BMD.CO.1 – Neurofysiologie van herstelmechanismen bij het CZS
beschrijven wat de relatie is tussen plasticiteit, leren en herstel
en welke mechanismen hierbij een rol spelen
- Plasticiteit: de hogere hersenfuncties bezitten een grote mate van
plasticiteit. In tegenstelling tot het vasten bedradingpatroon van de
reflexen op signaal en medullair niveau, heeft de cortex de mogelijkheid
om nieuwe synaptische contacten te maken. Het vormen van deze nieuwe
contacten en het veranderen van neuronen het plasticiteit. Door de
plasticiteit van de schors kan na hersenbeschadiging na verloop van tijd
een aanzienlijk tot volledig functieherstel optreden. Het zenuwstelsel is
niet afhankelijk van vaste voorgeprogrammeerde routine in de hersenen
en in de periferie om een handeling te volbrengen.
- Leren: door middel van de aanpassingen van neuronen (plasticiteit) kan
het lichaam bepaalde acties leren. Dit heet ook wel stimulus-respons leren,
hier leert iemand om op een bepaalde manier te reageren op een prikkel,
maar dit heeft tijd nodig. Het herhalen bepaalde stimulus-respons heet
associatief leren. Er bestaan twee manieren van leren namelijk, sensitisatie
dit houdt in dat een persoon makkelijker en sneller reageert op een prikkel
(wekker gaat af, persoon wordt gelijk wakker). De tweede manier is
habituatie, dit houdt in dat een persoon juist niet reageert of moeilijker
reageert op een prikkel (wonen naast een vliegveld, maar niet wakker
worden van vliegtuigen). De synaptische contacten worden sterker tussen
neuronen wanneer deze achter elkaar worden gestimuleerd, dit wordt ook
wel hebbiaans leren genoemd.
- Herstel: er zijn twee vormen van herstel, neurale reorganisatie en neurale
reactivatie. Neurale reorganisatie kan op twee manieren plaatsvinden,
namelijk intramodaal, dit houdt in dat binnen een gebied veranderingen
plaatsvinden om handelingen te versterken (veranderingen in de cortex
door training, maar ten koste van een ander gebied). En crossmodale
plasticiteit andere gebieden nemen functies over (bij amputatie arm, er is
geen arm maar voelen wel armpijn). Bij een neurale reorganisatie wordt de
functie van het weefsel overgenomen of wordt het weefsel vervangen voor
ander weefsel. En bij neurale reactivatie worden neuronen na
uitgeschakeld te zijn weer gereactiveerd. Dit kan bv. na een shock van de
neuronen, er vindt geen functie plaats omdat er geen in- of output is bij de
neuronen, bv. de eerste periode na een CVA.
beschrijven wat wordt bedoeld met de begrippen denervatie-
overgevoeligheid, directe en collaterale sprouting, pruning,
synaptogenese en neurogenese
- Denervatie-overgevoeligheid: dit is in zekere zin het omgekeerde van de
synaptische wet van Hebb: wanneer een neuron (of spiercel) geheel of
gedeeltelijk zijn input verliest wordt dit neuron juist overgevoelig voor de
resterende input. Een degeafferenteert corticaal gebied kan daardoor
overgevoelig worden voor input die voorheen sub-liminaal was, dit principe
kan een rol spelen bij corticale reorganisatie als reactie op amputatie of
zenuwletsel en bij herstelprocessen na lokale hersenbeschadiging.