Taak 6A en 6B
A
Gedragsstoornissen
Leerdoelen:
Definitie, verschillende soorten en kenmerken
Epidemiologie (geslachtsverschil)
Co-morbiditeit
Verloop en secundaire problematiek (cognitieve en verbale tekorten, leerproblemen, sociale
relaties, gezinsrelaties, mentaal en fysiek (dys)functioneren, middelen misbruik)
Etiologie (Crick en Dodge)
Behandeling
Waar komen die psychopathische trekjes vandaan (nature vs nurture)?
CONDUCT DISORDER (CD)
Veel aandacht voor ontwikkeling van agressie en antisociaal gedrag, meer dan bij andere
stoornissen. Gedragsproblemen gedurende het leven kunnen zich op verschillende manieren
ontwikkelen van overgedreven misdragen tot koelbloedige moord en geweld.
DSM IV CD = een herhaaldelijk en diepgaand patroon van gedrag waarbij basale rechten
van anderen of wanneer leeftijdsgebonden sociale normen of regels gebroken worden.
Gedragsproblemen treden op in 4 categorien:
- Agressie jegens mensen en dieren
- Vernielen van eigendom
- Bedrieglijkheid en diefstal
- Ernstige schendingen van regels.
Ernst wordt gespecificeerd als mild (een paar gedragsproblemen die voldoende zijn om de
diagnose te stellen en slechts enige schade toebrengen aan anderen), gematigd (een
middelmatig aantal en ernst van problemen) en ernstig (veel gedragsproblemen of het zorgt
voor behoorlijke schade aan anderen).
DSM maakt verder nog onderscheid tussen gedragsproblemen die beginnen in de kindertijd
(voor 10 jaar) of in de adolescentie (afwezigheid CD criteria voor 10 jaar).
Onsociale gedragsstoornis – individu vertoont tekorten in interpersoonlijke relaties. De
individu kan op zichzelf en antisociaal zijn of gewoon zo agressief dat relaties met
leeftijdsgenoten onmogelijk zijn te behouden.
Sociale gedragsstoornis – antisociaal gedrag dat vertoont wordt in de context van een
georganiseerde groep leeftijdsgenoten. Het kan bendegedrag zijn of gewoon deelnemen aan
groepswangedrag zoals spijbelen en winkeldiefstal.
Probleemgedrag (problem behaviour) vs Gedragsproblemen (conduct behaviour)
Tijdens de normale ontwikkeling misdragen kinderen zich wel vaker. Wanneer spreken we
van gedragsproblemen? DSM IV probleemgedrag bestempelen als CD wanneer het gedrag
symptomatisch is voor een onderliggende storing bij de persoon i.p.v. dat gedrag een reactie
is op de onmiddellijke sociale omgeving. De sociale en economische omgeving moet worden
meegenomen in de diagnose. Als iemand agressie vertoont als verdediging in een gevaarlijke
buurt is dat anders dan random agressief gedrag.
Prevalentie
USA lifetime prevalentie 12% mannen en 7% vrouwen.
UK 5 – 15 jarigen: 7% jongens en 5,8% meisjes.
CD komt vaker voor in klinische gevallen: 1/3 – 1/2 van behandelde kinderen en
adolescenten.
CD komt 4 x meer voor bij jongens dan bij meisjes en dit verschil wordt kleiner in de
adolescentie. Jongens en meisjes vertonen ook verschillende symptomen: jongens vertonen
,meer openlijke agressie terwijl meisjes meer verscholen antisociaal gedrag vertonen zoals
spijbelen, weglopen en middelenmisbruik.
, Etniciteit en sociale klasse
Effecten van SES zijn klein maar CD komt meer voor bij economisch minder bedeelde
groepen, vooral die onder de armoedegrens leven.
Childhood onset vs adolescent onset
- Childhood onset
Ook life-course persistent CD, aggressive versatile CD of early starter pathway
genoemd.
Begint voor 10e levensjaar.
Gekenmerkt door openlijk agressief en fysiek geweld en gaat vaak gepaard met
meerdere problemen zoals neuropsychologische tekorten, onoplettendheid,
impulsiviteit en slecht presteren op school.
Komt vaker voor bij jongens en kan worden voorspeld door antisociaal gedrag bij
ouders en een verstoorde ouder-kind relatie.
Deze duurt hoogstwaarschijnlijk hele leven.
- Adolescent onset
Ook adolescence-limited CD, niet-agressieve CD of de late starter pathway genoemd.
Gekenmerkt door normale ontwikkeling in vroege jaren en minder ernstige
gedragsproblemen in de adolescentie. Minder comorbide problemen en
disfunctioneren binnen de familie.
Een moeilijk temperament wanneer je 3 bent kan een risicofactor zijn, net als een vroege
geschiedenis van agressie en antisociaal gedrag.
Kinderen die het na hun 10e levensjaar ontwikkelen zijn anders dan de early starters: hebben
minder serieus gewelddadig gedrag zoals slaan van partner of kindermishandeling en
vertonen minder psychopathische trekken en betere aanpassing. De late starter verschilt van
leeftijdsgenoten door meer middelenmisbruik, impulsiviteit, slechte banen en psychologische
problemen.
Terechtkomen in een antisociale levensstijl, ook als het later begint kan leiden tot closing
down opportunities waarbij jongen mannen gevangen worden in een netwerk van
maladaptive invloeden waar ze moeilijk van los kunnen komen.
Callous (gevoelloos)/niet-emotionele karaktertrekken bij jongeren
Een toevoeging van de DSM V zullen gevoelloze, niet-emotionele karaktertrekken zijn die
jongeren met een gedragsstoornis vertonen. Het bestuderen van deze trekken was
gebaseerd op de studie van Hare’s over volwassen psychopathie. Antisociaal kan gepaard
gaan met de subgroep psychopathologische karaktertrekken. Deze trekken kunnen zijn:
- Gevoelloosheid (een gebrek aan medelijden, empathie of schuld)
- Egocentrisch
- Oppervlakkige charme
- Impulsiviteit
- Oppervlakkige emoties
- Manipulatief
- Afwezigheid van betekenisvolle relaties.
Psychopaten zijn individuen die antisociale daden uitvoeren t.o.v. anderen, niet omdat het
nodig is maar omdat ze geen moeite hebben met het pijn doen of manipuleren van anderen.
Ze vertonen een gebrek aan besef over andere mensen als medemens die attentheid en
compassie verdienen. Ze hebben geen geweten. Ze halen bijvoorbeeld plezier manipuleren
door te liegen.
Onderzoek wees uit dat zulke karaktertrekken ook bij kinderen te detecteren zijn. Ook zij
vertoonden 2 soorten gedrag:
- antisociaal gedrag, impulsiviteit/gedragsprobleem genoemd (handelen zonder te
denken kan leiden tot riskant en gevaarlijk gedrag).
A
Gedragsstoornissen
Leerdoelen:
Definitie, verschillende soorten en kenmerken
Epidemiologie (geslachtsverschil)
Co-morbiditeit
Verloop en secundaire problematiek (cognitieve en verbale tekorten, leerproblemen, sociale
relaties, gezinsrelaties, mentaal en fysiek (dys)functioneren, middelen misbruik)
Etiologie (Crick en Dodge)
Behandeling
Waar komen die psychopathische trekjes vandaan (nature vs nurture)?
CONDUCT DISORDER (CD)
Veel aandacht voor ontwikkeling van agressie en antisociaal gedrag, meer dan bij andere
stoornissen. Gedragsproblemen gedurende het leven kunnen zich op verschillende manieren
ontwikkelen van overgedreven misdragen tot koelbloedige moord en geweld.
DSM IV CD = een herhaaldelijk en diepgaand patroon van gedrag waarbij basale rechten
van anderen of wanneer leeftijdsgebonden sociale normen of regels gebroken worden.
Gedragsproblemen treden op in 4 categorien:
- Agressie jegens mensen en dieren
- Vernielen van eigendom
- Bedrieglijkheid en diefstal
- Ernstige schendingen van regels.
Ernst wordt gespecificeerd als mild (een paar gedragsproblemen die voldoende zijn om de
diagnose te stellen en slechts enige schade toebrengen aan anderen), gematigd (een
middelmatig aantal en ernst van problemen) en ernstig (veel gedragsproblemen of het zorgt
voor behoorlijke schade aan anderen).
DSM maakt verder nog onderscheid tussen gedragsproblemen die beginnen in de kindertijd
(voor 10 jaar) of in de adolescentie (afwezigheid CD criteria voor 10 jaar).
Onsociale gedragsstoornis – individu vertoont tekorten in interpersoonlijke relaties. De
individu kan op zichzelf en antisociaal zijn of gewoon zo agressief dat relaties met
leeftijdsgenoten onmogelijk zijn te behouden.
Sociale gedragsstoornis – antisociaal gedrag dat vertoont wordt in de context van een
georganiseerde groep leeftijdsgenoten. Het kan bendegedrag zijn of gewoon deelnemen aan
groepswangedrag zoals spijbelen en winkeldiefstal.
Probleemgedrag (problem behaviour) vs Gedragsproblemen (conduct behaviour)
Tijdens de normale ontwikkeling misdragen kinderen zich wel vaker. Wanneer spreken we
van gedragsproblemen? DSM IV probleemgedrag bestempelen als CD wanneer het gedrag
symptomatisch is voor een onderliggende storing bij de persoon i.p.v. dat gedrag een reactie
is op de onmiddellijke sociale omgeving. De sociale en economische omgeving moet worden
meegenomen in de diagnose. Als iemand agressie vertoont als verdediging in een gevaarlijke
buurt is dat anders dan random agressief gedrag.
Prevalentie
USA lifetime prevalentie 12% mannen en 7% vrouwen.
UK 5 – 15 jarigen: 7% jongens en 5,8% meisjes.
CD komt vaker voor in klinische gevallen: 1/3 – 1/2 van behandelde kinderen en
adolescenten.
CD komt 4 x meer voor bij jongens dan bij meisjes en dit verschil wordt kleiner in de
adolescentie. Jongens en meisjes vertonen ook verschillende symptomen: jongens vertonen
,meer openlijke agressie terwijl meisjes meer verscholen antisociaal gedrag vertonen zoals
spijbelen, weglopen en middelenmisbruik.
, Etniciteit en sociale klasse
Effecten van SES zijn klein maar CD komt meer voor bij economisch minder bedeelde
groepen, vooral die onder de armoedegrens leven.
Childhood onset vs adolescent onset
- Childhood onset
Ook life-course persistent CD, aggressive versatile CD of early starter pathway
genoemd.
Begint voor 10e levensjaar.
Gekenmerkt door openlijk agressief en fysiek geweld en gaat vaak gepaard met
meerdere problemen zoals neuropsychologische tekorten, onoplettendheid,
impulsiviteit en slecht presteren op school.
Komt vaker voor bij jongens en kan worden voorspeld door antisociaal gedrag bij
ouders en een verstoorde ouder-kind relatie.
Deze duurt hoogstwaarschijnlijk hele leven.
- Adolescent onset
Ook adolescence-limited CD, niet-agressieve CD of de late starter pathway genoemd.
Gekenmerkt door normale ontwikkeling in vroege jaren en minder ernstige
gedragsproblemen in de adolescentie. Minder comorbide problemen en
disfunctioneren binnen de familie.
Een moeilijk temperament wanneer je 3 bent kan een risicofactor zijn, net als een vroege
geschiedenis van agressie en antisociaal gedrag.
Kinderen die het na hun 10e levensjaar ontwikkelen zijn anders dan de early starters: hebben
minder serieus gewelddadig gedrag zoals slaan van partner of kindermishandeling en
vertonen minder psychopathische trekken en betere aanpassing. De late starter verschilt van
leeftijdsgenoten door meer middelenmisbruik, impulsiviteit, slechte banen en psychologische
problemen.
Terechtkomen in een antisociale levensstijl, ook als het later begint kan leiden tot closing
down opportunities waarbij jongen mannen gevangen worden in een netwerk van
maladaptive invloeden waar ze moeilijk van los kunnen komen.
Callous (gevoelloos)/niet-emotionele karaktertrekken bij jongeren
Een toevoeging van de DSM V zullen gevoelloze, niet-emotionele karaktertrekken zijn die
jongeren met een gedragsstoornis vertonen. Het bestuderen van deze trekken was
gebaseerd op de studie van Hare’s over volwassen psychopathie. Antisociaal kan gepaard
gaan met de subgroep psychopathologische karaktertrekken. Deze trekken kunnen zijn:
- Gevoelloosheid (een gebrek aan medelijden, empathie of schuld)
- Egocentrisch
- Oppervlakkige charme
- Impulsiviteit
- Oppervlakkige emoties
- Manipulatief
- Afwezigheid van betekenisvolle relaties.
Psychopaten zijn individuen die antisociale daden uitvoeren t.o.v. anderen, niet omdat het
nodig is maar omdat ze geen moeite hebben met het pijn doen of manipuleren van anderen.
Ze vertonen een gebrek aan besef over andere mensen als medemens die attentheid en
compassie verdienen. Ze hebben geen geweten. Ze halen bijvoorbeeld plezier manipuleren
door te liegen.
Onderzoek wees uit dat zulke karaktertrekken ook bij kinderen te detecteren zijn. Ook zij
vertoonden 2 soorten gedrag:
- antisociaal gedrag, impulsiviteit/gedragsprobleem genoemd (handelen zonder te
denken kan leiden tot riskant en gevaarlijk gedrag).