Hoofdstuk 14 EU beleid: Europees voedselveiligheidsrecht
Doel levensmiddelenrecht (GFL) bescherming van het leven en de gezondheid van de consument,
alsmede de consument in staat te stellen met kennis van zaken keuzes te maken ten aanzien van zijn
consumptie + vrij verkeer van goederen realiseren.
Materiële voedselveiligheidsvoorschriften aan welke eisen een levensmiddel moet voldoen.
Procedurele voedselveiligheidsvoorschriften Wat moeten verschillende betrokkenen doen.
GFL stelt dat het bedrijfsleven primair verantwoordelijk is voor de veiligheid van voedsel. Alleen doen
in EU-wetgeving vastgesteld, de middelen niet. Dat is de eigen verantwoordelijkheid van het
bedrijfsleven.
Gevaar, risico en blootstelling spelen de centrale rol bij het beoordelen van de voedselveiligheid.
Zowel de categorie als de conditie van een product hebben invloed op het oordeel van de veiligheid.
GFL aanvullende norm levensmiddelen worden niet in de handel gebracht indien zij onveilig zijn.
GFL , al voldoet een product aan alle normen dan mag deze alsnog uit de handel worden genomen bij
een vermoeden van onveiligheid.
GFL definitie onveilig voedsel Levensmiddelen worden geacht onveilig te zijn indien zij worden
beschouwd als a) schadelijk voor de gezondheid. B) ongeschikt voor menselijke consumptie.
Daarnaast is het verplicht om aan de consument informatie te verstrekken over het normale gebruik
van een product en andere relevante productinformatie.
Bij de beoordeling van een product worden zowel de gevolgen voor de volksgezondheid op korte
termijn, als de gevolgen voor de volksgezondheid op lange termijn meegenomen.
Levensmiddelenbedrijven die een product in de keten brengen dragen de zorgplicht.
In GFL kan levensmiddelenrecht wetenschappelijk worden verankert. Daarom is er een methode
risicoanalyse in het leven geroepen en de EFSA.
Risicoanalyse is een besluitvormingsproces bestaande uit 3 elementen:
- Risicobeoordeling EFSA belangrijke rol in verband met wetenschappelijke opinies en advisering.
- Risicomanagement
- Risicocommunicatie
Voorzorgsbeginsel op basis van worst-case scenario naderhand wel wetenschappelijke
onderbouwing nodig.
Eerst gold uitgangspunt is dat het een producent van levensmiddelen vrij staat om de ingredienten
te gebruiken die hem/haar goeddunken.
Vanaf 1997 algemene norm dat nieuwe stoffen pas in levensmiddelen mogen worden gebruikt
nadat eerst de veiligheid in een toelatingsprocedure is aangetoond. Een onderneming moet
tegenover deskundigen aantonen dat een product veilig is.
Doel levensmiddelenrecht (GFL) bescherming van het leven en de gezondheid van de consument,
alsmede de consument in staat te stellen met kennis van zaken keuzes te maken ten aanzien van zijn
consumptie + vrij verkeer van goederen realiseren.
Materiële voedselveiligheidsvoorschriften aan welke eisen een levensmiddel moet voldoen.
Procedurele voedselveiligheidsvoorschriften Wat moeten verschillende betrokkenen doen.
GFL stelt dat het bedrijfsleven primair verantwoordelijk is voor de veiligheid van voedsel. Alleen doen
in EU-wetgeving vastgesteld, de middelen niet. Dat is de eigen verantwoordelijkheid van het
bedrijfsleven.
Gevaar, risico en blootstelling spelen de centrale rol bij het beoordelen van de voedselveiligheid.
Zowel de categorie als de conditie van een product hebben invloed op het oordeel van de veiligheid.
GFL aanvullende norm levensmiddelen worden niet in de handel gebracht indien zij onveilig zijn.
GFL , al voldoet een product aan alle normen dan mag deze alsnog uit de handel worden genomen bij
een vermoeden van onveiligheid.
GFL definitie onveilig voedsel Levensmiddelen worden geacht onveilig te zijn indien zij worden
beschouwd als a) schadelijk voor de gezondheid. B) ongeschikt voor menselijke consumptie.
Daarnaast is het verplicht om aan de consument informatie te verstrekken over het normale gebruik
van een product en andere relevante productinformatie.
Bij de beoordeling van een product worden zowel de gevolgen voor de volksgezondheid op korte
termijn, als de gevolgen voor de volksgezondheid op lange termijn meegenomen.
Levensmiddelenbedrijven die een product in de keten brengen dragen de zorgplicht.
In GFL kan levensmiddelenrecht wetenschappelijk worden verankert. Daarom is er een methode
risicoanalyse in het leven geroepen en de EFSA.
Risicoanalyse is een besluitvormingsproces bestaande uit 3 elementen:
- Risicobeoordeling EFSA belangrijke rol in verband met wetenschappelijke opinies en advisering.
- Risicomanagement
- Risicocommunicatie
Voorzorgsbeginsel op basis van worst-case scenario naderhand wel wetenschappelijke
onderbouwing nodig.
Eerst gold uitgangspunt is dat het een producent van levensmiddelen vrij staat om de ingredienten
te gebruiken die hem/haar goeddunken.
Vanaf 1997 algemene norm dat nieuwe stoffen pas in levensmiddelen mogen worden gebruikt
nadat eerst de veiligheid in een toelatingsprocedure is aangetoond. Een onderneming moet
tegenover deskundigen aantonen dat een product veilig is.