Artikelen Taal, Mens en Maatschappij t/m week 3
WAT IS TAALKUNDE?
Elma Blom – Verschillende manieren van taalverwerving
- Het vermogen om een nieuwe taal te leren neemt af met het vorderen van
de leeftijd
- Onbewuste kennis bij moedertaalsprekers
- Bewuste kennis van volwassenen die een nieuwe taal leren komt overeen
met de onbewuste kennis die kinderen hebben van hun moedertaal
- Er is een kritische/sensitieve periode voor verwerving van deze onbewuste
taalkennis
- Onderzoek naar kritische periode: moedertaalsprekers vs. volwassenen die
tweede taal leren vs. kinderen die tweede taal leren
- Moeilijkheden bij het leren van Nederlands zijn bijvoorbeeld de plaatsing
van het werkwoord en geslachtsbepaling van een zelfstandig naamwoord
(met vervoeging van het bijvoeglijk naamwoord)
- Onduidelijke taalregels kunnen resulteren in het verdwijnen van
taalverschijnselen
WETENSCHAPSGESCHIEDENIS
Arend Quak – Het oudste Nederlands
- Oudnederlands: overkoepelende term voor de dialecten die vóór 1200 in
het Nederlandse taalgebied werden gesproken
- Kleine grens tussen Oudnederlands, Oudhoogduits en Oudsaksisch
- Materiaal van het Oudnederlands:
Corpus Gysseling = corpus met Vroegmiddelnederlandse teksten tot
1300
Wachtendonckse Psalmen = fragmentarische psalmverzameling uit
de tiende eeuw, oudste omvangrijke Oudnederlandse tekst
Malbergse Glossen = verzameling wetten, vertaald uit Lex Salica uit
zesde en zevende eeuw
Leidse Willeram = bewerking van een lied over een Duitse abt (rond
1100)
Middelfrankische Rijmbijbel = bijbel uit de tweede helft van de
twaalfde eeuw
Latijnse kronieken en oorkonden met enkele Oudnederlandse
woorden
Plaatsnamen
- 4000-5000 Oudnederlandse woorden; bron voor vorm- en klankleer en
enige syntaxis
Jan Stroop – Is “hun hebben” zeggen echt zo dom?
- Taalregel waar al jaren tegen wordt gevochten
- Bedachte regel:
Zeventiende eeuw
Renaissance: Latijn > Nederlands
Overname naamvallen (hun = 3e naamval, hen = 4e naamval)
- Op zoek naar efficiëntie: een voornaamwoord voor alle functies
, - “Ongrammaticale taalveranderingen bestaan niet”
Alles wat kán is goed
FONETIEK/FONOLOGIE
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld – Klankpatronen
- Patronen en vuistregels voor klemtonen
- Toonhoogte en lengte (eigenschap van klinkers)
- Drie soorten talen:
Toontalen = talen waarin er betekenisverschillen zijn tussen
woorden die bij de uitspraak in toonhoogte verschillen
Klemtoontalen = talen met één hoofdklemtoon per woord
Pitch-accenttalen = toontalen met één hoofdtoon per woord
- Nederlands = klemtoontaal
Klemtoontoekenning van rechts naar links, praten van links naar
rechts (anticipatie nodig voor spreken)
Superzware lettergreep (Vlang C of VCC) krijgt meer klemtoon
Verschil tussen open of gesloten lettergrepen (niet zwaar/zwaar)
Morfologie speelt een rol (bijv. meervouds-s)
Als een woord eindigt op een syllabe met sjwa, krijgt de syllabe
ervoor de klemtoon
SPRAAK VS. SCHRIFT
H. Verkuyl – Taal en klimaat
- Eenduidige spelling
- Vorm en betekenis van een woord liggen niet eeuwenlang vast
- Vier complexe systemen:
A. Klanksysteem taal
B. Spelling van die taal
C. Individueel cognitief systeem dat A en B op elkaar afstemt
D. Een op C gebaseerd systeem dat nodig is om afspraken te maken
over het afstemmen van B op A
Regels worden veranderd wanneer D grote politieke pressie
ondergaat of geleidelijk door verandering van A en B
- Auditieve kant van een woord wint van de visuele kant
Milder omgaan met B (spelling) door afstemming van B op A (klank,
nogal veranderlijk)
MORFOLOGIE
Interview met G. Booij – Woorden bouwen
- Kleine interpretatieverschillen kunnen het taalsysteem laten verschuiven;
de interpreterende taalgebruiker is een van de belangrijkste oorzaken voor
taalverandering
Voorbeeld: tussen-n
- Allomorfie = vormvariaties (vb. schip en schepen, scheepsarts)
WAT IS TAALKUNDE?
Elma Blom – Verschillende manieren van taalverwerving
- Het vermogen om een nieuwe taal te leren neemt af met het vorderen van
de leeftijd
- Onbewuste kennis bij moedertaalsprekers
- Bewuste kennis van volwassenen die een nieuwe taal leren komt overeen
met de onbewuste kennis die kinderen hebben van hun moedertaal
- Er is een kritische/sensitieve periode voor verwerving van deze onbewuste
taalkennis
- Onderzoek naar kritische periode: moedertaalsprekers vs. volwassenen die
tweede taal leren vs. kinderen die tweede taal leren
- Moeilijkheden bij het leren van Nederlands zijn bijvoorbeeld de plaatsing
van het werkwoord en geslachtsbepaling van een zelfstandig naamwoord
(met vervoeging van het bijvoeglijk naamwoord)
- Onduidelijke taalregels kunnen resulteren in het verdwijnen van
taalverschijnselen
WETENSCHAPSGESCHIEDENIS
Arend Quak – Het oudste Nederlands
- Oudnederlands: overkoepelende term voor de dialecten die vóór 1200 in
het Nederlandse taalgebied werden gesproken
- Kleine grens tussen Oudnederlands, Oudhoogduits en Oudsaksisch
- Materiaal van het Oudnederlands:
Corpus Gysseling = corpus met Vroegmiddelnederlandse teksten tot
1300
Wachtendonckse Psalmen = fragmentarische psalmverzameling uit
de tiende eeuw, oudste omvangrijke Oudnederlandse tekst
Malbergse Glossen = verzameling wetten, vertaald uit Lex Salica uit
zesde en zevende eeuw
Leidse Willeram = bewerking van een lied over een Duitse abt (rond
1100)
Middelfrankische Rijmbijbel = bijbel uit de tweede helft van de
twaalfde eeuw
Latijnse kronieken en oorkonden met enkele Oudnederlandse
woorden
Plaatsnamen
- 4000-5000 Oudnederlandse woorden; bron voor vorm- en klankleer en
enige syntaxis
Jan Stroop – Is “hun hebben” zeggen echt zo dom?
- Taalregel waar al jaren tegen wordt gevochten
- Bedachte regel:
Zeventiende eeuw
Renaissance: Latijn > Nederlands
Overname naamvallen (hun = 3e naamval, hen = 4e naamval)
- Op zoek naar efficiëntie: een voornaamwoord voor alle functies
, - “Ongrammaticale taalveranderingen bestaan niet”
Alles wat kán is goed
FONETIEK/FONOLOGIE
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld – Klankpatronen
- Patronen en vuistregels voor klemtonen
- Toonhoogte en lengte (eigenschap van klinkers)
- Drie soorten talen:
Toontalen = talen waarin er betekenisverschillen zijn tussen
woorden die bij de uitspraak in toonhoogte verschillen
Klemtoontalen = talen met één hoofdklemtoon per woord
Pitch-accenttalen = toontalen met één hoofdtoon per woord
- Nederlands = klemtoontaal
Klemtoontoekenning van rechts naar links, praten van links naar
rechts (anticipatie nodig voor spreken)
Superzware lettergreep (Vlang C of VCC) krijgt meer klemtoon
Verschil tussen open of gesloten lettergrepen (niet zwaar/zwaar)
Morfologie speelt een rol (bijv. meervouds-s)
Als een woord eindigt op een syllabe met sjwa, krijgt de syllabe
ervoor de klemtoon
SPRAAK VS. SCHRIFT
H. Verkuyl – Taal en klimaat
- Eenduidige spelling
- Vorm en betekenis van een woord liggen niet eeuwenlang vast
- Vier complexe systemen:
A. Klanksysteem taal
B. Spelling van die taal
C. Individueel cognitief systeem dat A en B op elkaar afstemt
D. Een op C gebaseerd systeem dat nodig is om afspraken te maken
over het afstemmen van B op A
Regels worden veranderd wanneer D grote politieke pressie
ondergaat of geleidelijk door verandering van A en B
- Auditieve kant van een woord wint van de visuele kant
Milder omgaan met B (spelling) door afstemming van B op A (klank,
nogal veranderlijk)
MORFOLOGIE
Interview met G. Booij – Woorden bouwen
- Kleine interpretatieverschillen kunnen het taalsysteem laten verschuiven;
de interpreterende taalgebruiker is een van de belangrijkste oorzaken voor
taalverandering
Voorbeeld: tussen-n
- Allomorfie = vormvariaties (vb. schip en schepen, scheepsarts)