Opgaven S1 JR1
Anna-Louise de Vos
Studentnummer: 3559831
TG01
, Week 1:
1a. Als een getuige gevraagd wordt te beoordelen of een getoonde persoon de dader is,
dan kan deze getuige verschillende fouten maken. Benoem deze fouten. Welk type fout
vind je het ergst en waarom?
- Fout-positief: verdachte wordt aangewezen als dader, maar hij is het niet.
Gevolg: verkeerde persoon wordt gestraft,
- Fout-negatief: verdachte wordt niet aangewezen als dader, maar hij is het wel.
Gevolg: dader wordt niet gestraft, echte dader loopt nog vrij rond (angst, vertrouwen
in rechter neemt af, beangstigend voor slachtoffer). Eigenlijk is de rechter hiertoe
verplicht om iemand niet te veroordelen wanneer hij niet overtuigd is.
Enerzijds vind ik een fout-positief erger, omdat een onschuldig iemand zo als dader
aangewezen en gestraft kan worden. Anderzijds is een fout-negatief gevaarlijker, omdat de
dader dan vrij rond loopt en een gevaar kan vormen voor de samenleving.
1b. En wat vind je ervan als jouw arts zo’n fout zou maken in de diagnose van een ernstige
ziekte?
Dit kan natuurlijk cruciale gevolgen hebben op de verdere verloop van het leven (in sommige
gevallen kan dit zelfs fataal worden). Een arts zou deze fout dus nooit mogen maken (valt
niet geheel uit te sluiten). Vooral een fout-negatief kan fatale gevolgen hebben.
Een fout-positief zou het leven van een persoon op een andere manier kunnen verwoesten
(het sociale leven (in angst leven) of het lichaam beïnvloeden met onnodige medicatie).
In het recht vinden we fout-positief erger, in de gezondheidszorg vinden we fout-negatief
erger.
2. Waarom zal de bewijsbeslissing altijd bij uitstek een sterk subjectief karakter hebben?
Absolute rechtszekerheid bestaat niet in de strafrechtspraktijk. De rechter beslist naar zijn
overtuiging, bijvoorbeeld dat iemand de dader is. Dit is altijd deels in onzekerheid en dus
subjectief.
3. Leg uit waarom het ALT toets experiment van Kassin en Kiechel van belang is voor de
rechtspraktijk.
Uitslag van het experiment: ze internaliseerden dat zij de ALT-toets zouden hebben
ingedrukt (terwijl zij dit dus niet gedaan hadden).
Het onderstreept dat er bij verhoor het uitgangspunt waarheidsvinding aanwezig moet zijn,
want het uitsluitend confronteren met vals belastend ooggetuigenbewijs leidt tot een
toename in valse bekentenissen.
Praktische opdracht
Bij het maken van deze opdracht, dien je naast de voorgeschreven literatuur, zelfstandig
informatie op te zoeken over de betreffende rechtszaak.
4. Deskundigen kunnen een belangrijke rol spelen in het strafproces. Een belangrijke
rechtszaak in Nederland waarin deskundigen een cruciale rol hebben gespeeld, is de zaak
van
Lucia de Berk.
a) Benoem en beschrijf op basis van de voorgeschreven literatuur twee bijdragen en twee