Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Introductie
Hoofdstuk 2: Het domein van de feiten
Hoofdstuk 3: Het domein van de beleving
Hoofdstuk 4: Het domein van de betekenissen
Hoofdstuk 5: Het domein van de regels
Hoofdstuk 6: Het domein van de begrippen
Hoofdstuk 7: Het domein van de belangen
Hoofdstuk 8: Afsluiting
, Hoofdstuk 1: Introductie
Het empirisch onderzoek probeert de werkelijkheid te vangen in een verzameling feiten,
waartussen overeenkomsten en verbanden worden gezocht. Op basis hiervan kunnen
wetenschappers een theorie ontwikkelen die de werkelijkheid verklaart. Alleen, de wereld
van de feiten sluit niet per definitie aan bij de belevingswereld van sommigen: beleving en
betekenisgeving is vaak nogal plaats-, tijd- en persoonsgebonden.
Het wetenschappelijk onderzoek kan slechts een deel van de werkelijkheid door middel van
theorieën begrijpen – het andere deel is beter te begrijpen vanuit een bijvoorbeeld sociaal,
moreel of politiek oogpunt.
Het verschil tussen ‘kunst’ en wetenschap staat al eeuwen lang ter discussie. De geestes- en
cultuurwetenschappen werden door verschillende stromingen verdedigd, zoals het
historisme (Dilthey), het neokantianisme (Windelband, Rickert & Weber) en de
fenomenologie (Husserl). In de jaren zestig woedde de zogenaamde ‘positivismusstreit’,
waarbij Habermas stelde dat de sociale wetenschappen zowel empirische als interpretatieve
(geesteswetenschappelijke) elementen hebben. Met de term sciëntisme wordt bedoeld dat
de sociale wetenschappen terug worden gebracht naar hun empirische component, net als
de natuurwetenschappen. Het empirisch onderzoek staat in deze opvatting gelijk aan het
zoeken naar de waarheid, objectiviteit en neutraliteit.
In de afgelopen decennia is het beeld van een ‘waardevrije’ wetenschap echter minder
vanzelfsprekend geworden. Het onderzoek in de natuurwetenschap werd toentertijd
beïnvloed door externe factoren. Inmiddels is de rust in het debat rondom de
wetenschapsfilosofie in rustiger vaarwater gekomen en wordt gebruikt als bron van
informatie op universiteiten en hogescholen.
Het terrein van wetenschappelijk onderzoek kan worden onderverdeeld in verschillende
onderzoeksdomeinen met elk hun eigen procedures. De zes te onderscheiden domeinen:
Het onderzoeksdomein van de feiten (gebaseerd op gegevens, zoals percentages)
Het onderzoeksdomein van de beleving (de ervaring van de situatie)
Het onderzoeksdomein van de betekenissen (de interpretatie van een situatie)
Het onderzoeksdomein van de regels (mogelijk ongeschreven regels)
Het onderzoeksdomein van de begrippen (het vaststellen van een situatie)
Het onderzoeksdomein van de belangen (voor wie is het onderzoek van belang?)
Het gaat bij het wetenschappelijk onderzoek dus om meer dan alleen de feiten.
De wetenschapsfilosofie is het onderzoek naar de grondslagen, de geldigheid en de
reikwijdte van wetenschappelijke kennis en onderzoeksmethodes. Hierbij wordt een aantal
standpunten ingenomen:
Er is een veelvoud van kennisdomeinen (zowel waarneembare feiten, als ideële en
institutionele feiten, zoals beleving, betekenis of regels)
Er is een veelvoud van toenadering tot deze kennisdomeinen (zowel de empirische
methode, als het fenomenologisch, interpretatief, reconstructief of dialectisch onderzoek)
De term ‘wetenschap’ moet breed worden opgevat (van biologie tot taalwetenschap)