Veevoeding en Diergezondheid, Hogeschool van Hall Larenstein.
De voeropname wordt bepaald door prikkeling van het honger- en verzadigingscentrum
(hypothalamus).
Factoren die hypothalamus prikkelen in te delen in 3 categorieën:
- Diergebonden factoren
- Voergebonden factoren en vochtvoorziening
- Milieufactoren
Twee centra in de hypothalamus:
- Hongercentrum
- Verzadigingscentrum
Receptoren in de maag sturen signalen naar hoger- of verzadigingscentrum.
Signalen verzadiging in te delen in 4 categorieën:
- Fysische verzadiging Pensvulling
- Chemische verzadiging Glucose en/of vetzuurniveau bepalend. Bij verzadiging hoog
glucose/CCK-gehalte en laag glucagon gehalte. Bij honger visa versa.
- Thermostatische verzadiging koe kan geproduceerde warmte (door verteren van het voer) niet
meer afvoeren (hoge omgevings temperatuur) daardoor lagere voeropname.
- Lipostatische verzadiging opname van te vette dieren lager.
3 manieren van signaaloverdracht naar hypothalamus:
- Endocrien hormonen, signaal via bloed van sensor naar doelcel.
- Neurocrien via zenuwbanen van sensor naar doelcel.
- Paracrien signaal gaat via sensor naar naastgelegen cel.
Diergebonden factoren:
- Zintuigelijke invloeden - Behoefte van het dier
- Pens-/maag volume - Individuele verschillen
- Penswerking
Zintuigelijke invloeden:
- Vorm en kleur hebben nauwelijks invloed op opname misschien wel bij onbekend product.
- Reuk en smaak zeer belangrijke rol vooral bij onbeperkte verstrekking voer slectie zoete/ hoog
suiker bevorderd de voeropname.
- Grootte en vorm belangrijke rol bij selectie mengen of fijne korrelgrootte bemoeilijken selectie.
Pens-/maag volume:
- Vette koeien hebben vet in buikholte minder ruimte lagere voeropname
- Vaarzen/ 2e kalfs koeien lagere opname zij zijn nog in de groei
- Hoogdrachtige dieren minder ruimte in buik lagere voeropname
Behoefte van het dier:
Op te splitsen in lange- en korte termijn invloeden.
, Korte termijn: Lange termijn:
- Gevoel - Groei
- Activiteit - Dracht
- Geur - Lactatie
- Verstrekken van voer - Gewoonte
- Smaak (i.v.m. gewenning)
Individuele verschillen:
Tot wel 15% opname verschil tussen koeien ofwel een verschil in voer efficiëntie tussen dieren.
Voergebonden factoren en vochtvoorziening:
- Verzadigingsgraad voer - Afbraaksnelheid celwanden
- Conservering ruwvoer - Vochtvoorziening
Verzadingingsgraad voer:
Verzadigingswaarde verschillen in opname die zijn veroorzaakt door voerfactoren.
Hoe hoger de verzadingswaarde van een voer, des te lager de opname van dat voer door de koeien.
De afbreeksnelheid van het voedsel is in belangrijke mate bepalend voor de verdwijningssnelheid van
het voedsel en daarmee dus de voeropname.
- In de pens heeft de afbreekbaarheid van celwanden + de grootte van de voederbestanddelen de
grootste invloed op de afbreeksnelheid.
- In de maag is de hoeveelheid energie van grotere invloed op de afbreeksnelheid van het voer.
Afbraaksnelheid celwanden:
de afbraaksnelheid is afhankelijk van de samenstelling van de celwanden (ADL, ADF, NDF) en de
hoeveelheid celwanden.
Een snelle groei van gras geeft een hoge verteerbaarheid van dat gras.
De vormgeving van een voer is ook van invloed op de afbraaksnelheid malen, hakselen en kneuzen
kan de afbraak verbeteren.
Snel verteerbare bijvoeders bietenpulp, sojahullen
Langzaam verteerbare bijvoeders palmpit schilfers, katoenzaadschilfers
Vlinderbloemigen zijn sneller verteerbaar dan gras door een andere celwandsamenstelling ze
hebben een groter aandeel blad hogere voeropname mogelijk.
Conservering voer:
Inkuilen met een hoger droge stof gehalte >30% geeft de meeste kans op een goed stabiel product.
Natte kuil <30% droge stof slechte conservering minder suiker en meer NH3 door hoge
omzetting van koolhydraten en eiwitten bovendien is natte kuil vaker verontreinigd met grond
geeft een slechtere voeropname + ongezond voor koeien.
Ook broei in de kuil werkt negatief op de voeropname.
Vochtvoorziening:
een hoog vochtgehalte in het voer verminderd de droge stof opname. Totaal droge stof gehalte in