CO.1 Pijn
kent de gangbare definitie van pijn en kan de (relatie tussen de)
begrippen noxische prikkel, nociceptie, pijngewaarwording,
pijngedrag en pijnperceptie toelichten
Definitie van pijn: Pijn is een onplezierig, sensorische en emotionele
ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging,
of die beschreven wordt in termen van dergelijke beschadiging.
Pijn kan ontstaan door een mechanische, chemische of thermische prikkel.
Dit heet een noxische prikkel. Dit is ook wel acute pijn. Deze noxische
prikkel wordt ontwikkeld door de nocisensoren (nociceptie). Deze zorgen
voor een impuls die ervoor zorgt dat het lichaam eventuele schade kan
waarnemen. Wanneer een lichaam pijn ervaart zal het deze pijn opslaan in
het geheugen. Dit kan ervoor zorgen dat de pijn herkend wordt en deze
heviger ervaren wordt. Dit wordt de pijngewaarwording genoemd. Wanneer
iemand pijn ervaart neemt deze persoon bepaalde maatregelen. Iedereen
heeft een ander pijngedrag, de ene slikt medicijnen, de ander gaat door.
Ook kunnen mensen door de pijn een andere houding aannemen, dit is aan
het begin adaptief, later kan dit uiten in mal-adaptief. Dit gehele verhaal
wordt de pijnperceptie genoemd.
kan de verschillen uitleggen tussen primaire en secundaire
nociceptieve pijn en kan de rol van substance-P verklaren bij
perifere modulatie van pijn
Primaire pijn: Directe pijngewaarwording. Scherp gevoel, de receptoren
worden geprikkeld en men kan dit aangeven met een vinger (de exacte
plek van de pijn aanwijzen). Deze pijn verdwijnt na afname van de prikkel.
De pijnprikkel verplaatst zich via de gemyeliniseerde A(delta) vezels. Deze
maken deel uit van de reflexboog (terugtrek reflex).
Secundaire pijn: Activering van de ongemyeliniseerde vezels (C-vezels)
zorgt voor een doffe, zeurende pijn. Deze pijn is minder goed te lokaliseren