Hoofdstuk 9 EU plattelandsbeleid en structuurfondsen
Doelstellingen landbouwstructuurbeleid op conferentie van Stresa (1958):
- Handhaving van een nauwe relatie tussen marktbeleid en landbouwstructuurbeleid.
- vergroting van de productiviteit van arbeid en kapitaal
- aanmoediging van regionale industrialisatie om alternatieve werkgelegenheid te creëren, met
speciale hulp voor regio’s met een ontwikkelingsachterstand.
Plan Masnholt 1968 vloeiden 3 structuurrichtlijnen uit:
- Moderniseren van landbouwbedrijven
- Vervroegde uittreding boeren/gezinnen en hun werknemers
- Sociaal economische voorlichting en scholing van personen werkzaam in de landbouw.
Deelname agrariërs was vrijwillig
Kwam niet goed van de grond
1975 invoering van de bergboerenregeling.
Tussen 1970-1980 kwamen programma’s op gang om de structuur in regio’s aan te pakken in plaats
van uitsluitend op bedrijfsniveau.
Doelstelling structuurfondsen na Pakket Delors I en II:
1) Regio’s met minder dan 75% van het gemiddelde EU-inkomen per inwoner.
2) Regio’s met werkloosheid door industrie in verval
3) langdurige werkloosheid
4) Jeugdwerkloosheid
5a) aanpassing landbouw- en visserijcultuur
5b) Agrarische regio’s met een ontwikkelingsachterstand
6) Gebieden met geringe bevolkingsdichtheid
Communautaire initiatieven programma’s geïnitieerd door de Comissie die niet altijd onder een
doelstelling passen.
Agenda 2000, hervorming van de doelstellingen Paket Delors:
Doelstellingen na hervormingen Agenda 2000:
1) Regio’s met een ontwikkelingsachterstand (inkomen per inwoner minder dan 75% van gemiddelde
EU inkomen)
2) door omschakeling gekenmerkte regio’s
3) Onderwijs, opleiding en werkgelegenheid
- Communautaire initiatieven naast de 3 doelstellingen
In 2004 verdere vereenvoudiging van de plattelandsontwikkeling:
- financiering doelstellingen vindt plaats vanuit 1 fonds Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
- Maatregelen onderverdeeld in 4 assen
- concurrentievermogen van de landbouw en bosbouwsector (10%)
- Milieu en landschap (25%)
Doelstellingen landbouwstructuurbeleid op conferentie van Stresa (1958):
- Handhaving van een nauwe relatie tussen marktbeleid en landbouwstructuurbeleid.
- vergroting van de productiviteit van arbeid en kapitaal
- aanmoediging van regionale industrialisatie om alternatieve werkgelegenheid te creëren, met
speciale hulp voor regio’s met een ontwikkelingsachterstand.
Plan Masnholt 1968 vloeiden 3 structuurrichtlijnen uit:
- Moderniseren van landbouwbedrijven
- Vervroegde uittreding boeren/gezinnen en hun werknemers
- Sociaal economische voorlichting en scholing van personen werkzaam in de landbouw.
Deelname agrariërs was vrijwillig
Kwam niet goed van de grond
1975 invoering van de bergboerenregeling.
Tussen 1970-1980 kwamen programma’s op gang om de structuur in regio’s aan te pakken in plaats
van uitsluitend op bedrijfsniveau.
Doelstelling structuurfondsen na Pakket Delors I en II:
1) Regio’s met minder dan 75% van het gemiddelde EU-inkomen per inwoner.
2) Regio’s met werkloosheid door industrie in verval
3) langdurige werkloosheid
4) Jeugdwerkloosheid
5a) aanpassing landbouw- en visserijcultuur
5b) Agrarische regio’s met een ontwikkelingsachterstand
6) Gebieden met geringe bevolkingsdichtheid
Communautaire initiatieven programma’s geïnitieerd door de Comissie die niet altijd onder een
doelstelling passen.
Agenda 2000, hervorming van de doelstellingen Paket Delors:
Doelstellingen na hervormingen Agenda 2000:
1) Regio’s met een ontwikkelingsachterstand (inkomen per inwoner minder dan 75% van gemiddelde
EU inkomen)
2) door omschakeling gekenmerkte regio’s
3) Onderwijs, opleiding en werkgelegenheid
- Communautaire initiatieven naast de 3 doelstellingen
In 2004 verdere vereenvoudiging van de plattelandsontwikkeling:
- financiering doelstellingen vindt plaats vanuit 1 fonds Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
- Maatregelen onderverdeeld in 4 assen
- concurrentievermogen van de landbouw en bosbouwsector (10%)
- Milieu en landschap (25%)