Werkcollege week 1
Objectief recht is het geheel van rechtsregels en normen, zoals die voortvloeien
uit wetgeving, rechtspraak en gewoonten. Het begrip subjectief recht kan worden omschreven als
een in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om naar eigen goeddunken bepaalde
handelingen te stellen. Een subjectief recht is dus het concrete recht van een persoon, dat
voortvloeit uit het objectief recht.
Alleen maar een inbreuk op een recht, is onvoldoende om tot onrechtmatigheid te komen. er
moet daarnaast ook sprake zijn van het handelen in strijd met een wettelijke plicht of het
handelen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Het moet direct en rechtstreeks zijn
(HR: zwiepende tak).
Opdacht 1
Jan-Kees (21), Amsterdammer en zeer milieubewust, besluit een groot deel van zijn
verhuizing niet met de auto te doen, maar met zijn net nieuwe Babboe-bakfiets. Als hij bezig
is zijn koelkast te verhuizen, zet hij zijn bakfiets voor zijn deur neer, maar niet op de rem.
Omdat de stoep op die plaats scheef loopt, begint de fiets te rollen, net op het moment dat
Jan-Kees boven de koelkast wil gaan halen. De bakfiets knalt op de auto van buurman
Gerritsen en veroorzaakt een flinke deuk.
Is Jan-Kees aansprakelijk voor de schade? Motiveer je antwoord.
Ja, Jan-Kees is aansprakelijk voor de schade van de auto van de buurman. Op grond van
art. 6:162 lid 1 BW is er sprake van een onrechtmatige daad. De vereisten voor een
onrechtmatige daad zijn:
- Doen/nalaten → er is sprake van een nalaten, Jan-Kees had zijn fiets op de rem
moeten zetten;
- Onrechtmatige daad → art. 6:162 lid 2 BW bepaalt wanneer een gedraging als
‘onrechtmatig’ is te kwalificeren, er zijn 3 categorieën:
Een inbreuk op een (subjectief) recht;
Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht;
Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het
maatschappelijk verkeer betaamt.
Ad. I → er is sprake op een inbreuk op een subjectief recht, namelijk op een absoluut
vermogensrecht (eigendomsrecht). De auto is het eigendom van de buurman.
Ad. II → er is sprake van een nalaten in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid,
namelijk dat het van Jan-Kees onzorgvuldig is geweest om zijn bakfiets niet op de rem te
zetten (gevaarzetting). Terwijl hij wist of behoorde te weten (hij woont er immers) dat de
stoep op die plaats scheef loopt en er dus een kans was dat de bakfiets naar beneden zou
rollen en aan kon knallen tegen de auto van de buurman (HR: Kelderluik):
Hoe waarschijnlijk is het dat iemand er rekening mee houdt dat mensen zijn fiets
niet op de rem zetten? → Niet waarschijnlijk;
Hoe groot is de kans dat wanneer jij een bakfiets niet op de rem zet, er een
ongeval gebeurd? → Heel waarschijnlijk;
Hoe ernstig kunnen die gevolgen zijn? → Niet heel ernstig (zaakschade);
Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen? → het is een kleine
moeite om je bakfiets op de rem te zetten.
Dus: op basis van de Kelderluik criteria heeft Jan-Kees onzorgvuldig gehandeld.
(Zie voor nalaten: arrest struikelende broodbezorger)
(Zie voor maatschappelijke zorgvuldigheid: HR Natronloog, HR Taxcusstruik en HR
Kelderluik).