Plan van aanpak
ondersteuning bij zelfmanagement en gezamenlijke besluitvorming
inhoud
- Theoretisch kader
- Kaal plan van aanpak
- Plan van aanpak met onderbouwing
- Bronnen
theoretisch kader:
ondersteunen van Zelfmanagement gaat over zelf beslissingen maken als zorgvrager. Het gaat dus
niet over het zelf uitvoeren of zelf doen maar echt over eigen regie met beslissingen. De regie ligt dus
bij de zorgvrager. Ook de omgeving van de zorgvrager speelt een grote rol, naasten van de
zorgvrager kunnen bijvoorbeeld ook helpen bij het stimuleren van zelfmanagement en meedenken
met beslissingen.
Bron: Verkooijen, 2010
Shared decision making houdt in dat je samen met de zorgvrager gezamenlijk tot een besluit komt,
het is een outcome van het bevorderen van zelfmanagement. Als verpleegkundige heb je de rol als
coach in het stimuleren om tot een gezamenlijk besluit te komen.
Dit type gesprek vind plaats als er een dilemma aanwezig is. De zorgvrager is dan toe aan
ondersteuning bij gezamenlijke besluitvorming om tot een besluit te komen. Wel zorg je ervoor dat
de zorgvrager eigen regie blijft houden dus niet dat je als verpleegkundige het voor de zorgvrager
gaat oplossen. Daarom moet je je als verpleegkundige meer opstellen als een coach die helpt met het
beslissen en niet beslissen voor de zorgvrager.
De overeenkomst tussen gezamenlijke besluitvorming en persoonsgerichte praktijkvoering is dat je
beide naar de behoeftes van de patiënt kijkt. Je kijkt verder dan alleen de ziekte en zorgt voor
passende zorg waar de zorgvrager mee eens is.
,ASE-model:
A= attitude, hoe de zorgvrager zich gedraagt / de houding tegenover de ziekte, en het dilemma. Als
zorgverlener moet je attitude herkennen want door dit te herkennen begrijp je elkaar meer. Dat
zorgt voor een beter gesprek en kom je makkelijker tot een gezamenlijk besluit.
S= sociale invloed, oftewel alle mensen om de zorgvrager heen, alle sociale contacten. De zorgvrager
zal ergens zijn/haar gevoelens kwijt moeten. Door een luisterend oor te hebben kan de behandeling
succesvoller zijn omdat mensen veel waarde hechten aan steun. Het kan bijvoorbeeld een familielid
zijn of iemand van het werk.
E= eigen effectiviteit gaat over in hoeverre de zorgvrager vertrouwen heeft in zichzelf, is het
haalbaar? Om hier achter te komen vraag je naar de attributie (=oorzaak ziekte ergens aan koppelen)
door hier over te praten worden negatieve gedachten doorbroken en zal de behandeling succesvoller
zijn omdat de zorgvrager in zichzelf geloofd en meer vertrouwen heeft.
Coping: het omgaan met bepaalde situaties , stijl van omgaan met problemen. Ben je een vluchter of
vechter? Er kan een emotionele reactie ontstaan (angst, woede) of een fysiologische reactie
(verhoogde bloeddruk/hartslag).
De copingsstrategieën verdeel je in 2 categorieën:
- Strategieën gericht op het probleem, deze zijn bedoeld om de zorgvrager het probleem te
laten begrijpen.
- Strategieën gericht op emoties, deze strategieën zijn bedoeld om de emotionele balans te
herstellen. Bijvoorbeeld: zelfcontrole, afstand en vermijding.
Attributie is het koppelen van een oorzaak aan een ziekte dus oorzaak -gevolg. Er zijn 2 soorten
attributie:
1. Externe attributie: oorzaken buiten de zorgvrager dus door andere factoren. bijvoorbeeld ik
heb kanker doordat er asbest in mijn huis zat en ik dat niet wist.
2. Interne attributie: oorzaken binnen bereik van de zorgvrager dus bijvoorbeeld ik heb kanker
doordat ik jaren lang heb gerookt.
Attributie kan een belemmering zijn voor een zorgvrager, het kan een negatief zelfbeeld veroorzaken
wat niet bevorderlijk is voor een mogelijke behandeling.
Kale plan van aanpak
Voorbereiding
- Vorige taken wegleggen
- Richten op nieuwe zorgvrager
- Ruimte inrichten/ privacy/veilige ruimte
- Inlezen dossier
Inleiding
- Naam van de zorgvrager
, - Voorstellen
- Aanleiding bespreken
- Interesse en respect tonen
- Verwachtingen van de zorgvrager in kaart brengen
- Doel van het gesprek samen opstellen
- Agenda opstellen en tijd afspreken
Kern
De kwestie bespreken
- Inventariseren behoeften, emoties, zienswijzen, ervaringskennis
- Erkenning geven
- Aansluiten bij belevingen van patiënt
- Achterhaal de attitude van de zorgvrager (A van het ASE model)
- Krijg zicht op manier van omgaan/aanpak, copingstrategie
- Attributie (zoeken naar oorzaken)
- (Ir)reële gedachten, denkpatronen bespreken (met ABCDE model)
Motiverende gespreksvoering
- Mogelijkheden bespreken
- Mogelijke keuzes op een rijtje zetten
- Achterhaal de A, S en E van de zorgvrager (ASE model)
- Aansluiten bij behoeften
- Vragen of er behoefte bestaat aan informatie over andere mogelijke opties, suggesties doen
De voor- en nadelen bespreken
- Voors- en tegens bespreken
- Voor- en nadelenbalans maken
- Keuzehulp gebruiken
- Afweging (laten) maken verschillende mogelijkheden
De voorkeuren bespreken
- Nagaan hoe de zorgvrager tegen de mogelijkheden aankijkt
- Vaststellen in hoeverre de patiënt bij de besluitvorming betrokken wil worden
- Steun bieden
- Behoeften meenemen
Een gezamenlijke beslissing nemen
- Keuze maken
- Bespreken wat keuze betekent
- ASE langslopen
Terugkijken
- Uitkomst bespreken en overwegingen samenvatten
- Samen agenda opstellen
Slot
- Evalueren van gesprek en afspraken
ondersteuning bij zelfmanagement en gezamenlijke besluitvorming
inhoud
- Theoretisch kader
- Kaal plan van aanpak
- Plan van aanpak met onderbouwing
- Bronnen
theoretisch kader:
ondersteunen van Zelfmanagement gaat over zelf beslissingen maken als zorgvrager. Het gaat dus
niet over het zelf uitvoeren of zelf doen maar echt over eigen regie met beslissingen. De regie ligt dus
bij de zorgvrager. Ook de omgeving van de zorgvrager speelt een grote rol, naasten van de
zorgvrager kunnen bijvoorbeeld ook helpen bij het stimuleren van zelfmanagement en meedenken
met beslissingen.
Bron: Verkooijen, 2010
Shared decision making houdt in dat je samen met de zorgvrager gezamenlijk tot een besluit komt,
het is een outcome van het bevorderen van zelfmanagement. Als verpleegkundige heb je de rol als
coach in het stimuleren om tot een gezamenlijk besluit te komen.
Dit type gesprek vind plaats als er een dilemma aanwezig is. De zorgvrager is dan toe aan
ondersteuning bij gezamenlijke besluitvorming om tot een besluit te komen. Wel zorg je ervoor dat
de zorgvrager eigen regie blijft houden dus niet dat je als verpleegkundige het voor de zorgvrager
gaat oplossen. Daarom moet je je als verpleegkundige meer opstellen als een coach die helpt met het
beslissen en niet beslissen voor de zorgvrager.
De overeenkomst tussen gezamenlijke besluitvorming en persoonsgerichte praktijkvoering is dat je
beide naar de behoeftes van de patiënt kijkt. Je kijkt verder dan alleen de ziekte en zorgt voor
passende zorg waar de zorgvrager mee eens is.
,ASE-model:
A= attitude, hoe de zorgvrager zich gedraagt / de houding tegenover de ziekte, en het dilemma. Als
zorgverlener moet je attitude herkennen want door dit te herkennen begrijp je elkaar meer. Dat
zorgt voor een beter gesprek en kom je makkelijker tot een gezamenlijk besluit.
S= sociale invloed, oftewel alle mensen om de zorgvrager heen, alle sociale contacten. De zorgvrager
zal ergens zijn/haar gevoelens kwijt moeten. Door een luisterend oor te hebben kan de behandeling
succesvoller zijn omdat mensen veel waarde hechten aan steun. Het kan bijvoorbeeld een familielid
zijn of iemand van het werk.
E= eigen effectiviteit gaat over in hoeverre de zorgvrager vertrouwen heeft in zichzelf, is het
haalbaar? Om hier achter te komen vraag je naar de attributie (=oorzaak ziekte ergens aan koppelen)
door hier over te praten worden negatieve gedachten doorbroken en zal de behandeling succesvoller
zijn omdat de zorgvrager in zichzelf geloofd en meer vertrouwen heeft.
Coping: het omgaan met bepaalde situaties , stijl van omgaan met problemen. Ben je een vluchter of
vechter? Er kan een emotionele reactie ontstaan (angst, woede) of een fysiologische reactie
(verhoogde bloeddruk/hartslag).
De copingsstrategieën verdeel je in 2 categorieën:
- Strategieën gericht op het probleem, deze zijn bedoeld om de zorgvrager het probleem te
laten begrijpen.
- Strategieën gericht op emoties, deze strategieën zijn bedoeld om de emotionele balans te
herstellen. Bijvoorbeeld: zelfcontrole, afstand en vermijding.
Attributie is het koppelen van een oorzaak aan een ziekte dus oorzaak -gevolg. Er zijn 2 soorten
attributie:
1. Externe attributie: oorzaken buiten de zorgvrager dus door andere factoren. bijvoorbeeld ik
heb kanker doordat er asbest in mijn huis zat en ik dat niet wist.
2. Interne attributie: oorzaken binnen bereik van de zorgvrager dus bijvoorbeeld ik heb kanker
doordat ik jaren lang heb gerookt.
Attributie kan een belemmering zijn voor een zorgvrager, het kan een negatief zelfbeeld veroorzaken
wat niet bevorderlijk is voor een mogelijke behandeling.
Kale plan van aanpak
Voorbereiding
- Vorige taken wegleggen
- Richten op nieuwe zorgvrager
- Ruimte inrichten/ privacy/veilige ruimte
- Inlezen dossier
Inleiding
- Naam van de zorgvrager
, - Voorstellen
- Aanleiding bespreken
- Interesse en respect tonen
- Verwachtingen van de zorgvrager in kaart brengen
- Doel van het gesprek samen opstellen
- Agenda opstellen en tijd afspreken
Kern
De kwestie bespreken
- Inventariseren behoeften, emoties, zienswijzen, ervaringskennis
- Erkenning geven
- Aansluiten bij belevingen van patiënt
- Achterhaal de attitude van de zorgvrager (A van het ASE model)
- Krijg zicht op manier van omgaan/aanpak, copingstrategie
- Attributie (zoeken naar oorzaken)
- (Ir)reële gedachten, denkpatronen bespreken (met ABCDE model)
Motiverende gespreksvoering
- Mogelijkheden bespreken
- Mogelijke keuzes op een rijtje zetten
- Achterhaal de A, S en E van de zorgvrager (ASE model)
- Aansluiten bij behoeften
- Vragen of er behoefte bestaat aan informatie over andere mogelijke opties, suggesties doen
De voor- en nadelen bespreken
- Voors- en tegens bespreken
- Voor- en nadelenbalans maken
- Keuzehulp gebruiken
- Afweging (laten) maken verschillende mogelijkheden
De voorkeuren bespreken
- Nagaan hoe de zorgvrager tegen de mogelijkheden aankijkt
- Vaststellen in hoeverre de patiënt bij de besluitvorming betrokken wil worden
- Steun bieden
- Behoeften meenemen
Een gezamenlijke beslissing nemen
- Keuze maken
- Bespreken wat keuze betekent
- ASE langslopen
Terugkijken
- Uitkomst bespreken en overwegingen samenvatten
- Samen agenda opstellen
Slot
- Evalueren van gesprek en afspraken