Samenvatting MAW Politieke besluitvorming_ H 1t/m9 (niet perse volgorde van het boek)
extra begrippen:
Dictatuur: de politieke macht is in handen van één persoon of kleine groep mensen
Totalitaire staat: politiek systeem waarbij alles ondergeschikt is aan de staatsidee en de
politiek de gehele samenleving tot in de diepste geledingen doordringt.
Republiek: staatshoofd niet door erfopvolging maar verkiezing/staatsgreep (demcr. of arist.)
Aristocratie: heerschappij door de beste (soms erfopvolging)
Democratie: bestuurd door het volk (direct of indirect=door volksvertegenwoordigers)
Volkssoevereiniteit: uiteindelijke macht ligt bij (vertegenwoordiging van) volk
Visies over de manier waarop de macht in een democratie wordt verdeeld/uitgeoefend:
descriptief = beschrijvend VS normatief = beoordelend
Klassieke democratietheorie / participatie democratie - normatief
Politieke besluitvorming op basis van “de wil van het volk”
veronderstelling: inwoners participeren vrijwillig en actief, mensen politiek gelijkwaardig,
mensen toegang tot openbaar ambt, gebruiken actief en passief kiesrecht
Representatiedemocratie – descriptief / normatief
Professionele politici besluiten na gekozen te zijn door bevolking (bevolking minder
macht (=stemmen eens in vier jaar), politici ook doen wat goed is voor partij)
Pluralistische democratie – descriptief
Erkent ook diversiteit van de samenleving > verschillende groepen vertegenwoordigen
hun belangen AKA naast alleen stemmen nemen ze deel aan maatschappelijke
organisaties >>> politieke macht niet slechts verdeeld kiezer en politicus maar over
meer politieke actoren die meespelen in proces van politieke besluitvorming
Elitetheorie – descriptief / (impliciet) normatief
Altijd een elite die sleutelposities inneemt op sociaaleconomisch/politiek terrein > kan
zo politieke macht naar zich toe trekken. Militaire instellingen + grote industrieën
Rechtsstaat: staat waarin rechten en plichten van zowel inwoners als van de overheid zijn
vastgelegd zodat burgers beschermd worden tegen machtsmisbruik door de overheid.
Rechtstaat is een voorwaarde voor een democratie (politieke grondrechten) maar
democratie ook begrenst: minderheden beschermd.
Democratische rechtsstaat: staat waarin macht door/namens volk wordt uitgeoefend
binnen de grenzen van de grondwet, zodat individuele grondrechten beschermd> kenmerken:
- Er is spraken van een grondwettelijke scheiding van de politieke macht
- De (politieke) grondrechten worden geëerbiedigd
- Het bestuur van het land is gebaseerd op legaliteitsbeginsel
Legaliteit beginsel: wettelijk kader waarin vastgelegd hoe lang wordt bestuurd > de
overheid mag alleen handelen en maatregelen nemen binnen kader van haar wettelijke
vastgelegde bevoegdheden (juridische grondslag)
Grondwet
Grondrechten/mensenrechten=belangrijkste rechten van burgers H1
Klassieke grondrechten(afdwingbaar): vrijheid en gelijkheid burgers garanderen
Sociale grondrechten(niet afdwingbaar): verplichten de overheid te zorgen voor
(oa) werkgelegenheid, sociale zekerheid, volksgezondheid.
Door politieke en vrijheidsrechten (klassiek art. 4/9) kan iedere Nederlander
mening/eisen kenbaar maken >> politieke systeem te beïnvloeden (want politieke actor)
Recht op informatie: overheid moet informatie geven aan volksvert. en burgers
Rechten en plichten politieke organen en bestuurlijke functies H2-7
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
1
, Bevoegdheden belangrijkste politieke organen (koningschap, regering, Staten-Generaal,
provincies, gemeenten en waterschappen), vormgeving trias politica, belastingrecht
Wijziging van de grondwet H8
Zware eisen aan veranderen grondwet>beschermen minderheden
(parlement (2/3 meerderheid) > verkiezingen > parlement (2/3 meerderheid)
Constitutionele monarchie: koninkrijk met een grondwet (>koning heeft taken volgens
grondwet (lid regering, wetten tekenen) en taken buiten grondwet om(staatsbezoeken))
Staatshoofd (door erfopvolging) nog voornamelijk een ceremoniële functie want ministers
verantwoordelijk (art. 42 staatshoofd is “onschendbaar”)
Parlementaire democratie: burgers kiezen een parlement dat namens ons over
wetsvoorstellen stemmen kenmerken van onze parlementaire democratie:
Representatiedemocratie (indirecte): volk vertegenwoordigd door parlement dat door
vrije en geheime verkiezingen is gekozen
Alle burgers zijn gelijk voor de wet + hebben gelijke invloed op samenstelling parlement
Ministers zijn verantwoording schuldig aan gekozen volksvert.
Het kabinet voet beleid op basis vertrouwen van meerderheid volksvert.
Macht van de overheid wort (indirect) gelegitimeerd door de vrije en geheime
verkiezingen (die iedere vier jaar plaats vinden)
Besluitvorming door regering en parlement vindt plaats bij meerderheid stemmen
Parlement is geen “dictatuur van de meerderheid” > rekeninghouden minderheden
Spraken van een tweekamerstelsel waarbij politieke primaat bij direct gekozen
(Tweede) Kamer ligt.
Politiek=
Beleid: de maatregelen van ministers (en ambtenaren) tegen problemen
Staatsinrichting: geheel van regels waarin vastgelegd hoe lang bestuurd wordt
Strategie/handelswijze: om een doel te bereiken
Behendig/sluw/slim/achterbaks > geen rechtstreeks antwoord
>>> proces van omzetting van verlangens, wensen en eisen vanuit samenleving in
bindende besluiten
Easton: politiek=besluitvormingsproces over de vraag hoe schaarse middelen verdeeld
moeten worden door gezaghebber gesteund door meerderheid van bevolking
Verdeling schaarse materiele middelen (geld, woningen, gezondheidszorg)
Toedeling waarden (vrijheid, gelijkheid)
Politieke besluitvorming gericht op het oplossen van maatschappelijke problemen >>
Politiek probleem: situatie die een grote groep mensen ongewenst vindt, die ontstaan is
door maatschappelijke ontwikkelingen, die te maken heeft met tegengestelde belangen en
mensen (mede) door overheidsingrijpen veranderd willen
Publieke agenda: aandacht onder burgers en maatschappelijke groeperingen >> media-
aandacht of bemoeienis belangengroeperingen > politiek probleem > op politieke agenda
(tijdsgeest gebonden dus)> overheidsbeleid noodzakelijk: genomen besluiten/getroffen
maatregelen van de overheid.
Politieke filosofie: sociaal contract
Huidige maatschappelijke samenleving verklaren vanuit de fictie dat mens ooit in de
natuurtoestand leefde maar toen een contract hebben gesloten.
*mensen in contract hebben bepaalde vrijheden opgegeven > individuele
vrijheidsrechten (deels) overgedragen aan de gemeenschap (democratie) of soeverein
- Thomas Hobbes = conflictmodel
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
2
, Mensen leven in natuurlijke toestand zonder besef goed en kwaad; mens voorzag in eigen
behoeften >> voortdurende oorlog tot mensen bereid zijn opgeven persoonlijke vrijheid >>
conflictmodel: sociale cohesie door de (absolute) macht van de staat
- John Lock =
Mens in natuurtoestand niet slecht, wel angstig (met natuurlijke rechten) en komen
vrijwillig samen om een staat te vormen>juiste doen. Neutrale rechter nodig om voor
behoeften op te komen. acties van de staat alleen gelegitimeerd vanuit algemeen belang.
- Jean-Jacques Rousseau = consensusmodel
Mens in natuurstaat=vredelievend en timide. Ontstaan wetten omdat men bereid was
individuele vrijheid op te geven voor bescherming. Regering gebaseerd op wil van de
geregeerden (volonté generale) > regering niet door macht alleen gelegitimeerd.
Volkssoevereiniteit en algemene wil > (ipv één over alles) vrije individuen besluiten
onderling een gemeenschap te vormen.
- John Rawls
Gedachte-experiment van de hypothetische situatie: je bent in begin der tijden, weet niets
over de toekomstige positie en moet vanuit die positie een sociaal contract opstellen. >>zo
ieders rechten gewaarborgd; niemand wil nadelig uitkomen >> universele wetten (Kant)
Verschillende groepen binnen samenleving moeten overlappende consensus hebben> dat
wat essentieel is
Sociaal contract: voor diensten die overheid levert, aanvaarden de burgers een
beperking van hun (financiële) vrijheid.
Overheid “bepaald” over collectieve belangen, goederen, diensten (dmv. belasting)
Collectieve goederen: van algemeen belang, moeilijk aan te bieden via markt, in
principe voor iedereen beschikbaar. (wegen, scholen, parken)
Collectieve diensten bijv leger
Parlementairstelsel
= indirecte democratie > representatiestelsel: burgers kiezen vertegenwoordigers
Representativiteit: de mate waarin standpunten en besluiten van gekozen
vertegenwoordigers overeenkomen met de wens van de kiezers.
Staatshoofd vaak slechts ceremoniële functie
Knelpunten:
Partijen vertegenwoordigen niet altijd de ideeën van hun kiezers (gevolg concessies)
Geringe communicatie > vertegenwoordigers weten helemaal niet wat volk wil
Kan vertegenwoordiging afhankelijk van actief of inactieve kiezer (participeren)
Niet/protestpartij stemmers
>>>iedereen tevreden stellen kan nooit. Echter als kloof te groot dan democratie in gevaar
Presidentieelstelsel (VS)
Staatshoofd meer macht > president en minister-president
Strikte scheiding der machten
Burgers kiezen de president (staatshoofd) itt erven), hij kiest vervolgens eigen ministers >
die zijn alleen aan hem verantwoording schuldig. President verantwoording schuldig volk
Congres = wetgevende macht: Huis van afgevaardigden en Senaat (beide apart gekozen
door volk), niet bevoegdheid de uitvoerende macht naar huis te sturen
Impeachment-procedure: enige mogelijkheid tot afzetten president, alleen in gevallen
van grote criminaliteit
Amerikaanse president geen ontbindingsrecht: recht om parlement te ontbinden en
nieuwe verkiezingen uit te schrijven >> nooit eerdere verkiezingen
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
3
extra begrippen:
Dictatuur: de politieke macht is in handen van één persoon of kleine groep mensen
Totalitaire staat: politiek systeem waarbij alles ondergeschikt is aan de staatsidee en de
politiek de gehele samenleving tot in de diepste geledingen doordringt.
Republiek: staatshoofd niet door erfopvolging maar verkiezing/staatsgreep (demcr. of arist.)
Aristocratie: heerschappij door de beste (soms erfopvolging)
Democratie: bestuurd door het volk (direct of indirect=door volksvertegenwoordigers)
Volkssoevereiniteit: uiteindelijke macht ligt bij (vertegenwoordiging van) volk
Visies over de manier waarop de macht in een democratie wordt verdeeld/uitgeoefend:
descriptief = beschrijvend VS normatief = beoordelend
Klassieke democratietheorie / participatie democratie - normatief
Politieke besluitvorming op basis van “de wil van het volk”
veronderstelling: inwoners participeren vrijwillig en actief, mensen politiek gelijkwaardig,
mensen toegang tot openbaar ambt, gebruiken actief en passief kiesrecht
Representatiedemocratie – descriptief / normatief
Professionele politici besluiten na gekozen te zijn door bevolking (bevolking minder
macht (=stemmen eens in vier jaar), politici ook doen wat goed is voor partij)
Pluralistische democratie – descriptief
Erkent ook diversiteit van de samenleving > verschillende groepen vertegenwoordigen
hun belangen AKA naast alleen stemmen nemen ze deel aan maatschappelijke
organisaties >>> politieke macht niet slechts verdeeld kiezer en politicus maar over
meer politieke actoren die meespelen in proces van politieke besluitvorming
Elitetheorie – descriptief / (impliciet) normatief
Altijd een elite die sleutelposities inneemt op sociaaleconomisch/politiek terrein > kan
zo politieke macht naar zich toe trekken. Militaire instellingen + grote industrieën
Rechtsstaat: staat waarin rechten en plichten van zowel inwoners als van de overheid zijn
vastgelegd zodat burgers beschermd worden tegen machtsmisbruik door de overheid.
Rechtstaat is een voorwaarde voor een democratie (politieke grondrechten) maar
democratie ook begrenst: minderheden beschermd.
Democratische rechtsstaat: staat waarin macht door/namens volk wordt uitgeoefend
binnen de grenzen van de grondwet, zodat individuele grondrechten beschermd> kenmerken:
- Er is spraken van een grondwettelijke scheiding van de politieke macht
- De (politieke) grondrechten worden geëerbiedigd
- Het bestuur van het land is gebaseerd op legaliteitsbeginsel
Legaliteit beginsel: wettelijk kader waarin vastgelegd hoe lang wordt bestuurd > de
overheid mag alleen handelen en maatregelen nemen binnen kader van haar wettelijke
vastgelegde bevoegdheden (juridische grondslag)
Grondwet
Grondrechten/mensenrechten=belangrijkste rechten van burgers H1
Klassieke grondrechten(afdwingbaar): vrijheid en gelijkheid burgers garanderen
Sociale grondrechten(niet afdwingbaar): verplichten de overheid te zorgen voor
(oa) werkgelegenheid, sociale zekerheid, volksgezondheid.
Door politieke en vrijheidsrechten (klassiek art. 4/9) kan iedere Nederlander
mening/eisen kenbaar maken >> politieke systeem te beïnvloeden (want politieke actor)
Recht op informatie: overheid moet informatie geven aan volksvert. en burgers
Rechten en plichten politieke organen en bestuurlijke functies H2-7
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
1
, Bevoegdheden belangrijkste politieke organen (koningschap, regering, Staten-Generaal,
provincies, gemeenten en waterschappen), vormgeving trias politica, belastingrecht
Wijziging van de grondwet H8
Zware eisen aan veranderen grondwet>beschermen minderheden
(parlement (2/3 meerderheid) > verkiezingen > parlement (2/3 meerderheid)
Constitutionele monarchie: koninkrijk met een grondwet (>koning heeft taken volgens
grondwet (lid regering, wetten tekenen) en taken buiten grondwet om(staatsbezoeken))
Staatshoofd (door erfopvolging) nog voornamelijk een ceremoniële functie want ministers
verantwoordelijk (art. 42 staatshoofd is “onschendbaar”)
Parlementaire democratie: burgers kiezen een parlement dat namens ons over
wetsvoorstellen stemmen kenmerken van onze parlementaire democratie:
Representatiedemocratie (indirecte): volk vertegenwoordigd door parlement dat door
vrije en geheime verkiezingen is gekozen
Alle burgers zijn gelijk voor de wet + hebben gelijke invloed op samenstelling parlement
Ministers zijn verantwoording schuldig aan gekozen volksvert.
Het kabinet voet beleid op basis vertrouwen van meerderheid volksvert.
Macht van de overheid wort (indirect) gelegitimeerd door de vrije en geheime
verkiezingen (die iedere vier jaar plaats vinden)
Besluitvorming door regering en parlement vindt plaats bij meerderheid stemmen
Parlement is geen “dictatuur van de meerderheid” > rekeninghouden minderheden
Spraken van een tweekamerstelsel waarbij politieke primaat bij direct gekozen
(Tweede) Kamer ligt.
Politiek=
Beleid: de maatregelen van ministers (en ambtenaren) tegen problemen
Staatsinrichting: geheel van regels waarin vastgelegd hoe lang bestuurd wordt
Strategie/handelswijze: om een doel te bereiken
Behendig/sluw/slim/achterbaks > geen rechtstreeks antwoord
>>> proces van omzetting van verlangens, wensen en eisen vanuit samenleving in
bindende besluiten
Easton: politiek=besluitvormingsproces over de vraag hoe schaarse middelen verdeeld
moeten worden door gezaghebber gesteund door meerderheid van bevolking
Verdeling schaarse materiele middelen (geld, woningen, gezondheidszorg)
Toedeling waarden (vrijheid, gelijkheid)
Politieke besluitvorming gericht op het oplossen van maatschappelijke problemen >>
Politiek probleem: situatie die een grote groep mensen ongewenst vindt, die ontstaan is
door maatschappelijke ontwikkelingen, die te maken heeft met tegengestelde belangen en
mensen (mede) door overheidsingrijpen veranderd willen
Publieke agenda: aandacht onder burgers en maatschappelijke groeperingen >> media-
aandacht of bemoeienis belangengroeperingen > politiek probleem > op politieke agenda
(tijdsgeest gebonden dus)> overheidsbeleid noodzakelijk: genomen besluiten/getroffen
maatregelen van de overheid.
Politieke filosofie: sociaal contract
Huidige maatschappelijke samenleving verklaren vanuit de fictie dat mens ooit in de
natuurtoestand leefde maar toen een contract hebben gesloten.
*mensen in contract hebben bepaalde vrijheden opgegeven > individuele
vrijheidsrechten (deels) overgedragen aan de gemeenschap (democratie) of soeverein
- Thomas Hobbes = conflictmodel
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
2
, Mensen leven in natuurlijke toestand zonder besef goed en kwaad; mens voorzag in eigen
behoeften >> voortdurende oorlog tot mensen bereid zijn opgeven persoonlijke vrijheid >>
conflictmodel: sociale cohesie door de (absolute) macht van de staat
- John Lock =
Mens in natuurtoestand niet slecht, wel angstig (met natuurlijke rechten) en komen
vrijwillig samen om een staat te vormen>juiste doen. Neutrale rechter nodig om voor
behoeften op te komen. acties van de staat alleen gelegitimeerd vanuit algemeen belang.
- Jean-Jacques Rousseau = consensusmodel
Mens in natuurstaat=vredelievend en timide. Ontstaan wetten omdat men bereid was
individuele vrijheid op te geven voor bescherming. Regering gebaseerd op wil van de
geregeerden (volonté generale) > regering niet door macht alleen gelegitimeerd.
Volkssoevereiniteit en algemene wil > (ipv één over alles) vrije individuen besluiten
onderling een gemeenschap te vormen.
- John Rawls
Gedachte-experiment van de hypothetische situatie: je bent in begin der tijden, weet niets
over de toekomstige positie en moet vanuit die positie een sociaal contract opstellen. >>zo
ieders rechten gewaarborgd; niemand wil nadelig uitkomen >> universele wetten (Kant)
Verschillende groepen binnen samenleving moeten overlappende consensus hebben> dat
wat essentieel is
Sociaal contract: voor diensten die overheid levert, aanvaarden de burgers een
beperking van hun (financiële) vrijheid.
Overheid “bepaald” over collectieve belangen, goederen, diensten (dmv. belasting)
Collectieve goederen: van algemeen belang, moeilijk aan te bieden via markt, in
principe voor iedereen beschikbaar. (wegen, scholen, parken)
Collectieve diensten bijv leger
Parlementairstelsel
= indirecte democratie > representatiestelsel: burgers kiezen vertegenwoordigers
Representativiteit: de mate waarin standpunten en besluiten van gekozen
vertegenwoordigers overeenkomen met de wens van de kiezers.
Staatshoofd vaak slechts ceremoniële functie
Knelpunten:
Partijen vertegenwoordigen niet altijd de ideeën van hun kiezers (gevolg concessies)
Geringe communicatie > vertegenwoordigers weten helemaal niet wat volk wil
Kan vertegenwoordiging afhankelijk van actief of inactieve kiezer (participeren)
Niet/protestpartij stemmers
>>>iedereen tevreden stellen kan nooit. Echter als kloof te groot dan democratie in gevaar
Presidentieelstelsel (VS)
Staatshoofd meer macht > president en minister-president
Strikte scheiding der machten
Burgers kiezen de president (staatshoofd) itt erven), hij kiest vervolgens eigen ministers >
die zijn alleen aan hem verantwoording schuldig. President verantwoording schuldig volk
Congres = wetgevende macht: Huis van afgevaardigden en Senaat (beide apart gekozen
door volk), niet bevoegdheid de uitvoerende macht naar huis te sturen
Impeachment-procedure: enige mogelijkheid tot afzetten president, alleen in gevallen
van grote criminaliteit
Amerikaanse president geen ontbindingsrecht: recht om parlement te ontbinden en
nieuwe verkiezingen uit te schrijven >> nooit eerdere verkiezingen
MAW Samenvatting_Politieke besluitvorming_ H 1t/m9
3