Financiële Zelfredzaamheid VWO Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 1
Investeren is het opofferen van geld, tijd en energie ten behoeve van een doel dat pas op
langere termijn wordt behaald. In dit geval is dat het behalen van een diploma. Daarvoor
moet je 4 of 5 jaar flink studeren en dat kost geld, tijd en energie. Maar ieder jaar dat je
meer studeert, levert straks 7% meer inkomen op. Daarnaast vergroot je je kennis en inzicht
en vergroot je de mogelijkheden op het verkrijgen van een mooie baan.
Factoren die een rol spleen bij de keuze van een opleiding zijn: beloning, interesse,
aantrekkingskracht, talent en de kans op vinden van werk.
Vanaf je 18e ben je verplicht zelf een zorgverzekering af te sluiten, dit is een verzekering
voor ziektekosten. Een zorgverzekering is een voorbeeld van een schadeverzekering. Een
schadeverzekering stelt de verzekerde schadeloos bij het optreden van een verzekerd risico.
Je hebt ook levensverzekeringen. Een veel voorkomende levensverzekering is de
overlijdensrisicoverzekering. Als de verzekerde overlijdt voordat de hypotheekschuld is
afgelost, komt de resterende schuld geheel of ten dele te vervallen.
Schadeverzekeringen: is een verzekering die tot doel heeft een verzekerde na het optreden
van een verzekerd risico schadeloos te stellen.
Zorgverzekering: is een verzekering die eventuele ziektekosten vergoedt.
Zorgtoeslag: is een bijdrage in de kosten van uw Nederlandse zorgverzekering. Of je
zorgtoeslag krijgt
en hoeveel je krijgt, hangt af van je inkomen.
Inboedelverzekering: met deze verzekering ben je verzekerd tegen schade aan je spullen
door brand, water, inbraak of storm.
Opstalverzekering: een opstalverzekering dekt schade aan uw huis, u bent verzekerd als uw
huis beschadigd raakt door iets waar u zelf niets aan kunt doen.
Aansprakelijkheidsverzekering: Deze verzekering vergoedt de schade aan spullen of
verwondingen aan iemand anders waarvoor u of uw gezinsleden aansprakelijk zijn.
Levensverzekering: is een verzekering die verband houdt met het leven of de dood van de
mens, of met de verzorging van de uitvaart van de mens.
Uitvaarverzekering: is een verzekering die een geldbedrag uitkeert bij het overlijden van de
verzekerde.
Lijfrenteverzekering: is een verzekering voor extra inkomen dat je periodiek uitbetaald krijgt
vanaf een bepaald moment, een voorbeeld is als u met pension gaat.
Overlijdensrisicoverzekering: is een verzekering die bij overlijden een afgesproken bedrag
uitkeert, waarmee de hypotheek (of een deel ervan) kan worden afgelost.
Als de verzekerde waarde van het huis of de inboedel lager is dan de werkelijke waarde, dan
ben je
onderverzekerd. De schadevergoeding bij onderverzekering wordt als volgt berekend:
schadevergoeding bij onderverzekering = Verzekerde waarde / Werkelijke waarde
x schadebedrag
, Hoofdstuk 2
Leningen die je voor school aanvraagt zoals een beurs of studentenreisproduct, als je dit
aanvraagt leen je elke maand een bepaald bedrag, haal je binnen 10 jaar je diploma, dan
hoef je het bedrag niet terug te betalen. Als je geld leent, ben je de geldnemer ook wel
kredietnemer. De totale kosten van een krediet bestaan uit het totaal terug te betalen
bedrag – het geleende bedrag.
Aflossingsbestanddeel & rentebestanddeel vormen samen de annuïteit (periodiek
gelijkblijvend bedrag)
Enkelvoudige rente formule:
Rente/interest = oorspronkelijke kapitaal x rentepercentage per periode x aantal periode
(Jaren, maanden, dagen) ÷ 100
Als je het dan over maanden hebt dan doe je ÷ (100 x 12)
en als je het over dagen hebt doe je ÷ (100 x 365)
Consumptief krediet: is een door de consument afgesloten lening voor consumptieve
doeleinden zoals het kopen van een fiets of auto maar ook om te voorzien in het
levensonderhoud.
Kredietnemer: de kredietnemer ben je als je geld leent. Je ontvangt het geld bijvoorbeeld
van een bank.
Kredietgever: de kredietgever is de uitlener van het geld. (vaak de bank)
Kredietkosten: de totale kosten van een krediet bestaan uit het totaal terug te betalen
bedrag min het geleende bedrag.
Persoonlijke lening: lening aan consument voor aanschaf van duurzame
consumptiegoederen
(goederen die lang meegaan zoals auto). Het rentetarief en de looptijd van de persoonlijke
lening
staat vast.
Aflossingsbestanddeel: te betalen bedrag dat voor iedere periode dezelfde grootte heeft.
Rentebestanddeel: het verschil tussen de uitkering en het totaal van de betaalde premies
Annuïteit: een periodiek gelijkblijvend bedrag, iedere maand betaal je dus eenzelfde bedrag.
De annuïteit is het aflossingsbestanddeel en het rentebestanddeel samengevoegd.
Doorlopend krediet: is een flexibele manier van lenen. Vooral handig bij kleinere bedragen.
Aflossen kan op elk moment. Een goed voorbeeld van een doorlopend krediet is het ‘op rood
staan’.
Kredietlimiet: is het maximale bedrag tot waar je onbeperkt geld mag opnemen bij een
doorlopend krediet.
Huurkoop: je huurt een duurzaam goed. Je bent pas de eigenaar van het goed als je je
laatste termijn betaald hebt.
Koop op afbetaling: bij koop op afbetaling ben je meteen eigenaar van het product.
Enkelvoudige interest: is als de rente wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal of
de schuld in een bepaalde periode. (altijd op jaarbasis behalve als het anders vermeld is)
(meestal bij lenen)
Samengestelde interest: rente op rente, de rente wordt bijgeschreven rente uit eerdere
jaren. (ook dit op jaarbasis) (meestal bij sparen)
Hoofdstuk 1
Investeren is het opofferen van geld, tijd en energie ten behoeve van een doel dat pas op
langere termijn wordt behaald. In dit geval is dat het behalen van een diploma. Daarvoor
moet je 4 of 5 jaar flink studeren en dat kost geld, tijd en energie. Maar ieder jaar dat je
meer studeert, levert straks 7% meer inkomen op. Daarnaast vergroot je je kennis en inzicht
en vergroot je de mogelijkheden op het verkrijgen van een mooie baan.
Factoren die een rol spleen bij de keuze van een opleiding zijn: beloning, interesse,
aantrekkingskracht, talent en de kans op vinden van werk.
Vanaf je 18e ben je verplicht zelf een zorgverzekering af te sluiten, dit is een verzekering
voor ziektekosten. Een zorgverzekering is een voorbeeld van een schadeverzekering. Een
schadeverzekering stelt de verzekerde schadeloos bij het optreden van een verzekerd risico.
Je hebt ook levensverzekeringen. Een veel voorkomende levensverzekering is de
overlijdensrisicoverzekering. Als de verzekerde overlijdt voordat de hypotheekschuld is
afgelost, komt de resterende schuld geheel of ten dele te vervallen.
Schadeverzekeringen: is een verzekering die tot doel heeft een verzekerde na het optreden
van een verzekerd risico schadeloos te stellen.
Zorgverzekering: is een verzekering die eventuele ziektekosten vergoedt.
Zorgtoeslag: is een bijdrage in de kosten van uw Nederlandse zorgverzekering. Of je
zorgtoeslag krijgt
en hoeveel je krijgt, hangt af van je inkomen.
Inboedelverzekering: met deze verzekering ben je verzekerd tegen schade aan je spullen
door brand, water, inbraak of storm.
Opstalverzekering: een opstalverzekering dekt schade aan uw huis, u bent verzekerd als uw
huis beschadigd raakt door iets waar u zelf niets aan kunt doen.
Aansprakelijkheidsverzekering: Deze verzekering vergoedt de schade aan spullen of
verwondingen aan iemand anders waarvoor u of uw gezinsleden aansprakelijk zijn.
Levensverzekering: is een verzekering die verband houdt met het leven of de dood van de
mens, of met de verzorging van de uitvaart van de mens.
Uitvaarverzekering: is een verzekering die een geldbedrag uitkeert bij het overlijden van de
verzekerde.
Lijfrenteverzekering: is een verzekering voor extra inkomen dat je periodiek uitbetaald krijgt
vanaf een bepaald moment, een voorbeeld is als u met pension gaat.
Overlijdensrisicoverzekering: is een verzekering die bij overlijden een afgesproken bedrag
uitkeert, waarmee de hypotheek (of een deel ervan) kan worden afgelost.
Als de verzekerde waarde van het huis of de inboedel lager is dan de werkelijke waarde, dan
ben je
onderverzekerd. De schadevergoeding bij onderverzekering wordt als volgt berekend:
schadevergoeding bij onderverzekering = Verzekerde waarde / Werkelijke waarde
x schadebedrag
, Hoofdstuk 2
Leningen die je voor school aanvraagt zoals een beurs of studentenreisproduct, als je dit
aanvraagt leen je elke maand een bepaald bedrag, haal je binnen 10 jaar je diploma, dan
hoef je het bedrag niet terug te betalen. Als je geld leent, ben je de geldnemer ook wel
kredietnemer. De totale kosten van een krediet bestaan uit het totaal terug te betalen
bedrag – het geleende bedrag.
Aflossingsbestanddeel & rentebestanddeel vormen samen de annuïteit (periodiek
gelijkblijvend bedrag)
Enkelvoudige rente formule:
Rente/interest = oorspronkelijke kapitaal x rentepercentage per periode x aantal periode
(Jaren, maanden, dagen) ÷ 100
Als je het dan over maanden hebt dan doe je ÷ (100 x 12)
en als je het over dagen hebt doe je ÷ (100 x 365)
Consumptief krediet: is een door de consument afgesloten lening voor consumptieve
doeleinden zoals het kopen van een fiets of auto maar ook om te voorzien in het
levensonderhoud.
Kredietnemer: de kredietnemer ben je als je geld leent. Je ontvangt het geld bijvoorbeeld
van een bank.
Kredietgever: de kredietgever is de uitlener van het geld. (vaak de bank)
Kredietkosten: de totale kosten van een krediet bestaan uit het totaal terug te betalen
bedrag min het geleende bedrag.
Persoonlijke lening: lening aan consument voor aanschaf van duurzame
consumptiegoederen
(goederen die lang meegaan zoals auto). Het rentetarief en de looptijd van de persoonlijke
lening
staat vast.
Aflossingsbestanddeel: te betalen bedrag dat voor iedere periode dezelfde grootte heeft.
Rentebestanddeel: het verschil tussen de uitkering en het totaal van de betaalde premies
Annuïteit: een periodiek gelijkblijvend bedrag, iedere maand betaal je dus eenzelfde bedrag.
De annuïteit is het aflossingsbestanddeel en het rentebestanddeel samengevoegd.
Doorlopend krediet: is een flexibele manier van lenen. Vooral handig bij kleinere bedragen.
Aflossen kan op elk moment. Een goed voorbeeld van een doorlopend krediet is het ‘op rood
staan’.
Kredietlimiet: is het maximale bedrag tot waar je onbeperkt geld mag opnemen bij een
doorlopend krediet.
Huurkoop: je huurt een duurzaam goed. Je bent pas de eigenaar van het goed als je je
laatste termijn betaald hebt.
Koop op afbetaling: bij koop op afbetaling ben je meteen eigenaar van het product.
Enkelvoudige interest: is als de rente wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal of
de schuld in een bepaalde periode. (altijd op jaarbasis behalve als het anders vermeld is)
(meestal bij lenen)
Samengestelde interest: rente op rente, de rente wordt bijgeschreven rente uit eerdere
jaren. (ook dit op jaarbasis) (meestal bij sparen)