Week 1.2 : Lees Kluijtmans H6.3 tot H6.8
6.3 : Wat verwachten mensen van werk en werkgevers
van hun werknemers ?
> arbeidsoriëntatie : wat men verwacht van het werk dat men doet of wil gaan doen
6.3.1 : Verschillen in arbeidsoriëntaties
Er zijn 5 soorten arbeidsoriëntaties :
1. Intrinsieke oriëntatie inhoudelijke aspecten werk
2. Extrinsieke oriëntatie doelen buiten werk
3. Carrier oriëntatie leer- en doorgroeimogelijkheden
4. Gemaksoriëntatie (vermijden van) lastige omstandigheden
5. Sociale oriëntatie sociale werkrelaties en werksfeer
Generaties X, Y en Z
X 1956-1985, generatie na de babyboomgeneratie. X is opgegroeid met massale
jeugdwerkloosheid, belangrijk : samenwerken, duurzaamheid en diversiteit.
Y 1982-2001, opvolgers van generatie X. Y is de digitale generatie. 5 competenties Y-generatie :
Ondernemerschap, klantgerichtheid, besluitvaardigheid, omgevingsbewustzijn en initiatief.
Z 1992-heden, de Digital Natives, opgegroeid in een 24/7 informatie-maatschappij
6.3.2 : Verschillen in wederzijdse verwachtingen
Werkgevers leggen vaker nadruk op extrinsieke werkbehoeften (bv arbeidsomstandigheden)
Functiecontract : resultaat dat medewerkers moeten behalen
Tijdcontract : hoe laat en locatie aanwezigheid werk
Er zijn 3 soorten contracten :
1. Cao : hierin staat alles wat betreft de arbeidsvoorwaarden
2. Individuele arbeidsomstandigheden : individuele/persoonsgerichte arbeidsvoorwaarden
3. Psychologisch contract : verwachtingen ten aanzien van motivatie tussen werkgever en
werknemer.
Transactionele contracten : de medewerker krijgt loon voor bepaalde arbeid dat hij in een
bepaalde tijd af moet hebben (bv post bezorgen)
Voorbeeld : ondersteunend personeel, voor wat hoort wat
Relationeel contract : werknemer verwacht scholings- en ontwikkelingsmogelijkheden +
meer dan alleen loon, werkgever verwacht meer inzet dan dat officieel nodig is.
Voorbeeld : werknemers laten ontwikkelen naar kernwerknemers
Kernwerknemers : beschikken over unieke kennis en vaardigheden, zijn moeilijk te vinden op
de arbeidsmarkt omdat ze specifiek zijn voor de organisatie.
Professionals : kennis en vaardigheden van algemene aard, vervangbaar en aantrekkelijk
voor andere organisaties. Gemeenschappelijke belangen tussen organisatie en professionals
zijn belangrijk. Zolang medewerkers worden beloond en uitgedaagd blijven ze verbonden.
Ondersteunend personeel : medewerkers met algemene vaardigheden en een bijdrage die
niet strategisch van aard is.
6.3 : Wat verwachten mensen van werk en werkgevers
van hun werknemers ?
> arbeidsoriëntatie : wat men verwacht van het werk dat men doet of wil gaan doen
6.3.1 : Verschillen in arbeidsoriëntaties
Er zijn 5 soorten arbeidsoriëntaties :
1. Intrinsieke oriëntatie inhoudelijke aspecten werk
2. Extrinsieke oriëntatie doelen buiten werk
3. Carrier oriëntatie leer- en doorgroeimogelijkheden
4. Gemaksoriëntatie (vermijden van) lastige omstandigheden
5. Sociale oriëntatie sociale werkrelaties en werksfeer
Generaties X, Y en Z
X 1956-1985, generatie na de babyboomgeneratie. X is opgegroeid met massale
jeugdwerkloosheid, belangrijk : samenwerken, duurzaamheid en diversiteit.
Y 1982-2001, opvolgers van generatie X. Y is de digitale generatie. 5 competenties Y-generatie :
Ondernemerschap, klantgerichtheid, besluitvaardigheid, omgevingsbewustzijn en initiatief.
Z 1992-heden, de Digital Natives, opgegroeid in een 24/7 informatie-maatschappij
6.3.2 : Verschillen in wederzijdse verwachtingen
Werkgevers leggen vaker nadruk op extrinsieke werkbehoeften (bv arbeidsomstandigheden)
Functiecontract : resultaat dat medewerkers moeten behalen
Tijdcontract : hoe laat en locatie aanwezigheid werk
Er zijn 3 soorten contracten :
1. Cao : hierin staat alles wat betreft de arbeidsvoorwaarden
2. Individuele arbeidsomstandigheden : individuele/persoonsgerichte arbeidsvoorwaarden
3. Psychologisch contract : verwachtingen ten aanzien van motivatie tussen werkgever en
werknemer.
Transactionele contracten : de medewerker krijgt loon voor bepaalde arbeid dat hij in een
bepaalde tijd af moet hebben (bv post bezorgen)
Voorbeeld : ondersteunend personeel, voor wat hoort wat
Relationeel contract : werknemer verwacht scholings- en ontwikkelingsmogelijkheden +
meer dan alleen loon, werkgever verwacht meer inzet dan dat officieel nodig is.
Voorbeeld : werknemers laten ontwikkelen naar kernwerknemers
Kernwerknemers : beschikken over unieke kennis en vaardigheden, zijn moeilijk te vinden op
de arbeidsmarkt omdat ze specifiek zijn voor de organisatie.
Professionals : kennis en vaardigheden van algemene aard, vervangbaar en aantrekkelijk
voor andere organisaties. Gemeenschappelijke belangen tussen organisatie en professionals
zijn belangrijk. Zolang medewerkers worden beloond en uitgedaagd blijven ze verbonden.
Ondersteunend personeel : medewerkers met algemene vaardigheden en een bijdrage die
niet strategisch van aard is.