Week 1:
EHRM 23 oktober 1985 Benthem:
De feiten
De heer Benthem had bij de gemeente waar hij woonachtig was een vergunning
aangevraagd voor het exploiteren van een LPG installatie (tankstation), deze vergunning
werd verleend, ondanks een negatief advies van de inspecteur voor de gezondheid. Nadat
de vergunning verleend is gaat de inspecteur hiertegen in beroep, hij doet dit door middel
van het Kroonberoep. Het Kroonberoep wordt ingesteld bij de Koning en ministers, samen
worden zij de Kroon genoemd. De Kroon beslist na advies door de Raad van State, in vrijwel
alle gevallen wordt dat advies gevolgd. De Raad van State adviseerde om de vergunning te
vernietigen, wat de Kroon ook deed. Benthem dient een klacht in bij het Hof wegens
schending van artikel 6 EVRM
Rechtsvraag
Levert hantering van het Kroonberoep een schending van het in artikel 6 lid 1 EVRM
neergelegde toegang tot de rechter op?
Overweging
Allereerst moet het Hof beoordelen of het in deze zaak wel gaat om een geschil waar artikel
6 EVRM betrekking op heeft. Volgens de Nederlandse staat was dit niet zo, volgens
Benthem uiteraard wel. Het Hof verwijst naar haar eerdere jurisprudentie en overweegt dat
het hier gaat om een serieus geschil met grote impact. Door het verliezen van de vergunning
was dhr. Benthem failliet gegaan. Het is daarnaast aan te merken als onderdeel van
‘burgerlijke rechten en verplichtingen’ uit artikel 6 EVRM. Het Hof zal de zaak dus verder
inhoudelijk behandelen.
Om de rechtsgeldigheid van het Kroonberoep te kunnen beoordelen moet het Hof onderzoek
doen naar het rechtskarakter van de afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en de
Kroon.
Het EHRM oordeelt dat de Afdeling Bestuursrecht geen gerecht is ingesteld bij wet zoals in
artikel 6 EVRM vereist wordt. Hiervoor is niet doorslaggevend dat de Afdeling in haar naam
niet een tribunaal is, immers moet verder gekeken worden dan vorm. Hoewel het een zekere
vorm van macht heeft, is het advies dat de Afdeling geeft niet bindend. Ook al wordt in de
meerderheid van de zaken het advies wel gevolgd, zijn er ook gevallen waarin dit niet
gebeurt. De Raad van State is dus geen ‘gerecht’.
Het Hof overweegt vervolgens met betrekking tot de Kroon dat ondanks de bevoegdheid die
hem toekomt om geschillen te beslechten, het EVRM meer vereist dan dat. In eerdere
jurisprudentie overwoog het Hof dat met het woord ‘gerecht’ gedoeld wordt op organen die
gemeenschappelijke fundamentele kenmerken hebben waarvan de belangrijkste
onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn, en de garantie van een gerechtelijke procedure.
Het Koninklijk Besluit waarbij de Kroon haar besluiten neemt, en ook dit specifieke besluit
genomen heeft, vanuit het formele standpunt, is een bestuursrechtelijke beslissing. Daarbij is
het een beslissing die afkomstig is van een minister die verantwoordelijkheid heeft voor
, degene die het beroep ingesteld had, namelijk de inspecteur voor de volksgezondheid, waar
hij de meerdere van is.
Het Hof overweegt tot slot dat het Koninklijk Besluit waarbij de vergunning van dhr. Benthem
vernietigd werd niet open stond voor herziening door een gerecht ingesteld bij wet zoals
artikel 6 lid 1 EVRM vereist.
Het Hof kan niet anders dan concluderen dat het Kroonberoep een schending van artikel 6
lid 1 EVRM oplevert.
Rechtsregel
De Kroon is geen onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld in de zin van
artikel 6 lid 1 EVRM.
Week 2:
Afdeling bestuursrechtspraak Stichting Silicose:
Waarom is Stichting Silicose een b-orgaan?
Casus: mijnwerkers uit Limburg werden ernstig ziek en kregen silicose. Burgers wilden in
beroep gaan tegen deze stichting. Men moest bepalen of het een bestuursorgaan is om te
kijken of men via het bestuursrecht of civiele recht kon procederen.
- Inhoudelijke relatie tussen staatssecretaris en stichting: de staatssecretaris hanteert
dezelfde criteria als de stichting. De stichting was een stroman van de
staatssecretaris, alles wat de staatssecretaris wilde, voerde de stichting uit.
- Financiele verwenheid: de overheid bekostigt deze regeling exclusief.
Op basis van deze criteria, bepaalde de rechter dat het een b-orgaan is. Dit bestuursorgaan
is dus voor de uitvoering van de publiekrechtelijke taken aan de Awb gebonden. De burgers
konden dus via het bestuursrecht een procedure beginnen tegen de stichting. Sommige
auteurs vinden het ook van belang of er overheidsgezag wordt uitgeofend, hierover wordt
getwist. Dit is niet terug te vinden in deze uitspraak.
Afdeling bestuursrechtspraak Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schiphol:
De stichting verstrekt uitkeringen ten behoeve van gebiedsgerichte projecten en
compensatie voor schrijnende gevallen ten gevolge van hinder door het vliegverkeer. Het
Bestemmingsreglement (vastgesteld door het bestuur van de stichting) noemt de criteria
voor compensatie. De overheid heeft deze stichting opgericht om te voorkomen dat burgers
weg trekken uit het gebied rond Schiphol en de huizenprijzen enorm dalen.
Dit is een uitspraak van de rechtseenheidskamer, een kamer met een hele hoop
bestuursrechters van verschillende gebieden en organen.
Feiten: X dient een aanvraag in voor compensatie wegens hinder door het vliegverkeer rond
Schiphol. Het bestuur van de stichting wijst de aanvraag af. X gaat in bezwaar en beroep. De
rechtbank verklaart zich onbevoegd, omdat het stichtingbestuur geen bestuursorgaan is.
Vraag in hoger beroep: heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het hier niet om een
bestuursorgaan gaat? In principe is het zo dat je bij wet, als overheid, aan een orgaan een
publiekrechtelijke taak toekent. Maar er zijn uitzonderingen op de hoofdregel.