Taak 3 – Seksuele beperkingen of mogelijkheden
Verschillende onderwerpen
- Seksuele revalidatie
- Verandering van intimiteit
- Prostituees voor verstandelijk gehandicapten
- Seksualiteit bespreekbaar maken in een instelling
- Ethische bezwaren
- Aangeven wat wél en niet kan/mag
Leerdoelen
1. Wat is de relatie tussen seksualiteit en ziekte?
2. Wat is de relatie tussen seksualiteit en verstandelijke beperking?
3. Hoe ga je om met seksualiteit binnen een instelling?
Hoofdstuk 21
Seksueel contact kan in geval van ziekte of handicap werken als troost,
als een bevestiging er ondanks alles nog bij te horen en nog
beminnenswaardig te zijn. Seks helpt soms ook tegen pijn, het is een
fysiek ontspanningsmiddel en het kan een manier zijn om verwarrende
emoties te verwerken.
In hoeverre leidt ziekte tot seksueel disfunctioneren?
Ziekte of handicap en medische interventies kunnen leiden tot een
ernstige verstoring van het seksuele functioneren.
Ondanks alle potentiële bedreigingen en daadwerkelijke verstoringen
door ziekte, blijkt dat bij 60-70% van de patiënten na een periode van één
tot twee jaar de zin in vrijen en de seksuele tevredenheid weer op het
oude niveau terugkeren, ongeacht het type ziekte en de behandeling
ervan en ongeacht de aanwezigheid van hinderlijke fysieke fysieke
klachten en blijvende verminderingen in de seksuele capaciteiten
(vermogen om seksueel opgewonden te raken en/of een orgasme te
bereiken).
Seksuele satisfactie lijkt onder deze omstandigheden eerst en vooral een
uiting te zijn van de waardering voor het intimiteitaspect van de seksuele
relatie. Pas op de tweede plaats speelt blijkbaar het opwindingsaspect
van de seksuele interactie.
Bij het merendeel der vrouwen is en was dat altijd al zo en lijkt er door
de confrontatie met ziekte relatief weinig te veranderen. In hoeverre
deze veranderende waardering bij mannen een gevolg is van de ziekte, is
moeilijk vast te stellen.
, Wat zijn de oorzaken voor het disfunctioneren?
Er is in ieder geval een seksueel systeem nodig dat op verschillende
niveaus goed functioneert:
- Het fysiologische niveau (‘willen, maar ook kunnen’)
- Het intrapsychische niveau (‘ga ik er wel of niet in mee’) toegeven aan
seksuele verlangens.
- Het interpsychische niveau (omgevingscondities, zoals veiligheid,
waardering, respect).
Elk van deze drie niveaus kent een groot aantal mogelijke verstoringen.
Samenvattend kunnen we constateren dat een scala aan min of meer
verstorende factoren een rol kan spelen bij het seksuele functioneren
tijdens en na ziekte.
Verschillende factoren kunnen op verschillende momenten een rol spelen
of beïnvloeden elkaar. Zo zal kort na een ingrijpende behandeling vooral
de lichamelijke status bepalend zijn voor de vraag of iemand weer enig
seksueel contact wil en kan aangaan. Op de wat langere termijn zijn het
vooral de psychologische en sociale gevolgen die dit bepalen. Deze
laatste zijn echter niet onafhankelijk van het eerste; pas als iemand
lichamelijk weer een beetje functioneert, komt de psychologische
verwerking aan bod en daarna komen pas sociale aspecten aan de orde
en in het kader daarvan de seksualiteit.
Grofweg: teruggang in capaciteiten voor opwinding, orgasme of coïtus
vooral afhankelijk van de fysiologische schade die door ziekte of
behandeling ontstaat. Zin en om te vrijen en de (on)tevredenheid over
het seksuele leven vooral afhankelijk van psychologische en
relatiefactoren.
Psychologische hulp Vooral wanneer de verwerking van de ziekte en/of
behandeling ervan blijft steken of wanneer zich opnieuw complicaties
voordoen, kan professionele hulp uitkomst bieden.
Als het om seksuele problemen gaat, kan in individuele begeleiding of
therapie bij voorkeur met, maar eventueel ook zonder partner,
gedetailleerde informatie worden gegeven over de resterende seksuele
functies.
Therapievormen zijn directief, niet wachten tot cliënt zelf in beweging
komt bij seksuele problemen. Oefenprogramma Master’s en Johnson
bekend voorbeeld.
Medische hulp bij het behandelen van een seksuele disfunctie door een
ziekte kunnen we ons verschillende ‘oorzaken’ of factoren voorstellen,
met daarbij vier niveaus van aanpak. Op niveau 1 gaat het om de echte
oorzaak waardoor de disfunctie ontstaat. Op niveau 2 spelen de
remmende factoren een rol (waaronder faalangst, negatieve anticipatie,
, maar ook verminderd gevoel, pijn, moeheid enzovoort). Niveau 3 betreft
het tekort aan stimulerende factoren (geen initiatief meer nemen, geen
erotiek meer inbouwen, weinig stimuli toedienen). Op niveau 4 is er
helemaal geen restfunctie meer.
De behandeling op niveau 1 is het stoppen van de oorzaak (de ziekte
behandelen, de vaten herstellen). Op niveau 2 worden de
klachtenonderhoudende factoren aangepakt (zoals pijnstilling, advies om
moeheid tegen te gaan, faalangst verminderen). Op niveau 3 wordt
aandacht gegeven aan het vermeerderen van stimuli (erotica, vibrator,
sensate focus-oefeningen).
Op niveau 4 gaat het om symptomatische behandeling (intracaverneuze
injectie, vacuümpomp, erectieprothese). De medische hulpverlening
houdt zich vooral bezig met de niveaus 1 en
4 en in mindere mate met 2 en 3.
Medische hulp bij mannen: Naast de orale PDE-5-remmers zal bij
ernstige fysieke verstoring geregeld worden gekozen voor
intracaverneuze injecties. Bij geselecteerde complexe
erectieproblematiek wordt soms gekozen voor een urologische oplossing
in de vorm van een vaatoperatie of implantatie van een erectieprothese.
Een niet-invasieve vorm van behandeling is de vacuümtherapie waarbij
om de penis een cilinder wordt geplaatst, waarna de penis door middel
van onderdruk met bloed wordt gevuld, dat tijdelijk wordt vastgehouden
met een stevige band om de basis van de penis. Bij symptomatische
behandeling voor de afwezige erectie kan soms voor teleurstellingen
zorgen omdat het niet altijd de seksualiteit of de verwachtingen
daaromheen bevordert.
Medische hulp bij vrouwen: Er zijn ziekten en handicaps die de seksuele
organen van de vrouw direct aantasten, met als gevolg een gestoorde
lubricatie, ondanks goede opwinding. Voorbeelden zijn vaatafwijkingen,
zoals bij diabetes mellitus, de effecten van radiotherapie, zenuwschade
door een operatie, het gebruik van medicijnen (bijvoorbeeld
bètablokkers) en neurologische schade zoals bij multipele sclerose. Een
gestoorde lubricatie kan echter ook totstandkomen zonder dat er sprake
is van schade aan de seksuele organen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij
pijn door ontsteking (reuma) of littekenvorming, of bijvoorbeeld bij angst
voor wat komen gaat of simpelweg door een gebrek aan adequate
stimulatie of motivatie. De mogelijkheden voor medische hulp bij
vrouwen met een ziekte of handicap verschillen per aandoening. Soms
biedt simpelweg het voorschrijven van een glijmiddel uitkomst. In andere
gevallen kan het zinvol zijn medicamenteus te interveniëren in de vorm
van hormoonpreparaten, pijnstillers voorafgaand aan het vrijen of door
de medicatie te wijzigen. Een kwetsbare huid kan worden beschermd
door lokale preparaten en blaasinfecties dienen te worden behandeld.
Verschillende onderwerpen
- Seksuele revalidatie
- Verandering van intimiteit
- Prostituees voor verstandelijk gehandicapten
- Seksualiteit bespreekbaar maken in een instelling
- Ethische bezwaren
- Aangeven wat wél en niet kan/mag
Leerdoelen
1. Wat is de relatie tussen seksualiteit en ziekte?
2. Wat is de relatie tussen seksualiteit en verstandelijke beperking?
3. Hoe ga je om met seksualiteit binnen een instelling?
Hoofdstuk 21
Seksueel contact kan in geval van ziekte of handicap werken als troost,
als een bevestiging er ondanks alles nog bij te horen en nog
beminnenswaardig te zijn. Seks helpt soms ook tegen pijn, het is een
fysiek ontspanningsmiddel en het kan een manier zijn om verwarrende
emoties te verwerken.
In hoeverre leidt ziekte tot seksueel disfunctioneren?
Ziekte of handicap en medische interventies kunnen leiden tot een
ernstige verstoring van het seksuele functioneren.
Ondanks alle potentiële bedreigingen en daadwerkelijke verstoringen
door ziekte, blijkt dat bij 60-70% van de patiënten na een periode van één
tot twee jaar de zin in vrijen en de seksuele tevredenheid weer op het
oude niveau terugkeren, ongeacht het type ziekte en de behandeling
ervan en ongeacht de aanwezigheid van hinderlijke fysieke fysieke
klachten en blijvende verminderingen in de seksuele capaciteiten
(vermogen om seksueel opgewonden te raken en/of een orgasme te
bereiken).
Seksuele satisfactie lijkt onder deze omstandigheden eerst en vooral een
uiting te zijn van de waardering voor het intimiteitaspect van de seksuele
relatie. Pas op de tweede plaats speelt blijkbaar het opwindingsaspect
van de seksuele interactie.
Bij het merendeel der vrouwen is en was dat altijd al zo en lijkt er door
de confrontatie met ziekte relatief weinig te veranderen. In hoeverre
deze veranderende waardering bij mannen een gevolg is van de ziekte, is
moeilijk vast te stellen.
, Wat zijn de oorzaken voor het disfunctioneren?
Er is in ieder geval een seksueel systeem nodig dat op verschillende
niveaus goed functioneert:
- Het fysiologische niveau (‘willen, maar ook kunnen’)
- Het intrapsychische niveau (‘ga ik er wel of niet in mee’) toegeven aan
seksuele verlangens.
- Het interpsychische niveau (omgevingscondities, zoals veiligheid,
waardering, respect).
Elk van deze drie niveaus kent een groot aantal mogelijke verstoringen.
Samenvattend kunnen we constateren dat een scala aan min of meer
verstorende factoren een rol kan spelen bij het seksuele functioneren
tijdens en na ziekte.
Verschillende factoren kunnen op verschillende momenten een rol spelen
of beïnvloeden elkaar. Zo zal kort na een ingrijpende behandeling vooral
de lichamelijke status bepalend zijn voor de vraag of iemand weer enig
seksueel contact wil en kan aangaan. Op de wat langere termijn zijn het
vooral de psychologische en sociale gevolgen die dit bepalen. Deze
laatste zijn echter niet onafhankelijk van het eerste; pas als iemand
lichamelijk weer een beetje functioneert, komt de psychologische
verwerking aan bod en daarna komen pas sociale aspecten aan de orde
en in het kader daarvan de seksualiteit.
Grofweg: teruggang in capaciteiten voor opwinding, orgasme of coïtus
vooral afhankelijk van de fysiologische schade die door ziekte of
behandeling ontstaat. Zin en om te vrijen en de (on)tevredenheid over
het seksuele leven vooral afhankelijk van psychologische en
relatiefactoren.
Psychologische hulp Vooral wanneer de verwerking van de ziekte en/of
behandeling ervan blijft steken of wanneer zich opnieuw complicaties
voordoen, kan professionele hulp uitkomst bieden.
Als het om seksuele problemen gaat, kan in individuele begeleiding of
therapie bij voorkeur met, maar eventueel ook zonder partner,
gedetailleerde informatie worden gegeven over de resterende seksuele
functies.
Therapievormen zijn directief, niet wachten tot cliënt zelf in beweging
komt bij seksuele problemen. Oefenprogramma Master’s en Johnson
bekend voorbeeld.
Medische hulp bij het behandelen van een seksuele disfunctie door een
ziekte kunnen we ons verschillende ‘oorzaken’ of factoren voorstellen,
met daarbij vier niveaus van aanpak. Op niveau 1 gaat het om de echte
oorzaak waardoor de disfunctie ontstaat. Op niveau 2 spelen de
remmende factoren een rol (waaronder faalangst, negatieve anticipatie,
, maar ook verminderd gevoel, pijn, moeheid enzovoort). Niveau 3 betreft
het tekort aan stimulerende factoren (geen initiatief meer nemen, geen
erotiek meer inbouwen, weinig stimuli toedienen). Op niveau 4 is er
helemaal geen restfunctie meer.
De behandeling op niveau 1 is het stoppen van de oorzaak (de ziekte
behandelen, de vaten herstellen). Op niveau 2 worden de
klachtenonderhoudende factoren aangepakt (zoals pijnstilling, advies om
moeheid tegen te gaan, faalangst verminderen). Op niveau 3 wordt
aandacht gegeven aan het vermeerderen van stimuli (erotica, vibrator,
sensate focus-oefeningen).
Op niveau 4 gaat het om symptomatische behandeling (intracaverneuze
injectie, vacuümpomp, erectieprothese). De medische hulpverlening
houdt zich vooral bezig met de niveaus 1 en
4 en in mindere mate met 2 en 3.
Medische hulp bij mannen: Naast de orale PDE-5-remmers zal bij
ernstige fysieke verstoring geregeld worden gekozen voor
intracaverneuze injecties. Bij geselecteerde complexe
erectieproblematiek wordt soms gekozen voor een urologische oplossing
in de vorm van een vaatoperatie of implantatie van een erectieprothese.
Een niet-invasieve vorm van behandeling is de vacuümtherapie waarbij
om de penis een cilinder wordt geplaatst, waarna de penis door middel
van onderdruk met bloed wordt gevuld, dat tijdelijk wordt vastgehouden
met een stevige band om de basis van de penis. Bij symptomatische
behandeling voor de afwezige erectie kan soms voor teleurstellingen
zorgen omdat het niet altijd de seksualiteit of de verwachtingen
daaromheen bevordert.
Medische hulp bij vrouwen: Er zijn ziekten en handicaps die de seksuele
organen van de vrouw direct aantasten, met als gevolg een gestoorde
lubricatie, ondanks goede opwinding. Voorbeelden zijn vaatafwijkingen,
zoals bij diabetes mellitus, de effecten van radiotherapie, zenuwschade
door een operatie, het gebruik van medicijnen (bijvoorbeeld
bètablokkers) en neurologische schade zoals bij multipele sclerose. Een
gestoorde lubricatie kan echter ook totstandkomen zonder dat er sprake
is van schade aan de seksuele organen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij
pijn door ontsteking (reuma) of littekenvorming, of bijvoorbeeld bij angst
voor wat komen gaat of simpelweg door een gebrek aan adequate
stimulatie of motivatie. De mogelijkheden voor medische hulp bij
vrouwen met een ziekte of handicap verschillen per aandoening. Soms
biedt simpelweg het voorschrijven van een glijmiddel uitkomst. In andere
gevallen kan het zinvol zijn medicamenteus te interveniëren in de vorm
van hormoonpreparaten, pijnstillers voorafgaand aan het vrijen of door
de medicatie te wijzigen. Een kwetsbare huid kan worden beschermd
door lokale preparaten en blaasinfecties dienen te worden behandeld.