Hoofdstuk 7: Landbouwprijs- en inkomensbeleid.
Liberalisatie interne landbouwmarkt landbouwmarkt- en prijsbeleid van afzonderlijke lidstaten
vervangen door gemeenschappelijke marktordeningen.
Onderverdeeld in zware- en lichte marktordeningen.
Systeem van bescherming aan de buitengrens en prijsondersteunende maatregelen op de interne
markt prijzen basisproducten relatief hoog en stabiel worden gehouden.
1992 trendbreuk deel van het markt- en prijssteun werd omgezet in inkomenssteun. Deze trend is
later bevestigd door directe betalingen geheel te ontkoppelen van het productieniveau en te
verbinden aan eisen te aanzien van duurzame productie.
Doelstellingen prijsmaatregelen van de overheid:
- Beschermen producenten en consumenten tegen grote schommelingen in de prijzen van
landbouwproducten = prijsstabilisatie.
- Laag houden van de voedselprijzen om politieke onrust te voorkomen en/of kosten
levensonderhoud laag te houden ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de
binnenlandse industrie.
- Ondersteuning van de inkomens van de agrarische beroepsbevolking om de inkomensongelijkheid
binnen het land te verkleinen.
- Voorkomen dat de binnenlandse voedselvoorziening te sterk afhankelijk wordt van de invoer of de
agrarische productie voor export aanmoedigen ter verbetering van de handelsbalans.
Twee categorieën maatregelen om binnenlands prijspeil van agrarische producten te beïnvloeden:
- Aanbod beperkende maatregelen
- Vraag verruimende maatregelen
Aanbod beperkende maatregelen:
- Directe productie beheersende maatregelen zoals productiequota.
- Het tijdelijk of definitief uit de productie nemen van grond.
- import economisch niet rendabel maken belasten van invoer van landbouwproducten.
- Beperking of quotering van de invoer door het toestaan van invoer tegen een verlaagd of nultarief
binnen kwantitatieve limieten.
Vraag verruimende maatregelen:
- Verlenen van subsidies op bepaalde categorieën van verbruik.
- verplicht gebruik van binnenlandse producten.
- Aankoop van producten tegen interventieprijs door officiële inkoopbureau’s.
- Stimulering van de afzet in het buitenland.
Toeslagen:
een alternatief voor prijsbeleid is het landbouwinkomen buiten de markt om te beïnvloeden door
middel van directe inkomensondersteunende maatregelen. Bijvoorbeeld per eenheid geleverd
product, per hectare, per dier of per bedrijf. Aan toeslagen kunnen voorwaarden verbonden worden.
Dit geeft een betere inkomstenherverdeling dan prijsbeleid.
, GLB (gemeenschappelijk landbouw beleid):
Vanaf de start berustte het markt- en prijsbeleid van de EU op 3 beginselen:
1) Eenheid van de markt creëren van 1 grote markt. De handel in landbouwproducten moet
in de hele EU onder dezelfde voorwaarden verlopen als binnen de lidstaten afzonderlijk.
2) Communautaire preferentie voorrang geven aan het verhandelen van producten op de
interne markt in plaats van aan 3e landen.
3) Financiële solidariteit oprichting 1962 gemeenschappelijk fonds waaruit alle lidstaten
samen het GLB financieren.
Met het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid werden dezelfde doelstellingen nagestreefd als
die van lidstaten op nationaal niveau stabilisatie en ondersteuning van de prijzen van de
belangrijkste landbouwproducten op een niveau dat voor de producenten een redelijke
levensstandaard mogelijk maakt, met inachtneming van de redelijke belangen van de verbruikers.
Leidt tot gemeenschappelijke marktordeningen.
Legden vast kwaliteitseisen, spelregels import/export, interne ondersteuningsmaatregelen
(inclusief interventie) en hoeveelheidsrestricties (bijvoorbeeld melkquota).
Zware marktordeningen:
De zware marktordeningen golden voor graan, suiker, zuivel, rundvlees, wijn en olijfolie.
Marktordening was erop gericht om een bepaald prijsniveau in de markt te realiseren de richtprijs.
De richtprijs prijs die de boer eigenlijk gemiddeld voor zijn product via de markt zou moeten
kunnen ontvangen.
2 soorten zware marktordeningen:
- import en exportmaatregelen.
- Interventie en afzetsubsidies.
Instrumenten gericht om intern marktevenwicht te scheppen en producten zoveel mogelijk
uit interventie te houden.
Import en exportmaatregelen:
Het invoeren van een drempelprijs aan de grens EU.
Importeren in EU, wereldmarktprijs lager dan drempelprijs importeur betaalt heffing ter
grootte van het verschil (invoerheffing).
Exporteren naar 3e landen, wereldmarktprijs lager dan drempelprijs exporteur krijgt het
verschil gecompenseerd (exportrestituties).
Interventie en afzetsubsidies:
Interventieprijs is het vangnet van de prijs van producten, prijs product kan niet lager als de
interventieprijs worden. Interventieprijs is de prijs die de overheid betaald als bij speciale bureaus
het product ter interventie wordt aangeboden. Hierbij worden wel kwaliteitseisen aan het product
gesteld.
Een ander instrument door marktevenwicht is het verlenen van een vergoeding voor particuliere
opslag product niet opgekocht door overheid, maar bleef eigendom van het betrokken handels of
verwerkend bedrijf.
Liberalisatie interne landbouwmarkt landbouwmarkt- en prijsbeleid van afzonderlijke lidstaten
vervangen door gemeenschappelijke marktordeningen.
Onderverdeeld in zware- en lichte marktordeningen.
Systeem van bescherming aan de buitengrens en prijsondersteunende maatregelen op de interne
markt prijzen basisproducten relatief hoog en stabiel worden gehouden.
1992 trendbreuk deel van het markt- en prijssteun werd omgezet in inkomenssteun. Deze trend is
later bevestigd door directe betalingen geheel te ontkoppelen van het productieniveau en te
verbinden aan eisen te aanzien van duurzame productie.
Doelstellingen prijsmaatregelen van de overheid:
- Beschermen producenten en consumenten tegen grote schommelingen in de prijzen van
landbouwproducten = prijsstabilisatie.
- Laag houden van de voedselprijzen om politieke onrust te voorkomen en/of kosten
levensonderhoud laag te houden ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de
binnenlandse industrie.
- Ondersteuning van de inkomens van de agrarische beroepsbevolking om de inkomensongelijkheid
binnen het land te verkleinen.
- Voorkomen dat de binnenlandse voedselvoorziening te sterk afhankelijk wordt van de invoer of de
agrarische productie voor export aanmoedigen ter verbetering van de handelsbalans.
Twee categorieën maatregelen om binnenlands prijspeil van agrarische producten te beïnvloeden:
- Aanbod beperkende maatregelen
- Vraag verruimende maatregelen
Aanbod beperkende maatregelen:
- Directe productie beheersende maatregelen zoals productiequota.
- Het tijdelijk of definitief uit de productie nemen van grond.
- import economisch niet rendabel maken belasten van invoer van landbouwproducten.
- Beperking of quotering van de invoer door het toestaan van invoer tegen een verlaagd of nultarief
binnen kwantitatieve limieten.
Vraag verruimende maatregelen:
- Verlenen van subsidies op bepaalde categorieën van verbruik.
- verplicht gebruik van binnenlandse producten.
- Aankoop van producten tegen interventieprijs door officiële inkoopbureau’s.
- Stimulering van de afzet in het buitenland.
Toeslagen:
een alternatief voor prijsbeleid is het landbouwinkomen buiten de markt om te beïnvloeden door
middel van directe inkomensondersteunende maatregelen. Bijvoorbeeld per eenheid geleverd
product, per hectare, per dier of per bedrijf. Aan toeslagen kunnen voorwaarden verbonden worden.
Dit geeft een betere inkomstenherverdeling dan prijsbeleid.
, GLB (gemeenschappelijk landbouw beleid):
Vanaf de start berustte het markt- en prijsbeleid van de EU op 3 beginselen:
1) Eenheid van de markt creëren van 1 grote markt. De handel in landbouwproducten moet
in de hele EU onder dezelfde voorwaarden verlopen als binnen de lidstaten afzonderlijk.
2) Communautaire preferentie voorrang geven aan het verhandelen van producten op de
interne markt in plaats van aan 3e landen.
3) Financiële solidariteit oprichting 1962 gemeenschappelijk fonds waaruit alle lidstaten
samen het GLB financieren.
Met het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid werden dezelfde doelstellingen nagestreefd als
die van lidstaten op nationaal niveau stabilisatie en ondersteuning van de prijzen van de
belangrijkste landbouwproducten op een niveau dat voor de producenten een redelijke
levensstandaard mogelijk maakt, met inachtneming van de redelijke belangen van de verbruikers.
Leidt tot gemeenschappelijke marktordeningen.
Legden vast kwaliteitseisen, spelregels import/export, interne ondersteuningsmaatregelen
(inclusief interventie) en hoeveelheidsrestricties (bijvoorbeeld melkquota).
Zware marktordeningen:
De zware marktordeningen golden voor graan, suiker, zuivel, rundvlees, wijn en olijfolie.
Marktordening was erop gericht om een bepaald prijsniveau in de markt te realiseren de richtprijs.
De richtprijs prijs die de boer eigenlijk gemiddeld voor zijn product via de markt zou moeten
kunnen ontvangen.
2 soorten zware marktordeningen:
- import en exportmaatregelen.
- Interventie en afzetsubsidies.
Instrumenten gericht om intern marktevenwicht te scheppen en producten zoveel mogelijk
uit interventie te houden.
Import en exportmaatregelen:
Het invoeren van een drempelprijs aan de grens EU.
Importeren in EU, wereldmarktprijs lager dan drempelprijs importeur betaalt heffing ter
grootte van het verschil (invoerheffing).
Exporteren naar 3e landen, wereldmarktprijs lager dan drempelprijs exporteur krijgt het
verschil gecompenseerd (exportrestituties).
Interventie en afzetsubsidies:
Interventieprijs is het vangnet van de prijs van producten, prijs product kan niet lager als de
interventieprijs worden. Interventieprijs is de prijs die de overheid betaald als bij speciale bureaus
het product ter interventie wordt aangeboden. Hierbij worden wel kwaliteitseisen aan het product
gesteld.
Een ander instrument door marktevenwicht is het verlenen van een vergoeding voor particuliere
opslag product niet opgekocht door overheid, maar bleef eigendom van het betrokken handels of
verwerkend bedrijf.