten).
o Verplaatsing: Het verplaatsen van sterke gevoelens of impulsen naar een
voorwerp dat emotioneel minder beladen is.
Freud (1856- 1939): Pijnlijke ervaringen of ongewenste verlangens worden naar het
‘’onbewuste’’ verdrongen (dromen).
Dit beïnvloedt ons gedrag (neurotisch gedrag).
Psychoanalyse:
o Droomduiding
o Subjectieve ervaring van mensen
o Mensen hebben een onbewuste
o Gedrag bepaald door onbewuste verlangens en het verbod erop
Behaviorisme:
o Reactie op psychoanalyse.
o Begon als wetenschapsfilosofische opvatting, later psychologische
benadering.
o Objectiviteit staat centraal (waarneembaar gedrag), subjectieve ervaring is de
black box
o Gedrag voorspellen reactief mensbeeld.
o Leerprocessen staan centraal in (aangeleerd) gedrag.
Stereotypen: Algemene ideeën die we hebben over een groep als geheel, waardoor
we verwachtingen hebben over de individuele leden van die groep.
Stereotypering: Het toeschrijven van kenmerken aan een persoon puur omdat hij tot
een sociale groep behoort.
Schema’s zijn denkcategorieën die het inschatten van mensen en situaties
eenvoudiger maken.
We kunnen hierdoor snel afstemmen op de ander in het contact. Soms helpen ze
onszelf beschermen.
Confirmation Bias: De neiging om te zoeken naar informatie die overeenkomt met
onze verwachtingen en overtuigingen.
Vooroordelen: negatieve houdingen, overtuigingen en gevoelens tegenover iemand
omdat hij lid is van een bepaalde groep.
Discriminatie: Onterecht onderscheid maken, waarbij je de ene groep benadeelt
t.o.v. de andere. Bijv. uitsluiting, stigmatisering, vernedering, geweld,
dehumanisering.
Waarom is dit belangrijk om te weten?: Stereotypering, vooroordelen en
discriminatie dragen bij aan sociale uitsluiting. Je cliënten kunnen slachtoffer hiervan
zijn.
Wat kun je doen?:
o Signaleer slachtoffers van discriminatie en uitsluiting in de samenleving
o Contact is het beste tegengif. (mere exposure effect).
o Betrap jezelf op eigen vooroordelen en stuur ze bij.
Primitief brein: het deel van je brein waar de vlucht, vecht, bevries modus zit.
Collectief brein: Zorgt ervoor dat je primitief brein wordt gereguleerd.
, Afweer: Het vervormen van de werkelijkheid ter bescherming van je zelfbeeld. Een
soort ‘’psychologisch immuunsysteem t.b.v. onze mentale gezondheid, dit is
onbewust.
Afweermechanismes:
o Verdringing: Ongewenste verlangens of gevoelens vergeten, uit het
bewustzijn houden.
o Rationalisatie: Jezelf rechtvaardigen door gedrag of gevoelens fraaier en
verstandiger uit te leggen dan ze zijn.
o Ontkenning: Jezelf iets anders voor houden, net doen alsof iets niet zo is.
o Overdekking door het tegendeel: Het tegenovergestelde laten zien van
een ongewenste eigenschap die jezelf hebt.
o Projectie: Een ongewenste eigenschap van jezelf toe schrijven aan een
ander. It takes one to know one.
o Regressie: Een terugval naar een vroegere fase in het leven, met name in
de ontwikkeling.
o Dissociatie: Het ontkoppelen van de feitelijke ervaring en de bewuste
herinnering daaraan (gespleten persoonlijkheid).
o Sublimatie: Onacceptabele gevoelens, (angst, seksualiteit en agressie)
omzetten in acceptabele uitingsvormen ( het bespelen van een muziek
instrument of sporten).
o Verplaatsing: Het verplaatsen van sterke gevoelens of impulsen naar een
voorwerp dat emotioneel minder beladen is.
Freud (1856- 1939): Pijnlijke ervaringen of ongewenste verlangens worden naar het
‘’onbewuste’’ verdrongen (dromen).
Dit beïnvloedt ons gedrag (neurotisch gedrag).
Psychoanalyse:
o Droomduiding
o Subjectieve ervaring van mensen
o Mensen hebben een onbewuste
o Gedrag bepaald door onbewuste verlangens en het verbod erop
Behaviorisme:
o Reactie op psychoanalyse.
o Begon als wetenschapsfilosofische opvatting, later psychologische
benadering.
o Objectiviteit staat centraal (waarneembaar gedrag), subjectieve ervaring is de
black box
o Gedrag voorspellen reactief mensbeeld.
o Leerprocessen staan centraal in (aangeleerd) gedrag.