Voorbereiding werkgroep 3 • Zelfstudie 8
1. Wat bepaalt welke onderzoeksvragen genegeerd mogen worden?
a. Wetenschap
b. Paradigma
2. Tacit knowledge is
a. makkelijk overdraagbaar
b. afhankelijk van waarden, ervaringen en attituden
3. Wat is een anomalie?
4. Zet de volgende momenten in chronologische volgorde:
breuk in paradigma – crisis – paradigmawisseling
5. Door een nieuw paradigma en aanhangers daarvan kan een wetenschappelijke
revolutie ontstaan.
a. Juist
b. Onjuist
6. Een nieuw paradigma is niet verenigbaar of vergelijkbaar met een ander
paradigma. Met welke term wordt hierop gedoeld?
7. Wie stelt dat de wetenschapper moet proberen zijn of haar eigen theorie te
falsificeren?
a. Popper
b. Kuhn
8. Wanneer kan er volgens Kuhn sprake zijn van wetenschappelijke vooruitgang?
a. Binnen een paradigma
b. Tijdens een paradigmawisseling
c. Tussen paradigma’s
9. Wie stelt hoe een wetenschapper zich zou moeten opstellen?
a. Kuhn
b. Popper
MH → week 2 → vragen → 1
, 10. In mode- science zijn wetenschap en samenleving van elkaar gescheiden.
a. 1
b. 2
Scientific Literacy • Hoorcollege 8
11. Volgens Popper zijn waarnemingen theoriegeladen.
a. wel
b. niet
12. Mode- science wordt ook wel het vervlechtingsmodel of interactionist model
genoemd.
a. 1
b. 2
13. Latour was bedenker van het radicaal relativisme.
a. Juist
b. Onjuist
14. Subjectieve input is een wezenlijk bestanddeel van wetenschap.
a. Juist
b. Onjuist
Voorbereiding hoorcollege 8 • Zelfstudie 9
15. Kitcher beschrijft well-ordered science in 3 fasen. Wat is het doel hiervan?
16. Wat valt onder frontstage?
a. De adviezen die de Gezondheidsraad krijgt
b. Hoe de Gezondheidsraad zich presenteert
Voorbereiding werkgroep 4 • Zelfstudie 10
17. Welke categorieën bepalen de ontwikkelingen van de toekomst volgens
Ravetz?
18. SHE-wetenschap is een gevolg van GRAIN.
a. Juist
b. Onjuist
19. Met welke term beschrijft Okasha wetenschapsaanbidding?
MH → week 2 → vragen → 2