2.2
- het weer is een toestand van de dampkring op een bepaalde plaats en een bepaalde
tijd lettend op de:
- temperatuur
- neerslag
- luchtvochtigheid
- wind
- bewolking
- zonneschijn
Indirecte gegevens
Dendrochronologie
- erg betrouwbaar tot duizenden jaren terug in de tijd
Er wordt hout gebruik (het liefst van een eik) en die groeit elk jaar een jaarring, onafhankelijk
van de weeromstandigheden. Als je van deze boom de ringen telt kan je weten hoe oud de
boom is.
De jaarringen variëren van dikte:
- warm met voldoende neerslag → brede jaarring
- koud en te nat/ te droog → dunne jaarring
Pollen
Pollen zijn handig voor klimaatonderzoek omdat:
- komen in grote aantallen voor
- blijven goed bewaard
- elke soort heeft een karakteristieke vorm
Aangezien pollen goed houdbaar zijn, kan je bij een boring in de grond zien welke soorten
stuifmeelkorrel overheerst in welke tijd.
Ijskernen
Ijskappen zijn laagje voor laagje opgebouwd uit samengeperste sneeuw (ijs). Tussen de
ijskristallen blijft er wat lucht zitten waarin je de CO2 en methaan gehalte kan bepalen van
een bepaalde tijd.
Landschap
- Periglaciale omstandigheden = de bodem is geheel of gedeeltelijk bevroren, dit kan
dus betekenen dat het uit een ijstijd in het Pleistoceen komt.
- Vorstwig = de bodem schuurt en loopt in de zomer vol met water wat de volgende
winter bevriest, uitzet en voor een bredere scheur zorgt. Hiervoor moet de
gemiddelde jaartemperatuur ronde de -8 graden C liggen.
- Pingo = water in de ondergrond bevriest en er ontstaat een ijsklomp wat meer water
aantrekt dat weer bevriest. Zo ontstaat er een ijsbult onder de bovenste meters van
de bodem wat openbarst en dan zal het ijs ontdooien in de zomer en zakt de bodem
weer → ringwal
- het weer is een toestand van de dampkring op een bepaalde plaats en een bepaalde
tijd lettend op de:
- temperatuur
- neerslag
- luchtvochtigheid
- wind
- bewolking
- zonneschijn
Indirecte gegevens
Dendrochronologie
- erg betrouwbaar tot duizenden jaren terug in de tijd
Er wordt hout gebruik (het liefst van een eik) en die groeit elk jaar een jaarring, onafhankelijk
van de weeromstandigheden. Als je van deze boom de ringen telt kan je weten hoe oud de
boom is.
De jaarringen variëren van dikte:
- warm met voldoende neerslag → brede jaarring
- koud en te nat/ te droog → dunne jaarring
Pollen
Pollen zijn handig voor klimaatonderzoek omdat:
- komen in grote aantallen voor
- blijven goed bewaard
- elke soort heeft een karakteristieke vorm
Aangezien pollen goed houdbaar zijn, kan je bij een boring in de grond zien welke soorten
stuifmeelkorrel overheerst in welke tijd.
Ijskernen
Ijskappen zijn laagje voor laagje opgebouwd uit samengeperste sneeuw (ijs). Tussen de
ijskristallen blijft er wat lucht zitten waarin je de CO2 en methaan gehalte kan bepalen van
een bepaalde tijd.
Landschap
- Periglaciale omstandigheden = de bodem is geheel of gedeeltelijk bevroren, dit kan
dus betekenen dat het uit een ijstijd in het Pleistoceen komt.
- Vorstwig = de bodem schuurt en loopt in de zomer vol met water wat de volgende
winter bevriest, uitzet en voor een bredere scheur zorgt. Hiervoor moet de
gemiddelde jaartemperatuur ronde de -8 graden C liggen.
- Pingo = water in de ondergrond bevriest en er ontstaat een ijsklomp wat meer water
aantrekt dat weer bevriest. Zo ontstaat er een ijsbult onder de bovenste meters van
de bodem wat openbarst en dan zal het ijs ontdooien in de zomer en zakt de bodem
weer → ringwal