Par. 1 - Wonen in een stedelijke omgeving
Twee vragen staan in dit paragraaf centraal:
1. Welke soort wijken hebben zich de afgelopen eeuwen in de stedelijke gebieden gevormd?
2. Welke stedelijke processen liggen daaraan ten grondslag?
De centrale stad met een verstedelijkte platteland eromheen noem je een stadsgewest. Zij
functioneren vaak als één ruimtelijk geheel door de samenhang tussen elkaar.
Woon-werkrelaties en voorzieningen zorgen er voor dat men van de ene naar de andere
kant gaat. Een agglomeratie is een stedelijk gebied van aan elkaar gegroeide dorpen en
steden waarin de inwoners zich gedragen alsof ze in een stad women.
De centra van de steden bevatten vaak een historische binnenstad, die dateren uit de
middeleeuwen. Tegen deze binnenstad liggen gebouwen gebouw tussen 1870 en 1900.
Destijds maakte Nederland haar eerste industriële ontwikkeling door. Er staan vooral kleine
en donkere arbeiderswoningen. De rijken bouwden destijds grote villa's. Toen de
urbanisatie na 1900 doorzette, bouwde men steeds meer terwijl de overheid er voor zorgde
dat de huizen die gebouwd werden goed genoeg waren (waterleiding, riolering etc.). De
kwaliteit van de arbeiderswoningen nam toe en de leefbaarheid werd beter. Na de tweede
wereldoorlog werd vooral zo snel en zo goedkoop mogelijk gebouwd. Hiervoor werd vooral
gebruik gemaakt van hoogbouw om op klein oppervlak veel mensen een woning te bieden.
Ook kwamen er veel goedkope rijtjeswoningen. Vanaf de jaren 60 werd men weer rijker.
Toen kwam er meer oog voor individuele woonwensen. Dat zag je aan de aanleg van
woonerven en bloemkoolwijken, stadsdelen waar het wegenpatron verder de wijk in
steeds fijnmaziger wordt om zo auto's te verhinderen snel te rijden.
Later in jaren 60 vond suburbanisatie plaats, de trek van de stad naar de omgeving
daarvan. Daardoor veranderde platteland rondom de centrale steden snel en verstedelijkte
het. Enkele dorpen werden aangewezen als groeikern. Daar moesten migranten uit steden
worden opgevangen die in de stad wilden werken. Om deze uittocht een halt toe te roepen,
voert de overheid een compactestadbeleid. Mensen moeten weer terug naar de centrale
stad gelokt worden (re-urbanisatie). Ook voert de overheid een vinex-beleid in.
Vinex-locaties liggen bijna tegen de rand van de centrale stad aan. Dit zijn wijken gebouwd
in de late 20e en vroege 21e eeuw, vooral bedoeld om tekort aan woningen op te lossen.
Deze wijken zijn veelal in bijzondere stijl gebouwd.
Par. 2 - Werken aan leefbaarheid
Drie vragen staan in dit paragraaf centraal:
3. Welke kenmerken in de verschillende soorten wijken zijn van belang voor de leefbaarheid
ervan?
4. Met welke problemen, die verband houden met de leefbaarheid, hebben steden te maken
en hoe probeert de overheid hier zich op te kijken?
5. Hoe worden problemen rondom de leefbaarheid aangepakt?
1